Onze leiders

De beste foto's van het weekeinde. President Boris Jeltsin, volkomen hersteld, zal weer een persconferentie houden en knijpt, op weg naar de microfoons, een secretaresse in de schouder. Het is het eerste plaatje van een serie. