Op Antillen bestaat 'witwassen' niet, maar het wordt aangepakt

In internationale publicaties over de financiering van de georganiseerde misdaad worden de Antillen en Aruba genoemd als kwetsbare achterdeuren van Nederland. De kritiek is niet terecht, zeggen functionarissen op Aruba en de Antillen. Toch komt er begin volgend jaar wetgeving om witwassen te bestrijden.

Met machinepistolen in de aanslag dringt een groep gangsters uit Venezuela een filiaal binnen van de Banco di Caribe in Willemstad. Met een buit van 1,2 miljoen dollar op zak nemen ze de wijk, maar ze worden klemgereden door de politie van Curacao. Tijdens het vuurgevecht dat volgt wordt een van de Venezuelanen gedood.

Op de Antillen wordt nog dagelijks gepraat over het incident dat twee weken geleden plaats vond. Niet alleen omdat het bloedige einde van de overval op de televisie werd getoond, maar ook vanwege buit die bij de bandieten werd aangetroffen. Het grootste deel van de 1,2 miljoen kwam niet uit de kluizen van de bank, maar werd door de gangsters van de aanwezige klanten geroofd. Zo raakte een Arubaan een koffer kwijt die volgepropt zat met 350.000 dollar aan cash.

Wat deed die Arubaan met zijn koffer vol groene biljetten bij de bank? “Dat is stom toevallig,” zegt E. de Kort, directeur-eigenaar van de Banco di Caribe. “'s Ochtends had die kerel gebeld met de vraag of hij 350.000 dollar kon omwisselen in cheques. Ik heb hem gezegd dat dat absoluut niet kon. Daarvoor heb ik twee getuigen. Toen is hij 's middags toch gekomen met het geld. Toevallig net toen de overval plaatsvond.”

Grote cash-stortingen zijn tegenwoordig per definitie verdacht. De georganiseerde misdaad verdient over de hele wereld tientallen miljarden per jaar aan de drugshandel en moet dat vermogen een legale bestemming zien te geven. Liefst op zo'n manier dat niet meer te traceren valt waar het kapitaal vandaan komt: witwassen.

Bij de beroofde Banco di Caribe (250 medewerkers en filialen op Aruba, Bonaire en Curacao) is nog nooit geld witgewassen, zegt De Kort die ook voorzitter is van de vereniging van lokale banken op Aruba. Jaren geleden is hem als directeur wel eens een lucratief aanbod gedaan, erkent De Kort, “maar dat heb ik verontwaardigd van de hand gewezen. Als witwassen al plaatsvindt, zou het bij de internationale banken (de offshore banken) moeten gebeuren.”

Een bankier uit de off-shore-sector van Curacao - die anoniem wil blijven - is het met dat laatste niet eens. “Geen enkel serieus bedrijf doet mee aan witwassen. Als het wel gebeurt, worden die bedrijven misbruikt. Witwassen begint met het brengen van cash-geld in het girale verkeer. We nemen hier op Curacao al jaren geen grote cash-transacties meer aan.”

Als witwassen op de Antillen en Aruba niet gebeurt, dan hebben de eilanden toch op zijn minst de schijn tegen zich. In recente publicaties zoals 'Bloedsporen' van Danny Illegems en Raf Sauviller en 'De Witwassers' van Jeffrey Robbinson komen telkens dezelfde argumenten naar voren. Aruba en de Antillen zijn belastingparadijzen, vlak bij de kust van Zuid-Amerika, waar massaal cocaïne wordt geproduceerd en de drugsmafia belangrijke bases heeft. Ook de goede financiële infrastructuur op de eilanden, en de intensieve geldstromen die het toerisme op gang brengt, worden voortdurend genoemd. Robbinson schrijft dat eilanden als Aruba “expres te zijn opgezet voor mensen die hun geld willen verbergen.” En bronnen die strikt anoniem willen blijven, houden vol dat het op de Antillen en Aruba nog steeds mogelijk is grote sommen cash te storten, wat bankiers ook mogen beweren.

Om de indruk weg te nemen dat de eilanden behalve belastingparadijzen ook aangename witwas-oorden zijn, hebben de Antillen en Aruba anti-witwas-wetgeving voorbereid. Als de parlementen er mee in stemmen, komt er vanaf 1 januari een identificatieplicht bij financiële transacties en moeten banken en andere financiële instellingen verplicht melding maken van 'ongebruikelijke transacties'. Daarbij gaat het om alle contante stortingen van boven de 10.000 dollar (of 15.000 gulden) of om even grote wisseltransacties van de ene valuta in de andere. Een onafhankelijk meldpunt bekijkt dan welke transacties als verdacht moeten worden beschouwd en moeten worden doorgespeeld naar justitie.

