Ajax blij met doelpunt Zwijnenberg

Feyenoords snelle openingstreffer van Clemens Zwijnenberg verloste Ajax achteraf gezien van een 'probleem'. Het hoefde vanaf dat moment niet meer rekening te houden met het record van Heinz Stuy uit 1971, die in dat jaar 1.082 minuten ongepasseerd bleef. Het eerste competitiedoelpunt dat doelman Edwin van der Sar dit seizoen incasseerde begon bij een corner van Giovanni van Bronckhorst. Blind trapte over de bal heen en Obiku legde terug op Zwijnenberg die de bal via een Ajacied hoog in het doel schoot. “Behalve Edwin van der Sar vinden wij het wel goed dat de nul er niet meer staat”, verwoordde Danny Blind de mening van de spelersgroep. “Er ontstond iedere keer een wedstrijd in een wedstrijd.” En uitblinker Ronald de Boer: “Ik dacht bij dat doelpunt: 'Gelukkig maar. Nu hoeven we daar niet meer voor te knokken.' Dat we deze wedstrijd zouden winnen, daar ben ik steeds van overtuigd geweest. Daarom maande ik iedereen voortdurend tot rust.”

In de zesde minuut was daar nog geen reden toe. Een inworp van de 20-jarige George Boateng, die de hele wedstrijd Finidi George opmerkelijk goed in bedwang hield, kwam via Obiku bij Larsson terecht. Zijn directe tegenstander Edgar Davids dekte aan de verkeerde kant en werd op snelheid geklopt. Larsson schoof de bal door de benen van Van der Sar: 2-0.

Zeven minuten later begon Ajax zijn inhaalrace. Reiziger verzond een lange pass aan Litmanen die voor het doel Bosz te snel af was met een kopbal en Bogarde in staat stelde om 2-1 te scoren. Ronald de Boer stond aan de basis van de gelijkmaker met een afgemeten pass op Patrick Kluivert die Van Gobbel aftroefde en een voorzet gaf op Litmanen. De Fin stootte de bal via zijn knie in het doel. Overmars bracht Ajax voor rust nog op 3-2, weer na aangeven van Kluivert. In de tweede helft scoorden de Amsterdammers nog eenmaal via een fraai uitgespeelde aanval. Litmanen kwam na een aantal combinaties vrij voor het doel, besloot niet zelf te schieten, sloeg ook Kluivert over, maar schoof de bal voor de voeten van de aanstormende Overmars die met binnenkant voet in de rechterhoek schoot. Ajax-trainer Van Gaal: “Dit was de mooiste van de vier. Hier zat alles in wat Ajax is. Tactisch inzicht, technische vaardigheid en vooral het feit dat de spelers elkaar een doelpunt gunnen.”