Genets 'Meiden' tussen gemeenheid en vertederde verrukking

Voorstelling: De meiden, van Jean Genet, door Toneelschuurprodukties. Spel: Odette van der Molen, Annemarie Wisse, Cas Enklaar. Regie: Filip Fokkens; vormgeving: Theo Tienhooven. Gezien: 20/10 Toneelschuur, Haarlem. T/m 25/10 aldaar. Res. 023-312439.

Knalroze is het decor, zo roze en knallend dat het pijn aan je ogen doet. Heeft die kleur al iets gemeens, nog gemener is dat de personages amper uit dit decor kunnen ontsnappen. Het lijkt alsof ze in een monsterlijke roze badkuip rondspartelen met randen die te steil zijn om eroverheen te klimmen. Alleen helemaal aan de voorkant, richting publiek, zit een gat. Er staat dus nog één vluchtroute open - maar de vlucht naar voren, zal uit de voorstelling De meiden blijken, is niet ieders zaak.

De auteur van het drama De meiden, Jean Genet, bracht een deel van zijn leven in de gevangenis door. Als weeskind groeide hij op bij boeren die hem als knecht gebruikten, en uit haat tegen de wereld pleegde hij een reeks strafbare feiten. Achter de tralies schreef hij zijn eerste gedichten. Befaamde Franse schrijvers ontdekten zijn talent en zorgden ervoor dat Genet, die levenslang gekregen had, op vrije voeten werd gesteld. Maar het koppel misdaad-en-straf bleef hem lokken. Wie systematisch vernederd is, suggereert Genet in De meiden, taalt niet naar echte vrijheid. Haat en zelfhaat staan het geluk in de weg en het enige aardse genot bestaat uit perverse fantasieën.

Met wellust geven de meiden in De meiden, geregisseerd door Filip Fokkens, zich aan zulke fantasieën over. Als hun Mevrouw van huis is spelen Claire en Solange een gevaarlijk spel met elkaar. Claire doet alsof ze Mevrouw is en Solange kruipt in de huid van Claire; de een vernedert de ander naar hartelust waarna de twee elkaar snikkend in de armen vallen. Hun plan Mevrouw te vermoorden mislukt, want zíj waagt de vlucht naar voren en verlaat de badkuip net op tijd. De achtergebleven meiden daarentegen zien geen andere uitweg dan de vlucht in dood en gevangenschap.

Het bloedserieuze rollenspel van de zusjes, het subtiele geschakel van hoger geplaatste naar ondergeschikte en vice versa totdat het spelletje uit is - dat alles biedt jonge actrices volop gelegenheid te laten zien wat ze kunnen. Annemarie Wisse kan nog niet zo heel veel. Haar Solange kent twee emoties: gemeenheid en vertederde verrukking. Terwijl Genet deze dienstmeid toch met een oneindig gecompliceerd gevoelsleven opgezadeld heeft. Odette van der Molen weet wèl de vereiste nuances in haar spel te leggen. Rivaliteit en begeerte, schaamte, extase en doodsverlangen: die troebele mix van drijfveren lijkt opeens heel begrijpelijk, ja bijna alledaags, doordat de Claire van Van der Molen met groot gemak van het ene uiterste in het andere valt.

De bekendste en oudste speler van het ensemble, Cas Enklaar, moet met de kleinste rol genoegen nemen. Misschien komt het door Enklaars behaarde benen, misschien ook door de clowneske zieligheid waarmee zijn Mevrouw de meiden wil paaien - in elk geval is dit loeder de sympathiekste vrouw van het drietal. Zo'n tragikomisch en bijna gezellig typetje hoort eigenlijk niet thuis in de onherbergzame wereld van Jean Genet. Gelukkig zorgt regisseur Fokkens ervoor dat de gezelligheid niet de overhand krijgt, dankzij het brutale decor waarin hij zijn Meiden opsluit.

    • Anneriek de Jong