Orkater: feestelijk theater over moord

Voorstelling: Wie vermoordde Mary Rogers? van Jan Veldman door Orkater. Muziek: Vincent van Warmerdam; decor: André Joosten; regie: Willem van de Sande Bakhuyzen; spelers: Caya de Groot, Gijs Scholten van Aschat, Peter Blok e.a. Gezien 20/10 Toneelschuur, Haarlem. Te zien t/m 28/10 aldaar. Tournee t/m 31/1

Hoe grillig het net van raadsels ook is rondom de legendarische moord in de hete Newyorkse zomer van 1841 op het sigarenmeisje Mary Rogers, één zaak staat buiten kijf: het betreft hier een literair fenomeen van de hoogste orde. Mogelijk was het de schrijver Edgar Allan Poe zelf, vader van een unieke mengeling van horror, dood en schoonheid, die haar doodde en naderhand in de rivier de Hudson gooide. Tijdens het politieonderzoek is hij nooit ondervraagd, terwijl Poe bij haar sigaren en tabak kocht en een jaar na de moord met een verhaal kwam, The Mystery of Marie Rogêt. Weliswaar verplaatst naar Parijs, maar voor de goede speurder barstensvol feest der herkenning. Toch werd Poe in zijn tijd niet schuldig geacht.

In de voorstelling die Orkater van dit moordmysterie maakt, op tekst van Jan Veldman, is Poe van meet af aan de schuldige. Dat zou een zwaktebod kunnen zijn, toch hielden de acteurs de spanningslijn strak gespannen. Gijs Scholten van Aschat zet de schrijver volmaakt neer, met bleke ingevallen wangen, holle ogen en verwarde haren. Als een schichtige gestalte dwaalt hij door de voorstelling; een man wiens verstand is aangetast door een verziekt geweten. Zijn tegenspelers Peter Blok en Porgy Franssen, de commissaris en detective Dupin, dwingen hem op subtiel-strategische wijze de waarheid onder ogen te zien. Maar de schrijver wìl geen waarheid; hij wil de leugen en de fictie, zíjn fictie. En in het universum van zijn intriges is hijzelf de onschuldige en is een zeeman die in hetzelfde pension verblijft als Mary Rogers de moordenaar.

De schrijver die een moord begaat ter meerdere eer en glorie van de literatuur inspireerde Orkater tot een vindingrijke, feestelijke voorstelling, het beladen onderwerp ten spijt. De muzikanten op het podium zorgen met de elegische en tegelijk dramatische muziek van Vincent van Warmerdam voor onmisbare begeleiding; Van Warmerdam weet muziek te koppelen aan taalnuances. Er zijn ook nauwelijks te duiden, hilarische scènes die aan de voorstelling het passende fantasierijke karakter geven. Wat te denken van een ballet van drie heren met pijp? Of de spiritistische scéance waarin het lijk van Mary Rogers voorbijzweeft?

De moord op het arme meisje, gespeeld door Caya de Groot, wordt telkens opnieuw uitgevoerd, alsof een thrillerschrijver keer op keer hetzelfde probeert maar dan in andere woorden. Uiteindelijk ligt Mary Rogers als Ophelia in het water uitgestrekt op de grond, lieflijk, onaanraakbaar in haar dood. Zelden zie je een voorstelling die zo van binnenuit is gedacht. De acteurs en musici nemen feilloos alle scènewisselingen, die vaak van illusie naar realiteit zwenken, van de verbeeldingskracht van Poe naar de realistische strikvragen van de commissaris en de detective. Poe moet vallen, en dat gebeurt. Hij verdwijnt in de nacht, tot we helemaal aan het slot een prachtig nachtlied van het meisje te horen krijgen, waarnaar Poe ontroerd luistert. “Somebody comes today.// Het water sijpelt koud/ Door de kieren van mijn kleren.” Uit liefde voor Mary vermoordde Edgar Allen Poe haar. Om haar voor altijd voor zichzelf te behouden.