Personeel huis van bewaring 'steelt, blowt en feest'

Personeel van het huis van bewaring aan de Havenstraat in Amsterdam wordt gebrek aan discipline verweten. Er is sprake van drank- en ook drugsproblemen en voor de gedetineerden is weinig aandacht.

AMSTERDAM, 21 OKT. “Een losgeslagen bende.” Zo omschrijft Marcha, een vrouwelijke ex-bewaker-portier (Bewa), haar voormalige collega's van het Amsterdamse huis van bewaring Havenstraat. Een penitentiaire-inrichtingswerker (PIW'er) die jarenlang in de Havenstraat heeft gewerkt zegt dat onder het personeel geen discipline meer heerst. “Daardoor is de aandacht voor de gedetineerden minimaal.”

Uit notulen van een overleg tussen directie en personeel blijkt dat het onderwerp discipline regelmatig aan de orde komt. “De directie gaat met de disciplinering van het personeel aan de slag”, aldus aantekeningen van 27 januari dit jaar. Een terugkerend punt van zorg is het drank- en softdrugsgebruik van inrichtingswerkers en bewakers. Onder het punt 'verslavingsproblematiek bij personeel' staat: “Alcoholgebruik is onderdeel van het verzuimbeleid, softdrugsgebruik zou dit ook moeten zijn.” Volgens Marcha kwamen zij en haar collega's regelmatig te laat op het werk of meldden ze zich ziek omdat ze tot diep in de nacht hadden geblowd. “Dat kon allemaal. Ik dacht dat werk in een gevangenis strikt en streng zou zijn, maar de sfeer was er een van: je moet ook lol kunnen trappen.”

Een hoofdverdachte in de zaak van de VSB-kluisjesroof wist onlangs uit de Havenstraat te ontsnappen omdat, aldus de PIW'er, “de vrouw en de twee mannen die toezicht moesten houden meer in elkaar waren geïnteresseerd dan in de gedetineerden en hun bezoek”. De rijksrecherche onderzoekt de toedracht van deze ontsnapping. De rijksrecherche onderzoekt ook hoe vorig jaar een van de hoofdverdachten in een grote drugszaak, Walter D., een draagbare telefoon in zijn cel kon hebben. Voor sommige PIW'ers is duidelijk hoe de - inmiddels wegens niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie vrijgelaten D. - aan zijn telefoon is gekomen. Laksheid van het personeel, zegt een PIW'er van de Bijlmerbajes.

Vorige week stelde de dienst Landelijke Bijzondere Bijstand met vijftig man een onderzoek in naar een vuurwapen dat in de inrichting zou zijn gesignaleerd. Ook in de auto's van het personeel werd gezocht. “Op uitdrukkelijk verzoek van het personeel zelf”, zegt de directeur van de Havenstraat, J. van den Brand. Er werd niets gevonden.

De dienst landelijke bijzondere bijstand (LBB), die speurtocht naar het vuurwapen uitvoerde, bestaat uit PIW'ers en Bewa's die speciaal zijn getraind voor acties in penitentiaire inrichtingen. Volgens de genoemde PIW'er van de Bijlmerbajes was het niet meer dan terecht dat de auto's werden onderzocht.

“De Havenstraat heeft onder gedetineerden die bij ons komen zowel een slechte als een goede naam. Enerzijds is er voor hen van alles mogelijk, denk maar aan de telefoon van D. Anderzijds krijgen we regelmatig signalen dat het personeel van de Havenstraat steelt van gedetineerden.” Aldus de Bijlmer PIW'er. Op dit moment onderzoekt de rijksrecherche de aangifte van diefstal van zevenhonderd gulden. Een gedetineerde had dit geld afgedragen aan personeel van de Havenstraat en even later was het bedrag verdwenen. Diefstal op de werkvloer, gebrek aan aandacht voor gedetineerden - de klachten zijn legio.

Terugkijkend op haar werk in de Havenstraat constateert Marcha dat haar ex-collega's niet serieus met hun werk bezig waren. “De ene staat op het werk te dansen, de ander zit onderuit gezakt in zijn stoel, weer anderen zitten elkaar voor de grap achterna.” Dat alles voor de ogen van de gedetineerden.

Ook de houding van mannelijke personeelsleden jegens hun vrouwelijke collega's noopt tot bezinning. Zo wordt er in de notulen op gewezen dat mannelijke personeelsleden zich niet te 'hijgerig' moeten gedragen. Op de werkvloer werd niet alleen over het onderwerp seks gespróken. Marcha, zegt dat ze een keer een collega van zich af heeft moeten houden. Ze memoreert het verhaal van twee bewaarders die tijdens hun werk de dienstlift gebruikten voor hun liefdesspel. In verband met verhoudingen tussen gedetineerden en bewaarders, de zogeheten 'kwetsbare relaties', is in de Havenstraat gezocht naar een 'vertrouwenspersoon voor vrouwelijke collega's'.

In de notulen wordt herhaaldelijk gewezen op een gebrekkige 'basiswerkhouding'. “Omdat de basiswerkhouding slecht is, zijn de douches/toiletten en garderobes niet schoon.” De bewaarder die jarenlang op de Havenstraat werkte wijt deze verloedering van de 'basiswerkhouding' aan onverschilligheid van de leiding. “Er zijn in het verleden buiten de normale procedures voor PIW'ers allerlei mensen binnengehaald, met name vrouwen en allochtonen. Vrijwel zonder enige scholing zijn die mensen op plekken gezet waar ze een enorme verantwoordelijkheid moeten dragen. Het is toe te juichen dat mensen in achterstandspositie worden aangenomen, maar dan moet je ze ook begeleiden en dat gebeurde niet.”

Marcha is via het zogeheten Integraal Werkgelegenheidsproject Allochtonen (IWA) de Havenstraat binnengekomen. Om voor het IWA-project in aanmerking te komen moest zij langer dan een half jaar werkloos zijn. Ze zou onder strikte begeleiding komen te werken. Daarvan heeft ze weinig gemerkt, zegt ze. Op dit moment volgt zij een cursus bewaking/beveiliging. “Ik heb daar de eerste lessen meer geleerd dan de negen maanden die ik in de Havenstraat zat.” Nu pas, zegt ze, leert ze hoe om te gaan met lastige of agressieve mensen, met relaties op het werk of met mensen die een voorkeursbehandeling vragen. “Ik leer wat wel en niet kan op het werk. Als je in een winkel surveilleert en een klant begint een praatje met je, dan moet je hem fatsoenlijk maar kort te woord staan. Je bent aangesteld om de boel in de gaten te houden, niet voor de gezelligheid.”

Directeur Van den Brand van het huis van bewaring Havenstraat wil geen commentaar geven. “Wanneer bewaarders anoniem met de pers willen praten moeten ze dat doen. Ik ga er niet op in.”

Volgens H. Aalbers van de Bond van Personeel bij de straf- en aanverwante gestichten (BPSAG), werkzaam in de penitentiaire inrichting in Scheveningen, is geen sprake van een structureel gebrek aan discipline in de Havenstraat. “Juist omdat we kritisch kijken naar het gedrag van justitiemedewerkers wijzen we op de gevaren van drank- en softdrugsgebruik van medewerkers. Dat kan je in de notulen over mijn inrichting ook lezen. Dat wil nog niet zeggen dat het structureel voorkomt. Ik ken de Havenstraat als een modelinrichting voor wat betreft inspraak en medezeggenschap van het personeel.”

    • Hans Moll