MET WEINIG VET TOT BLOEI GEKOMEN

De dominante wielercultuur in Italië werd afgelopen zaterdag bevestigd door de overwinning van Gianni Faresin in de Ronde van Lombardije. De als favoriet gestarte Mauro Gianetti eindigde op de elfde plaats. De 31-jarige Zwitser in Italiaanse dienst was de openbaring van het afgelopen wielerseizoen. “Afslanken en gericht trainen”, zo vat hij het succes van de Italiaanse school samen.

Na de vierde plaats bij het wereldkampioenschap in Colombia was de elfde positie in de Ronde van Lombardije een lichte teleurstelling. Mauro Gianetti kan tevreden zijn over het afgelopen seizoen, maar na de klassieker van de Vallende Bladeren kon hij zijn teleurstelling niet onderdrukken.

“Ik had er meer van verwacht en het had ook meer kunnen zijn, als ik wat minder met anderen had rekening gehouden. In Colombia werkte mijn teamgenoot Richard meer voor zichzelf dan voor de ploeg en zaterdag kon ik pas te laat in de aanval, omdat ploegmaat Pistore lange tijd in de spits reed. Ik zal in de toekomst wat minder altruïstisch moeten zijn.”

De renner uit Locarno is dit seizoen, rijdend in Italiaanse dienst, duidelijk zelfbewuster geworden. Zijn verrassende overwinning in Luik-Bastenaken-Luik was aan geluk te danken, luidde de algemene opinie. Toen hij een week later ook de Amstel Gold Race op zijn naam schreef, veranderde de mening over de kwaliteiten van Gianetti. De 31-jarige laatbloeier was niet meer de middelmatige coureur van de voorbije jaren.

Gianetti heeft een blind vertrouwen in zijn Italiaanse trainer Giosuè Zenoni. Terwijl Nederlandse ploegleiders de grootste moeite hebben om een trainer bij hun ploeg te willen betrekken, heeft de voormalig oefenmeester van de Italiaanse junioren en amateurs Zenoni zelf het stuur in handen bij de Polti-ploeg. Na het vertrek van Gianni Bugno bleek Polti nog over voldoende kwaliteit te beschikken. Gianetti, Pellicioli, Fidanza, Lombardi, Tötschnig en Outchakov waren dit seizoen zeer succesvol.

“Ik heb voor het eerst in mijn leven op de goede manier getraind”, zegt Gianetti. “Vooral goed gedoseerd. Vroeger deed ik vaak te veel, maar Zenoni houdt steeds de vinger aan de pols. Hij gaat niet over naar een volgende fase van training, zolang ik in de vorige fase het gestelde doel niet hebt bereikt. In november ben ik begonnen in de zaal en heb ik in blokken van ongeveer drie weken een bepaalde arbeid moeten verrichten. Zenoni vertelde toen al dat ik van half tot eind april in topvorm zou moeten zijn en dat we dan konden zien wat ik werkelijk waard was.”

Zenoni laat net als zijn Italiaanse collega Ferrari (begeleider van onder anderen Tony Rominger en Mario Cipollini) zijn renners in de winter veel in de zaal trainen, compleet met fitnessapparatuur om meer spierkracht te ontwikkelen. Dit in tegenstelling tot professor Conconi, de Italiaanse vernieuwer op het gebied van wielerbegeleiding, die zegt dat de kracht vanzelf tot ontwikkeling komt bij de fietsoefeningen bergop.

Zenoni: “Ik train ook veel met de fiets, maar vind een eerste aanzet in de zaal nuttig. Het is bovendien een aangename afwisseling voor de renners. Prioriteit is voor mij dat er programmatisch wordt gewerkt en dat het doel van elk onderdeel van de training duidelijk is. Afgelopen jaar heb ik me het meest beziggehouden met Gianetti en Lombardi, omdat ik dacht dat zij meer in hun mars hadden dan alleen ereplaatsen.”

Tot dit seizoen was Gianetti regelmatig bij belangrijke wedstrijden voorin geëindigd. Hij werd vijfde bij het WK in 1988 en eindigde regelmatig van voren in de wedstrijden om de wereldbeker. Maar de zes overwinningen die hij heeft behaald in negen profjaren sprokkelde hij louter bijeen in B-klassiekers en met dagsuccessen in kleinere etappewedstrijden. Gianetti stond bekend als een Zwitserse subtopper.

Hij zocht in 1992 een nieuwe uitdaging in het buitenland. Zijn eerste avontuur mislukte door fysiek ongemak (maagzweer) en door wanorde in de Festina-ploeg. De sponsor moet nog steeds zijn salaris voor het tweede seizoen uitbetalen. Ondanks de problemen bij Festina wist hij zich in de kijker van andere ploegen te rijden, maar opnieuw maakte hij een verkeerde keuze. “Ik wilde naar een grote ploeg, maar net nadat ik mijn contract bij Mapei had getekend, fuseerde de ploeg met Clas en zaten we met meer dan 25 renners. Als je dan ziek wordt, zoals mij begin van het jaar overkwam, word je alleen nog maar als invaller opgesteld. Van een programmering van een seizoen kon er niks terechtkomen.”

Onder leiding van Zenoni heeft hij leren werken volgens planning. Ook na tegenslag laat hij zijn renners niet zo maar opnieuw starten. In juni kwam Gianetti zwaar ten val bij de Ronde van Zwitserland. Hij kon een maand niet fietsen. Zenoni paste zijn programma met duidelijk gestelde doelen aan. In plaats van de Tour, die als voorbereiding had moeten dienen voor de WB-koersen van augustus, werkte hij toe naar de Vuelta als voorbereiding op het WK en de Ronde van Lombardije.

In de laatste wedstrijden stond Gianetti zijn mannetje, maar het beoogde doel bleef buiten bereik. “Ik ben al blij dat ik nu weet dat ik in vorm bij de besten van de wereld hoor. Op een zwaar parcours kan ik me met iedereen meten en dat geeft een prettig en trots gevoel. Een jaar geleden had ik me dat niet kunnen inbeelden en de hoop daarop eigenlijk al opgegeven. Totdat een vriend mij eens de waarheid zei: 'Je moet niet zeuren over die betere Italianen, je hebt er zèlf niet alles aangedaan. Probeer dat eerst eens en dan praten we verder”.

“Na dit jaar begrijp ik wat hij bedoelt. Ik train nooit meer zonder hartslagmeter en zonder trainingstabellen. Daarnaast heb ik geleerd dat het vetpercentage een belangrijke factor is. Zoals ik nu in vorm ben, heb ik maar zes procent vet. De basis van het succes is: mager zijn en schematisch te werk gaan. Dat verklaart voor mij de zwakte van de Nederlandse en Belgische wielrenners. Zij zijn te dik. Bovendien zijn er in Nederland en België nauwelijks goede trainers te vinden. In Italië zijn er zat, van verschillende scholen en elke renner hier heeft een eigen trainer. Dat maakt het verschil.”