Huitema wint eerste marathon met verfoeide ploegentactiek

AMSTERDAM, 23 OKT. Niks terugval of impasse. Het gaat goed met het vaderlandse marathonschaatsen en voor wie daar aan twijfelt, is bij Hans Brandt aan het verkeerde adres. “De sport heeft inmiddels een vaste plaats veroverd in schaatsend Nederland. Met rijders als Kleine, Huitema en Stam hebben we bovendien een stel prima publiekstrekkers in huis”, klonk het zaterdagavond optimistisch uit de mond van de sectievoorzitter marathonschaatsen, vlak voor de start van de jubileumwedstrijd om de Jaap Eden Trofee.

Ruim een uur later kon Brandt tevreden zijn. De race over honderd ronden kende een boeiend verloop met uiteindelijk een terechte winnaar in de persoon van Lammert Huitema. De strijdvaardige Drent, een van de routiniers in het peloton van mannen met lange adem, versloeg in de sprint van de vijfentwintigste editie om de wisselbokaal zijn negen medevluchters. Alleen Hans Pieterse (tweede) en Youri Takken (derde) wisten in de slotmeters op hun Amsterdamse thuisbaan nog enigszins in het spoor te blijven van de drievoudig nationaal kampioen.

Het was de tweede opeenvolgende zege voor Huitema. Vorig weekeinde toonde de leesmappenbezorger uit Roden zich ook al de snelste bij de officieuze opening van het marathonseizoen. De overwinning in Assen bleef zonder gevolgen omdat de wedstrijd op de ijsvloer van stadion De Smelt niet meetelde voor het algemeen klassement in de strijd om de KNSB-Cup, een reeks van negentien waarvan de rit op de Jaap Eden-baan zaterdagavond de eerste was. Afgelopen seizoen werd het klassement gewonnen door Arnold Stam.

Na afloop nam Huitema alle tijd voor een toelichting over zijn succesvolle sprint. “Iedereen dacht die Huitema doet 't wel en dus besloot ik zelf het initiatief maar te nemen”, zei hij tegen de schrijvende pers. “Normaal ben ik een diesel die vier à vijf wedstrijden nodig heeft om in vorm te komen. Ik sta van mezelf te kijken”, lachte hij tot twee keer toe vrolijk voor het oog van de tv-camera. “Dit is prachtig natuurlijk”, sprak hij in de microfoon van de radio-verslaggever.

Huitema vergat niemand, behalve de organisatie die de voormalige amateurwielrenner herhaaldelijk maar vergeefs sommeerde zich naar het erepodium te begeven. De winnaar vond de babbel met de pers belangrijker dan de huldigingsceremonie voor “drie man en een paardekop” en liet deze daarom aan zich voorbij gaan. Tot ergernis van hoofdscheidsrechter Willem Snijder die de eigengereide schaatser openlijk berispte voor het schenden van het voorgeschreven protocol.

De opwinding liet Huitema koud. De jury kon de beker desnoods in haar achterste steken, vond hij en een brede grijns verscheen op zijn gezicht. De overwinning was een feit en die had hij voor een groot deel te danken aan de Klerk's-formatie, de ploeg van Frans Overdevest waar Huitema sinds kort deel van uitmaakt. De ploeg ook die hem in de voorafgaande seizoenen meerdere malen van een overwinning had afgehouden toen hij als eenling in het peloton schaatste. “Dat was geestelijk soms heel zwaar. Een paar ploegmaten om je heen geeft meer rust waardoor je frisser de finale ingaat.”

Dit seizoen telt het peloton vier ploegen. Naast de Klerk's-formatie, met behalve Huitema Ruud Borst en veteranen Yep Kramer en Piet Kleine, zijn dat Daisa (Van Kempen, Hagen, Verduin en Pieterse), Van Lingen (De Marreiros, Groenendal, Stam en De Vries) en VSP (Angenent, Kromkamp, Bouma en Veenhof). Voor eenlingen als Bart Veldkamp, zaterdag debuterend als schaats-Belg, lijkt dit seizoen niet meer weggelegd dan een bijrol. “Maar mannen als Huitema en Kleine snappen dat ze zo nu en dan ook anderen moeten laten rijden en niet iedere vluchtpoging meteen ongedaan moeten maken”, hoopt sectievoorzitter Brandt.

Het ploegenspel blijft niettemin omstreden. Door het dictaat van de gesponsorde teams kregen eenlingen de laatste jaren maar zelden de kans zich te onderscheiden door uit de greep van het peloton te blijven. Brandt juichte daarom vorig jaar de noodgedwongen inkrimping van het aantal equipes toe met als argument dat het de amusementswaarde en openheid van de sport ten goede zou komen. Volgens de Noordhollander was de verfoeide ploegentactiek grotendeels verantwoordelijk voor de neergang van het marathonschaatsen en daarmee de tanende belangstelling van pers en publiek.

Daarom maakte Brandt zich sterk voor een inperking van het aantal rijders per ploeg van vijf naar drie. Dit seizoen staat de bond vier schaatsers per ploeg toe, vanaf volgend jaar nog slechts drie. “Want marathonschaatsen is en blijft een sport die draait om individuele prestaties”, aldus Brandt.

Voor verdere popularisering is de sport naar Brandts mening afhankelijk van de weergoden. Niet voor niets beleefde het marathonschaatsen zijn hoogtijdagen vlak na de twee Elfstedentochten van mid-jaren tachtig. “Het individu versus de natuurelementen. Dat is marathonschaatsen op z'n best.” Met een knipoog: “Maar ja, het wordt almaar warmer las ik laatst ergens.”