Deze maatregelen op Aruba en de Nederlandse Antillen - in het jargon de Wet melding ongebruikelijke transacties (MOT) - zijn vrijwel evenbeelden van de wetgeving in Nederland dat sinds februari vorig jaar een dergelijke meldingsplicht voor financiële instellingen kent. Nederland bemoeit zich dan ook met het voorbereiden van de maatregelen in de overzeese gebiedsdelen. Op de Antillen gebeurt dat vooral als adviseur op enige afstand. Aruba is door haar kleinschaligheid een ander geval. Daar is het plaatsvervangende hoofd van het Nederlandse meldpunt ongebruikelijke transacties druk doende het plaatselijke meldpunt op te zetten.

Aan de totstandkoming van de wettelijke meldingsplicht op Aruba en de Nederlandse Antillen zijn intensieve discussies vooraf gegaan. In bepaalde opzichten zijn de voorgenomen maatregelen 'strenger' dan in Nederland. Zo wordt op Aruba en de Antillen 'witwassen' als een apart artikel in het wetboek van strafrecht opgenomen, terwijl dat vergrijp in Nederland onder 'heling' valt. Een Nederlandse officier van justitie moet die heling ook aantonen voordat er van witwassen sprake kan zijn, hetgeen geen geringe klus is.

Ook moet op de Antillen en Aruba al gemeld worden als er een bedrag van meer dan 15.000 gulden in het spel is. In Nederland bedraagt die grens 25.000 gulden. De Kort van Banco di Caribe vindt dat geen verstandige keuze. “Dit is een cash-community. Een klant haalt 50.000 gulden van de bank omdat hij een auto wil kopen. Dat is heel normaal. De grens zou dus juist hoger moeten liggen.” De keuze voor het bedrag lijkt een kleine overwinning van de opsporingsinstanties. Procureur-generaal Pietersz van de Nederlandse Antillen, de baas van het openbaar ministerie, zegt dat er voor dat kleinere bedrag is gekozen “omdat wij hier dicht bij de bron zitten. Curacao ligt drie kwartier van het vasteland. Het gevaar is groter dan in Nederland om veel kleine hoeveelheden cash binnen te krijgen.”

Op een ander punt heeft het openbaar ministerie niet zijn zin gekregen. Zowel Pietersz als zijn collega procureur-generaal op Aruba Zwinkels hadden graag gezien dat het op te richten meldpunt ongebruikelijke transacties onder de respectievelijke ministeries van justitie zouden resorteren, net zoals in Nederland. Maar het 'MOT' komt in beide landen onder de minister van Financiën. De Arubaanse minister van Justitie Vos is juist blij met die keuze. “Als je het meldpunt onder de procureur-generaal brengt, krijgt je de indruk dat alle gemelde transacties meteen strafrechtelijk verdacht zijn.” De Centrale Bank van de Nederlandse Antillen wijst er in dit verband nadrukkelijk op dat de Antillen en Aruba kleine gemeenschappen zijn. Directeur C. Monte: “Het gaat om gevoelige financiële informatie van individuen. Als ik in Groningen zit, is het meldpunt in Zoetermeer ver weg. Maar hier zit een groot deel van de banken vlak bij elkaar. Iedereen kent iedereen. Kunt u zich voorstellen dat mensen ontzettend voorzichtig zijn om informatie te geven?”

Volgens een ingewijde heeft op de Antillen echter ook een ander aspect een rol belangrijke rol gespeeld. De vorige minister van Antilliaanse zaken in Den Haag, Hirsch Ballin, was ook minister van justitie. Zijn strengere bemoeienis met de overzeese gebieden, en speciaal ook met de rechtshandhaving, is sommigen op de Antillen in het verkeerde keelgat geschoten. Het MOT mocht dus in geen geval onder Justitie vallen.

Over de praktische noodzaak om met een dergelijke zware meldingsplicht tegen witwassen te komen, is men het op de eilanden allerminst eens. Op Aruba lijkt de politiek vooral met de maatregelen in te stemmen omdat daarmee voldaan wordt aan internationale afspraken over de bestrijding van het witwassen. “De buitenlandse kritiek is enkel gebaseerd op vermoedens,” zegt Henny Eman, minister-president van Aruba. Hij spreekt over het meest recente, zeer kritische rapport van het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken dat Aruba (net als Nederland zelf overigens) het etiket high risk heeft opgeplakt. Eman vindt de houding van de Verenigde Staten en Europa nogal hypocriet. “Het wit te wassen geld komt uit Europa en de Verenigde Staten waar de markt voor drugs is. En in Zuid-Amerika vindt de produktie plaats. In het ergste geval fungeren wij als tussenstation omdat zij hun grenzen niet dicht kunnen houden.”

