'Verkiezingen Ivoorkust even democratisch als in Europa'

Een mijlpaal in de democratisering van Afrika, een feest van vrijheid, gelijkheid en broederschap. Dat hadden de presidentsverkiezingen van morgen in de Westafrikaanse staat Ivoorkust moeten worden. Maar gisteren was er in de metropool van het land, Abidjan, nog maar weinig van een feeststemming te merken.

ABIDJAN, 21 OKT. In de kathedraal van Sint Paulus liggen bij het beeld van de heilige Jozef briefjes waarin gelovige katholieken hun beschermheer smeken om het land een verkiezingsbloedbad te besparen. Bij door de Ivoriaanse oppositie georganiseerde demonstraties, door de regering voor een periode van drie maanden verboden, vielen deze week al enkele doden. En dat er morgen opnieuw bloed vloeit, is geenszins uitgesloten.

De belangrijkste oppositiepartijen van Ivoorkust hebben besloten de verkiezingen 'actief' te boycotten en hebben aangekondigd iedereen het stemmen onmogelijk te zullen maken. Op strategische punten in de stad stonden gisteren militairen met het geweer in de aanslag. “De onderdrukkingsmachine staat klaar”, zegt Boubacan, een Ivoriaan uit de in potentie roerige wijk Treichville. “Er hoeft maar iets te gebeuren en zij komt in beweging.”

“Het is geen toeval dat het zo gelopen is”, zegt Jocelline Bazile-Finley, sinds enkele maanden hoofd van UNDP, de ontwikkelingsorganisatie van de Verenigde Naties, in Ivoorkust en voor die tijd werkzaam voor deze organisatie in Burundi. “Je kunt niet zomaar verkiezingen houden in Afrika zonder dat je de mensen daar goed op voorbereidt. Dat is echt vragen om problemen. In maatschappijen waar meer dan zeventig procent van de bevolking niet kan lezen en schrijven, hoef je niet aan te komen met prachtige partijprogramma's. Mensen stemmen op een kandidaat omdat ze hem een goede man vinden, er beter van denken te worden, of misschien gewoon omdat de dorpsoudste het zegt. En je hoeft maar een paar politici te hebben die de etnische kaart gaan spelen en voor je het weet zit je in de problemen.”

De problemen in Ivoorkust begonnen al toen de regering een census liet uitvoeren voor de verkiezingen. Volgens de oppositie bevat het kiesregister dat toen werd opgesteld, tal van fouten die 'toevallig' alle in de kaart spelen van de PDCI, de partij die al sinds de onafhankelijkheid in 1960 aan de macht is. De verkiezingswet, die in 1994 door het door de PDCI gedomineerde parlement werd aangenomen, gooide olie op het vuur. Zij bepaalt dat kandidaten voor het presidentschap Ivoriaanse ouders moeten hebben en in de vijf jaar voorafgaand aan de verkiezingen in Ivoorkust gewoond moeten hebben.

De wet was vooral bedoeld om Alassane Ouattara van de verkiezingen uit te sluiten. Ouattara, een voormalige premier die momenteel een hoge functie vervult bij het Internationale Monetaire Fonds in Washington, werd door de PDCI gezien als geduchte rivaal van de huidige president en presidentskandidaat van PDCI, Henri Konan Bédié.

In de praktijk echter leidde de wet in Ivoorkust, dat al jarenlang een hoge immigratie kent uit landen als Mali en vooral Burkina Faso, tot een debat over de vraag of het land 'vol' is. “Er zijn te veel Burkinabe in dit land”, zegt Yves, een sportleraar die jaren in Zweden heeft gewoond maar nu weer in Abidjan werkt. “Het probleem met die mensen is dat ze maar fokken. Wij hebben twee of drie kinderen, maar zij hebben er tenminste zes.” “De stemming in Ivoorkust is veranderd”, zegt Mahmadou, een immigrant uit Mali. “Er wordt veel vaker dan vroeger op identiteitspapieren gecontroleerd. Zelfs als ik uitga met Ivoriaanse vrienden ben ik bang.”

De laatste dagen voelden vooral Togolezen zich ongemakkelijk nadat de pers van de oppositie het gerucht had verspreid dat commando's uit Togo in Ivoorkust waren aangekomen om het Ivoriaanse leger te helpen eventuele rellen de kop in te drukken.

De verkiezingen in Ivoorkust komen op een moment dat het land nog nadreunt van de devaluatie van zijn munteenheid, de CFA-frank, in januari vorig jaar met maar liefst vijftig procent ten opzichte van de Franse franc. Volgens de regering heeft de devaluatie geleid tot een aanzienlijke verhoging van de economische groei. Zij had echter ook een stijging van het prijspeil met enkele tientallen procenten tot gevolg. “Alles is duurder geworden”, zegt Jean-Claude 'met de baard', een van de breinen achter de demonstraties van de oppositie in de volkswijk Yopougon. “Ik heb geen werk en moet voor twaalf mensen zorgen. De regering heeft de economie verprutst.”

