Is het volk werkelijk oerdom?

Zijn de jaren negentig werkelijk zo conservatief? Dat zal blijken uit de komende beslissing over de invoering van het referendum. VVD-senator Hans Wiegel heeft het referendum alvast een modieus idee genoemd, “maar dan naar de mode van de jaren zestig en niet die van de jaren negentig”. En hij is niet de enige politicus die zich tegen deze vorm van directe democratie te weer stelt; de nota bene uit de PPR afkomstige PvdA-minister Melkert doet hetzelfde.

Is er iets in de politiek begrijpelijker, dan dat de tophaantjes zich verzetten tegen een beslissend stemrecht voor de rest van de kippenfarm? Het kleine, overzichtelijke circuit van partijpolitici houdt de macht liever daar waar hij nu is: bij hen. Die behoefte hebben machthebbers door de eeuwen heen gehad. Vandaar dat de invoering van het algemeen stemrecht in 1917 een zwaar bevochten overwinning was. Vandaar ook dat de gedachte aan invoering van het referendum al veel ouder is dan Wiegel veronderstelt. Al aan het eind van de vorige eeuw zagen de socialisten er al een geschikt middel in om de invloed van het volk te vergroten.

Een eeuw lang hebben de politici de invoering van het referendum in Nederland, anders dan in vrijwel alle andere Europese landen, weten tegen te houden. Even zo lang hebben zij zich met schijnargumenten de opmars van de directe volksinvloed van het lijf weten te houden.

In het oog loopt, dat zij zich bij hun redeneringen bedienen van het onuitgesproken beeld van achterlijke, egocentrische en kortzichtige kiezers. Zo moet Gabor (CDA) “er niet aan denken dat volksstemmingen bepalend zijn voor de belastingwetgeving, de sociale zekerheid en het uitvoeren van grote infrastructurele projecten”. De stille suggestie is dat die oerdomme massa juichend de belasting zou afschaffen, uitkeringen onmogelijk zou maken en Schiphol dicht zou spijkeren. Nee, wat een geluk dat wij dankzij de vertegenwoordigende democratie zulke onzelfzuchtige, helderziende, integrale afwegers aan het roer hebben als thans! Geen moment komt het bij dit soort politici op, dat de grote meerderheid van de bevolking wel eens zou kunnen bestaan uit voorzichtige mensen, met verstand begiftigd en geneigd tot gematigde standpunten. Dat is vreemd, want diezelfde, door de politici gewantrouwde kiezers stemmen bij verkiezingen toch steevast in meerderheid op toch niet zo extreem geachte partijen als CDA, PvdA en VVD. Als de kiezers zich op deze manier het vertrouwen van de politici al niet kunnen verwerven, hoe kunnen zij dan nog voldoende in de achting van de Haagse meesters stijgen, om ooit rijp te worden geacht voor deelname aan een echt referendum? Echt, Wiegel, Melkert, Gabor! de Nederlanders zijn een braaf en beschaafd volk: miljoenen bezitten het diploma ener schoolopleiding; analfabetisme is vrijwel uitgeroeid; wij slagen er niet alleen in met meer auto's dan er in heel Afrika zijn op een speldeknop samen te leven, maar ook verslinden we dagelijks tv-programma's, kranten en computerinformatie met vaak de meest wrede en schokkende inhoud zonder dat dol geworden menigten de overheidsgebouwen bestormen. Ook beschikken we over de meest geavanceerde technologie en industrie. Maar het is duidelijk: in welke bochten wij kiezers ons ook zullen wringen onze leiders om vertrouwen te vragen, we zullen het niet krijgen. Jullie, Wiegel, Melkert, Gabor, gunnen het ons niet omdat jullie jezelf niet vertrouwen. Dat laatste is, lijkt mij, overigens terecht, want kijk eens hoe weinig jullie er in zijn geslaagd de belastingdienst rechtvaardig te doen werken, in een maatschappij waarin reusachtige zwarte kapitalen rondwaren, en kijk eens hoe de almaar uitdijende infrastructuur ons land geheel aan het asfalteren is, hoe de boeren tot wanhoop gedreven zijn nadat hun tientallen jaren is voorgehouden - door jullie wijsheid! - dat zij meer moesten produceren en hun stallen moesten uitbreiden. Maar geven al die blunders jullie het recht om de kiezers datgene toe te dichten, wat jullie met reden te verwijten is?

De VVD zet zich in het bijzonder schrap tegen referenda over grote infrastructurele werken, omdat de planologische kernbeslissingen daarover toch al voorafgegaan worden door inspraakrondes. Dat zou dan teveel van het goede worden. Ja, maar die redenering verbergt, dat inspraak iets is waarbij de politici hun handen vrij houden om zelf te beslissen. Bij een referendum dragen zij de verantwoordelijkheid om te beslissen over. Zij onderbreken op dat punt als het ware hun mandaat. Daarom is een referendum ook niet door kilo's inspraak te vervangen. Terwijl het één niet meer dan een advies van het volk aan de politici is, is het ander de overdracht van de beslissingsbevoegdheid op één punt: van de politici aan de kiezers.

Vervolgens mopperen de tegenstanders van directe volksbesluiten dat een referendum in een zó laat stadium komt, dat een negatieve uitslag jaren voorbereidend werk ongedaan maakt. Maar dan vergeten ze dat dit bezwaar alleen betrekking heeft op het correctief referendum, en dat dit een vorm van referendum is die nu door paars gekozen is om tegemoet te komen aan de tegenstanders van directe volksinvloed. Eigenlijk willen wij, voorstanders, al onmiddellijk, in het begin van een overwegingsproces de mogelijkheid scheppen van een referendum via volksinitiatief. Zwitserland kent deze vorm van referendum al sinds lang en het functioneert goed. Via volksinitiatief bestaat er de gelegenheid voor de burgers om zelf een referendum uit te lokken, nog voordat het parlement zijn kostbare tijd heeft gegeven aan besluitvorming.

Als volksinitiatief in Nederland een wettelijke mogelijkheid was geweest, hadden burgercomité's al jaren geleden de vraag kunnen voorleggen of Schiphol uitgebreid moet worden, danwel het treinverkeer, en evengoed de vraag of de Betuwelijn moet worden aangelegd, danwel de vrachtvaart gestimuleerd. Dan was al onmiddellijk gebleken of er wel voldoende handtekeningen als steun voor een dergelijke vraagstelling bijeen te brengen waren, en hoe de kiezers na uitvoerige discussie hadden beslist. Dat had onderzoeksgeld bespaard, dat had ook heel veel politieke energie bespaard. Het was een discussie geweest waarbij het volk een eerlijker kans op het onbeschroomd uitspreken van zijn mening had gehad, omdat het niet steeds op de vingers getikt was door politici en ambtenaren die met een zuur gezicht benadrukken dat er al zoveel geïnvesteerd is in de door hen bepaalde richting. Was er niet veel schade voorkomen, als er al eerder, via volksinitiatief, referenda over de “stadsprovincies” voor de grote steden waren gehouden? De kloof tussen kiezers en gekozenen, die nu, na jaren van eenzijdig politiek gedokter binnen de oligarchie, met één klap aan het licht is gekomen, was dan waarschijnlijk in het geheel niet ontstaan.

Grotere en directe volksinvloed is nooit de grote mode in de kleine kring van hen die zich de stoere stuurlui voelen. Dat zal het ook nooit worden. Maar technische schijnargumenten ontmaskeren, dat kunnen wij langzamerhand met gemak. Ook een ijdele claim op de jaren negentig zal daarom het referendum uiteindelijk niet stuiten.