Ook Emans minister van justitie Vos gelooft niet dat er op Aruba misdaadgeld witgewassen wordt. Vos: “Transacties die niet door de beugel kunnen, dat komt op Aruba niet voor. Er zijn maar drie notarissen op het eiland.” Dat een van hen nu vervolgd wordt in de miljoenenfraude rond de bouw van het Beta-hotel, weet ook Vos: “Maar die notaris heeft nooit gefaald in zijn praktijk. Dit is in feite de eerste keer.”

De Arubaanse centrale bank lijkt de zienswijze van de regerende politici te steunen. Ze acht het “uitermate onwaarschijnlijk” dat de Arubaanse bancaire sector op grote schaal voor witwaspraktijken misbruikt wordt. Directeur K. Polvliet: “Het is hier erg overzichtelijk. Er zijn maar zes lokale banken en wat off-shore. Bij witwassen praat je al gauw over miljardenbedragen. Opgeteld hebben de banken hier een balanstotaal van 1,5 miljard Arubaanse florin.” Sinds 1986 is er op het eiland al een 'informele meldingsplicht', een gentlement's agreement tussen banken om contante transacties boven de 10.000 dollar te registreren. Voor zover de centrale bank weet is er op basis daarvan nog nooit bij justitie aangifte gedaan van een vermoeden van witwassen, aldus Polvliet. Maar betekent dat nu dat er weinig gebeurt, of betekent het dat er niets gemeld wordt? Gebeurt het misschien onzichtbaar voor de centrale bank? “Voor zover wij kunnen nagaan niet.” Polvliet zegt ook geen aanwijzingen te hebben dat er bij de Arubaanse Interbank dingen gebeuren die het daglicht niet kunnen verdragen. De Interbank heeft nauwe banden met de machtige familie Mansur, van wie sommige leden regelmatig in verband gebracht worden met drugshandel.

De houding van de collega bank van de Nederlandse Antillen - die toezicht houdt op de uit de kluiten gewassen financiële sector op Curacao en Sint Maarten - is een nuance anders. Directeur C. Monte zegt niet te weten of er een groot witwasprobleem bestaat, wat voor hem echter geen reden is te concluderen dat het niet bestaat. “Cijferopstellingen zijn er niet. Directe aanwijzingen dat het op grote schaal gebeurt hebben we niet, maar we komen wel incidenteel dingen tegen waarvan we zeggen: dat is een poging tot witwassen.”

De reden voor de antiwitwas-wetten lijkt - vooral op Aruba - meer de wens te zijn internationaal in de pas te lopen dan dat er bij politici echt een gevoel heerst dat er een daadwerkelijk probleem wordt aangepakt. Op Aruba en de Nederlandse Antillen laat men blijken trots te zijn op van het lidmaatschap van de Financial Action Task Force (FATF) (een onderdeel van de OECD, de club van industrielanden) ter bestrijding van de de internationale financiële criminaliteit, en dat van de Caraïbische zusterorganisatie CATF. Die organisaties hebben een reeks aanbevelingen opgesteld, waaronder de nu op de Antillen en Aruba in te voeren meldingsplicht voor financiële instellingen. Bovendien doen de organisaties periodiek onderzoek bij de lidstaten naar de voortgang bij de bestrijding van de witwasproblematiek. De conclusies van die onderzoeken zijn voor de Antillen en Aruba tamelijk positief geweest, zo wordt op de eilanden beklemtoond.

Toch zijn er op de eilanden ook instanties die denken dat er wel degelijk een witwas-probleem is. Hoofdofficier van justitie Jacques van Eck maakt zich juist zorgen over de financiële criminaliteit op zijn eiland. Hij is tien jaar lang in Den Haag officier van justitie geweest en heeft zich onder meer met dit soort zaken beziggehouden. “Er zijn aanwijzingen, onder andere in internationale rapporten, dat we op Aruba een probleem hebben.” Volgens Van Eck kan Aruba niet heen om de verhalen over infiltraties van de georganiseerde misdaad die telkens weer in boeken en tijdschriften verschijnen. Van Eck: “We moeten reëel zijn. Dit is een land met een goede financiëel economische infrastructuur in een regio die als instabiel geldt en behoorlijk wat criminele invloeden kent.”

