Voorlichter

DICK HOUWAART: Notities van een ambtenaar

239 blz., Kok 1995, ƒ 37,50

Ze moeten het op Binnenlandse Zaken met rooie oortjes hebben gelezen. Dat was nog eens explosief proza: Cees Van Dijk 'een hark van een man', Dieuwke de Graaf-Nauta 'zwak en onzeker', Rudolf de Korte 'ontoelaatbaar ijdel' en Max Rood 'misplaatst arrogant'. En dan al die vertrouwelijkheden, hele en halve roddels over collega's en ex-collega's. Een directeur-generaal die een paar weken spoorloos is, een directeur die voor de plaats van zijn afscheid de Ridderzaal eist en enkele collega's, die hij bekwaam van een hogere functie afhoudt. 'Tsjonge, die Dick die durft'. 'Wat een lef zeg, hij schrijft gewoon op wat hij heeft meegemaakt.'

'Dick' is Dick Houwaart, voormalig hoofd voorlichting bij Binnenlandse Zaken en buiten het ministerie beter bekend als voorzitter van de Anne Frank Stichting en het Journalistenforum. Houwaart is zeven jaar weg als ambtenaar en dat gaf hem de vrijheid notities en dagboeken te openbaren over zijn leven bij de overheid. Hij was twaalfeneenhalf jaar ambtenaar, en met plezier, want werken bij de overheid is spannend, zo onthult hij. “Je ervaart de spanning van de politiek elk uur en elke dag.”

Zijn die notities ook interessant voor mensen die niet op Binnenlandse Zaken werken? Nauwelijks, denk ik. Misschien voor studenten politicologie voor zover ze een rozig beeld hebben van het functioneren van het politiek/ambtelijke complex. Of voor studenten bestuurskunde die de werking van de bureaucratie in anekdotevorm tot zich willen nemen.

Tegelijk wringen de bekentenissen van Houwaart. Dat hij afrekent met de ministers die hij eerst diende, is zijn zaak. Zoiets is eerder een kwestie van goede smaak dan van durf. Maar dat hij uitweidt over collega-ambtenaren, van wie sommigen nog actief zijn in de rijksdienst, is dubieus. Zij kunnen zich niet verdedigen tegen zijn onthullingen. Geldt voor Houwaart soms niet de ambtseed, die hij aflegde toen hij destijds, na een hoofdredacteurschap van het Dagblad van het Oosten, zijn journalistieke loopbaan verruilde voor die van ambtenaar? Of kun je met terugwerkende kracht alles zeggen? Ik denk van niet. Houwaart plaatst zich op één lijn met Ed van Thijn, die vorig jaar als gevallen minister via zijn dagboeknotities uit de Trêveszaal klapte.

Maar goed, Dick Houwaart is een bijzonder man. Hij was als ambtenaar al in staat tegelijk voorlichter en journalist te zijn, hoewel hij zelf noteert dat het elkaars 'natuurlijke vijanden en opponenten zijn'. Wat hij soms overdag op het departement hoorde, schreef hij 's avonds op voor zijn column in het Nieuw Israëlietisch Weekblad. In datzelfde blad riep hij de lezers zomer '86 op de koningin per brief te manen niet op vakantie naar Oostenrijk te gaan, waar de “oorlogsmisdadiger” Kurt Waldheim net tot president was benoemd. Het kostte hem een stevige reprimande van zijn minister De Korte en een vriendelijke berisping van premier Lubbers, schrijft hij. Maar niet zijn geloof dat hij de goede zaak diende.

Soms was Houwaart ook in de Tweede Kamer te vinden, waar hij Kamerleden bewerkte als voorzitter van de Anne Frank Stichting. Tijdens een hoorzitting over het omstreden pensioen van de weduwe Rost van Tonningen klapte de woordvoerder van de minister van binnenlandse zaken enthousiast mee, wanneer er gepleit werd voor beëindiging van het pensioen van de 'zwarte weduwe'. Maar, zo blijkt, hij was op dat moment geen voorlichter - hij had keurig een vrije dag genomen om de belangen van de Anne Frank Stichting te dienen. Je moet de zaken kunnen scheiden, nietwaar?

De voorlichter/ambtenaar wilde van alles nog het liefst journalist zijn. Hij onthult in zijn boek dat hij de auteur was van een anonieme column in het dagblad Trouw. Die column bevatte net als zijn notities inkijkjes in de bureaucratie. En wat schrijft Houwaart daarover in zijn dagboek: “Ik onderga de anonimiteit als een heel bijzondere ervaring. (...) Je hebt jezelf onkwetsbaar gemaakt en dat geeft rust, ontspanning en bevordert het gebruik van woorden en zinnen zonder dat je moet opletten of het iemand kan bekoren of boos kan maken.”

De anonieme Houwaart en de publieke Houwaart: in het ene geval bedient hij zich van een makkelijk soort geheimzinnigheid, in het andere van misplaatste openhartigheid. Misschien had Dick Houwaart beter journalist kunnen blijven.

    • Kees van der Malen