Operatie Victor is gratis training voor dealers

'Victor' trekt in Rotterdam zijn spoor. Politie en justitie pakken sinds juli op grote schaal drugspanden en buitenlandse drugstoeristen aan. Het project Victor, de spraakmakende actie tegen de drugsoverlast, bevordert voor het moment misschien orde en veiligheid. Bewoners uit de Rotterdamse buurten met drugsoverlast voelen zich nu gesteund in hun eigen 'War on Drugs'. Maar is het effect van 'Victor' eenduidig positief te noemen?

De politie-acties leiden onbedoeld tot versterking van het beeld, dat drugsverslaafden de veroorzakers zijn van het merendeel van de overlast in de grote steden. De begrijpelijke ophef over de drugsoverlast in de grote steden, veroorzaakt door een relatief klein groepje van verslaafden leidt tot een ware junkenjacht. Men vergeet echter dat 20.000 drugsverslaafden in Nederland (van de in totaal 25.000) niet of nauwelijks vervallen in crimineel of hinderlijk gedrag.

De toenemende stigmatisering van verslaafden en verslaving is onder meer merkbaar aan onaangename taferelen op voorlichtingsbijeenkomsten voor buurtbewoners. Onlangs zag ik dat van dichtbij in een Rotterdamse wijk waar vrijwel geen drugsoverlast voorkomt. Het verzet van sommige bewoners tegen lokaties van verslaafdenzorg mist realiteitsgehalte. De sluiting van Perron Nul, project Victor en de media-aandacht hebben heftige emoties aangewakkerd.

Dat heeft ernstige gevolgen voor de herstelmogelijkheden van verslaafden. Epidemiologische analyses wijzen uit, dat bij het herstel van verslaafden de rol van de natuurlijke omgeving minstens zo groot is als die van de professionele hulpverlening. Vrienden, kennissen, buren, maar ook de verkoopster achter de toonbank spelen een onvervangbare rol bij de dagelijkse confrontaties en oppeppertjes. De bereidheid van burgers om verslaafden nog maar een blik waardig te keuren lijkt gaandeweg weg te ebben. Laat staan hen in de dagelijkse omgang onbevangen tegemoet te treden.

Is de drugsoverlast wel de voornaamste factor voor onveiligheid? De ophef in de volksbuurten lijkt eerder op het chronische gevoel van achterstand en achterstelling.

Daarnaast kunnen de eerste signalen van verhoogde risico's voor de volksgezondheid en de gezondheid van individuele verslaafden worden vastgesteld. Berucht is het 'onderduikgedrag' van opgejaagde verslaafen, die daardoor gemakkelijker terugvallen tot onveilig vrijen (hiv, geslachtsziekten), delen van spuiten (hepatitis, hiv) en het niet afmaken van noodzakelijke medicijnkuren (resistente tbc).

Victor zal ongetwijfeld tijdelijk de overlast reduceren. Daarnaast blijken de zojuist gesloten drugspanden enkele straten verderop, eventueel een wijk verderop, weer open te gaan. Het meest tastbare effect zal het 'afdraaien' van enkele drugtoeristen zijn. Ik vrees echter dat, zolang de prijzen voor de dope laag blijven, kopers de rondvliegende trottoirtegels van buurtbewoners zullen trotseren.

Daarnaast is het besluit van de opheffing van Perron Nul verleden jaar misschien wel de start geweest voor een aanmerkelijke toename van overlast. Latente frustraties en onmacht in wijken kregen ineens een gezicht.

Het mag een klein wonder heten, dat er nog geen grote ongelukken hebben plaatsgevonden. Project Victor werkt onbedoeld als een gratis commandotraining voor dealers en andere belanghebbenden bij de drugsbusiness. Niet altijd en overal zijn buurtbewoners in staat zich zodanig te organiseren dat zij steeds tegenwicht kunnen bieden aan de concentraties dealers en verslaafden. Indien je dergelijke processen niet adequaat in de hand kan houden is het de vraag of het zo verstandig is het vuur op te poken.

Door de acties worden steeds meer opgepakte verslaafden op de stoep van crisisklinieken en afkickcentra geplaatst. Motivatie is bij hen doorgaans afwezig, de juridische en programmatische mogelijkheden deze mensen te binden zijn nihil. Natuurlijk zijn er tal van veelbelovende drang- en dwangprogramma's in de maak. Hun capaciteit is echter nog gering, de effectiviteit nog onderwerp van experimentatie. Over twee à drie jaar kan hierover meer gezegd worden.

Inmiddels ontstaat in de bestaande voorzieningen de situatie dat enigszins gemotiveerde cliënten hun plaats zien ingenomen door cliënten die totaal niet gemotiveerd zijn. Diegenen die wíllen mogen niet, diegenen die móeten kunnen niet. De laatsten vertrekken na enkele uren of dagen na het aanrichten van de nodige commotie. Naar beide groepen verslaafden toe efficiencyverlies.

Dit is temeer schrijnend als men bedenkt dat er landelijk slechts zo'n 2.500 voltijdbanen kunnen worden ingezet in de ambulante en intramurale verslavingszorg (verdeeld over zowel alcohol-, drug- als gokproblemen). De capaciteit van een middelgroot ziekenhuis. Slechts een procent of 7 van alle verslaafden kan bij volle klinieken en programma's op jaarbasis een behandelaanbod geboden worden. Naar verwachting 10 tot 12 procent klopt aan voor een hulpvraag. Een duidelijke overvraag dus, die vraagt om een verstandige aanpak.

Mensen in de overlastwijken hebben vooral behoefte aan een langdurige aanpak. Zij beseffen zeer goed, dat beëindiging van 'Victor' de terugkeer van de overlast is.

Wellicht is een gerichte dosering van de frequentie en de kracht van de politie-acties te overwegen. Psychologisch waarschijnlijk effectiever. Burgers verwachten niet bij elke overlastuiting een politiepeloton en zullen zich meer uitgenodigd voelen tot constructieve acties.

'Victor' leidt ook op het gebied van de volksgezondheid tot ongewenste ontwikkelingen. Zaken die een nadere studie vergen.

    • F.H.R. Leenders