Procureur-generaal Jan Zwinkels wil de mogelijke aanwezigheid van financiële criminaliteit evenmin ontkennen, hoewel hij op zijn hoede is. Alleen al praten over witwassen op Aruba is hem in het verleden zeer kwalijk genomen. Het werpt in de ogen van veel Arubanen een smet op het blazoen van het toeristische paradijs. Zwinkels: “Het probleem is dat eigenlijk niemand precies weet wat er gaande is. Ik hoop dat het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties en een goede criminele inlichtingendienst wat meer duidelijkheid verschaffen. Wij komen nu nauwelijks aan witteboordencriminaliteit toe. Meldingen van vermeend witwassen, van bedieglijke bankbreuk? Ik heb ze nog nooit gezien. En ik ga er niet zonder meer vanuit dat die misdrijven hier niet gepleegd worden.” Ook Zwinkels vindt de opbouw van expertise dringend noodzakelijk. Daar wordt op de Antillen en Aruba overigens al een begin mee gemaakt. Het NIBE (Nederlands Instituut voor Bank- en Effectenbedrijf) gaat cursussen geven aan bankemployees in het onderscheiden van mogelijke witwastransacties.

Volgens hoofdofficier Van Eck is de controle van de centrale bank op de banken “geen garantie” dat er niet wordt witgewassen. Bovendien is de florerende casinosector op Aruba in de ogen van de hoofdofficier “een potentiële bron van witwasactiviteiten”. Als de wettelijke meldplicht voor banken wordt ingevoerd zal, zo vreest Van Eck, een deel van de mogelijk dubieuze transcties van de banken naar de casino's verschuiven. Bij de casino's geldt nog geen meldplicht. De kwetsbaarheid van de casino's op Aruba is aanleiding geweest een gemengd Nederlands-Arubaanse commissie te benoemen die onderzoek gaat doen naar de problemen in die sector.

Deze commissie zal eveneens een onderzoek instellen naar de gevaren van de zogenaamde free-zone op Aruba - een met hekken afgesloten deel van het eiland waar allerlei goederen belastingvrij doorgevoerd kunnen worden. Die free zone was onlangs nog onderwerp van een fikse rel op het eiland. De Veiligheids Dienst Aruba (VDA), vergelijkbaar met de Nederlandse BVD, zou gegevens over cash-transacties in de free zone aan buitenlanse inlichtingendiensten hebben verstrekt. Volgens sommigen een normaal geval van het uitwisselen van informatie ten behoeve van internationale onderzoeken, maar anderen zagen het als een verraad aan Arubaanse burgers. De papiementstalige krant Diario publiceerde als bewijs de van de Douane afkomstige en door de VDA gebruikte vertrouwelijke lijst uit 1991 met namen van in de free zone werkende Arubanen die op het vliegveld grote sommen cash aangegeven hadden. In totaal gaat het om tientallen miljoenen aan contante dollars die het land binnenkwamen.

Op de registratielijst prijkt veelvuldig de naam van Mansur Trading Freezone - een bedrijf van de invloedrijke familie Mansur. En zo staat ook Roy Milton Harms van Rohar Trading zes keer genoemd met een totaal bedrag van bijna 2,5 miljoen dollar cash, meestal ingevoerd vanuit de stad Maracaibo in Venezuela. Volgens Harms betreffen die meldingen echter gewoon gereglementeerde handel met Zuid Amerika, waarin nou eenmaal veel cash omgaat. “Er zijn mensen die de vrije zone misbruiken voor vieze dingen, maar dat betekent niet dat de hele vrije zone vies is.” Harms zegt wel bezorgd te zijn over de slechte naam die Aruba er aan over houdt. Als uit het onderzoek blijkt dat het in de freezone helemaal verkeerd is, moet hij maar afgeschaft worden, zegt Harms. “Die prijs is te hoog voor ons.” Ook het openbaar ministerie op Aruba is blij dat er een onderzoek komt. Van Eck: “Natuurlijk is het mogelijk dat het om zuivere cash-transacties gaat, maar het kan ook een dekmantel zijn.”

Minister Vos van justitie lijkt de ophef over de casino's en freezone op zijn eiland maar overdreven te vinden. In afwachting van de resultaten van de onderzoekscommissie af “ontken ik dat er bij de casino's en in de freezone zwart geld wordt witgewassen”, zo zegt Vos. De nieuwe wet die het melden van ongebruikelijke transacties voor financiële instellingen verplicht stelt, kan met een eenvoudige aanpassing geschikt gemaakt worden voor sectoren als casino's en handelshuizen waar veel contante gelden omgaan.

De opsporingsinstanties op de Nederlandse Antillen en Aruba juichen de wetgeving tegen het witwassen toe, maar ze zetten wel vraagtekens bij de mogelijkheid met behulp van de meldingen criminelen te kunnen pakken. Vooral de Arubaanse hoofdofficier Van Eck is somber over de opsporingskansen gegeven de 'kleine winkel' waarover hij beschikt. Van Eck leidt een parket van zes officieren van justitie zonder veel ambtelijke ondersteuning en met slechts een part-time rechter-commissaris. Hij pleit dan ook voor justitiële samenwerking in koninkrijksverband bij de bestrijding van complexe, internationaal vertakte financiële criminaliteit.

    • Jaco Alberts