Ook de etnische verdeeldheid onder Ivorianen is door de stembusstrijd versterkt. “Iedereen denkt dat de PDCI de partij van de Akan is (een etnische groep in Ivoorkust), terwijl de FPI juist gezien wordt als een partij van het westen van het land”, aldus professor Ekanza, deken van de faculteit der letteren van de universiteit van Cocody en vooraanstaand lid van de PIT, een kleine oppositiepartij die wel een presidentskandidaat heeft gesteld. “President Bédié kan niet zomaar campagne gaan voeren in het westen omdat dat tot grote problemen zou leiden.”

De perikelen rond de kandidatuur van Ouattara hebben ook nog eens de tegenstellingen tussen de diverse religieuze groeperingen doen toenemen. In Ivoorkust zijn moslims de grootste bevolkingsgroep, maar van oudsher voelen zij zich achtergesteld bij de katholieken. De tegenwerking van de kandidatuur van Ouattara heeft de onvrede onder de moslims, met name in het noorden, doen toenemen. De toestemming van de regering aan de moslim-gemeenschap om een moskee te bouwen op het Plateau, het zakencentrum van de stad, (de bouw wordt 'bij toeval' in de verkiezingstijd afgerond) heeft aan die onvrede weinig veranderd.

Bij de regeringspartij, de PDCI, mag dit alles de pret niet drukken. Deze verkiezingen zijn net zo democratisch als die van u in Europa, zegt de coördinator van de campagne, Bernard Ehui-Koutoua, in het hoofdkwartier van de partij in de chique wijk Cocody. “Dat de oppositie niet aan de verkiezingen wil meedoen is hun probleem. Wij hebben een duidelijk programma aan de kiezer gepresenteerd en die kan daar ja of nee op zeggen. En bovendien, er zijn toch internationale waarnemers die kunnen bepalen of alles eerlijk verloopt?”

Terwijl Ehui-Koutoua spreekt wachten er buiten zijn bureau ten minste vijftig mensen om hem te spreken. “In die gesprekken wordt de prijs van de stem van een dorp of een groep bepaald”, zegt Kouassi Kra Bernard, een student politieke filosofie aan de universiteit van Abidjan. Onder de aanwezigen bevindt zich een zingende dwerg die met zijn liedjes tegen aids nationale bekendheid begint te krijgen. Op de Ivoriaanse televisie heeft hij gisteren nog verteld dat hij door zijn liedjes geld probeert te verzamelen om natuurkunde te gaan studeren in het buitenland.

Om de rol van de waarnemers moet professor Ekanza hartelijk lachen. “Hoeveel zijn het er, zestig of honderdvijftig? Kunnen die over heel Ivoorkust nagaan of het proces eerlijk is verlopen?” Velen in Abidjan twijfelen of de waarnemers, die via een aantal seminars van in totaal anderhalve dag op hun taak worden voorbereid, Ivoorkust wel goed genoeg kennen om hun werk te kunnen doen. Slechts één van hen, een Zwitser, arriveerde op de afgesproken datum van 1 oktober.

Vier Duitsers die maandag arriveerden, buigen zich bij het ontbijt in hun hotel onder het genot van een kopje koffie en een croissantje gezamenlijk over een boekje met daarin wat basisgegevens over Ivoorkust. Voordat een waarnemer ook maar iets heeft waargenomen, heeft de UNDP overigens al haar afstand genomen van de missie. “Onze taak bestaat er alleen maar uit om de waarnemersmissie technisch te coördineren”, zo liet de organisatie in een persverklaring weten. Ook Ehui-Koutoua's bewering dat Bédié, net als politici in Europa, een programma verdedigt met daarin concrete beleidsvoorstellen doet internationale waarnemers lachen.

Uit een boek dat een lid van de PDCI over de president schreef, blijkt dat diens politieke ideeën voor die partij niet echt nodig zijn om op Bédié te stemmen. De president heeft bloed in zijn aderen van een Afrikaans koningshuis en stamt af van een aantal respectabele chefs. Vanaf zijn geboorte was al duidelijk dat hij een nanan (een wijze die het voor het zeggen heeft) zou worden. Het is niet meer dan normaal dat zo'n 'geschenk van God' de chef van het hele land wordt.

Een toename van de xenofobie en de interne verdeeldheid, de dreiging van geweld, is de democratie in Ivoorkust dat allemaal waard? Bazile-Finley van de UNDP: “Afrika moet naar een vorm van democratie zoeken die bij zijn tradities past. Het simpelweg kopiëren van Westerse voorbeelden heeft geen zin en kan ook veel kapot maken. Voordat de verkiezingen in Burundi in 1993 plaatshadden, was het een modelland. Er waren natuurlijk spanningen tussen Hutu's en Tutsi's maar de Wereldbank en het Internationale Monetaire Fonds waren zeer te spreken over de economische politiek van het land. De betalingsbalans was in orde en de ontwikkelingsprojecten waren zeer succesvol. Nu is er een burgeroorlog, en dat komt zeker ook door de verkiezingen die de spanningen tussen Hutu's en Tutsi's die al bestonden, sterk hebben aangewakkerd. Misschien dat Oeganda een voorbeeld vormt voor het continent. Daar heeft de leider, Museveni, politieke partijen afgeschaft en geprobeerd om de Oegandezen op lokaal niveau directe inspraak gegeven. Misschien dat dat de weg vooruit voor Afrika is. Wat de laatste maanden in Ivoorkust gebeurd is, is dat zeker niet.”