Fors verlies voor SPD bij verkiezingen in Berlijn

BONN, 23 OKT. Deelstaatverkiezingen in Berlijn zijn gisteren gewonnen door de PDS en de Groenen/Bündnis 90. De sociaal-democratische SPD behaalde haar slechtste resultaat in 45 jaar. De christen-democratische CDU blijft de grootste partij.

De PDS, voortgekomen uit de vroegere Oostduitse communistische SED, werd de derde partij in de Duitse hoofdstad. Zij scoorde 14,6 procent, een winst van 5,4. In Oost-Berlijn, waar veel vroegere leden en functionarissen van de SED wonen en de onvrede over het stadsbestuur groot is, werd zij zelfs eerste partij met een score van ruim 36 procent (een winst van 8 procent). In het westelijke stadsdeel kreeg zij niet meer dan 2,2 procent. De Groenen, die in Berlijn een verbintenis zijn aangegaan met de Oostduitse burgerrechtenbeweging Bündnis 90, kregen 13,2 procent van de stemmen, een winst van 3,8.

Een zware klap kreeg de SPD die vergeleken met 1990 met 6,8 procent tot 23,6 zakte. Eerste reacties uit Bonn wezen er gisteravond niet op dat SPD-voorzitter Rudolf Scharping morgen consequenties hoeft te vrezen als hij in de Bondsdagfractie van de sociaal-democraten herkozen moet worden als fractieleider. Berlijns SPD-lijsttrekster, Ingrid Stahmer, weet haar nederlaag echter mede “aan het maandenlange geruzie” in de partijtop in Bonn. Dat zag ook de nieuwe politieke manager van de SPD, Franz Müntefering, zo. Volgens hem had het “gebrek aan discipline” in de partijtop het voor de SPD in Berlijn heel moeilijk gemaakt.

De CDU blijft in Berlijn grootste partij. Zij kwam uit op 37,4, weliswaar niet boven 40 procent, zoals in opiniepeilingen een week geleden, en ook 3 procent minder dan in 1990, maar toch aanmerkelijk beter dan haar scores in Berlijn in tussentijdse verkiezingen sindsdien (zoals de Bondsdagverkiezingen en die voor het Europese Parlement in 1994). Berlijns regerende CDU-burgemeester Eberhard Diepgen, wiens relatie met kanselier Helmut Kohl matig heet te zijn, dankte de kanselier uitdrukkelijk voor zijn steun in de verkiezingscampagne, waarvoor Kohl herhaaldelijk naar de Duitse hoofdstad was gekomen. De CDU en de SPD, die de afgelopen jaren een grote coalitie vormden, verloren samen 10,1 procent maar zullen waarschijnlijk, wegens de gisteren bepaalde krachtsverhoudingen, verder moeten samenwerken. Diepgen nodigde de SPD daartoe gisteren al uit.

Maar mevrouw Stahmer, die campagne had gevoerd zonder een voorkeursuitspraak voor samenwerking met CDU (zwart-rood) of Groenen (rood-groen), zei dat de SPD zich daarop eerst zorgvuldig in eigen kring moet beraden nu de CDU “de SPD in de afgelopen maanden zo sterk heeft gediffameerd” en daarmee “het politieke bronwater heeft vergiftigd”. Zij zei wel dat de SPD er niet voor voelt om met de PDS samen te werken of haar, zoals in de deelstaat Saksen-Anhalt, een coalitie met de Groenen te laten gedogen.

De linkervleugel van de Berlijnse SPD pleit ervoor in de oppositie te gaan en de CDU als minderheid alleen te laten regeren. Gezien de grote financiële en andere problemen waarvoor Berlijn staat, bijvoorbeeld wegens de verhuizing van regering en Bondsdag uit Bonn in de periode 1996-1999 en het gisteren in zijn moeizaamheid opnieuw bevestigde eenwordingsproces van de stad, acht mevrouw Stahmer zoiets echter “onverantwoordelijk”.

Diepgen viel haar daarin bij en wees erop dat bovendien de voor uiterlijk 1999 geplande fusie van Berlijn en de deelstaat Brandenburg voorbereid moet worden. Indien die fusie volgend jaar mei in referenda in Berlijn en Brandenburg wordt bekrachtigd, waren de lokale verkiezingen in de Duitse hoofdstad van gisteren trouwens ook de laatste.

De FDP, coalitiepartner van de CDU/CSU in Bonn, bleef gisteren met 2,5 procent (minus 3,6) opnieuw - voor de dertiende keer in drie jaar - onder de kiesdrempel (5 procent). De liberalen, wier Berlijnse voorzitter Günter Rexrodt als minister van economische zaken in Bonn al omstreden was, bleven zelfs achter bij de rechts-radicale Republikaner (3 procent). Zij zijn nu nog maar in vier van de zestien Duitse deelstaatparlementen vertegenwoordigd. De Berlijnse verkiezingen vielen december 1990 samen met de Bondsdagverkiezingen en hadden toen een opkomstpercentage van van 80,8. Gisteren kwam maar 68,5 procent van de 2,5 miljoen kiesgerechtigden naar de stembus.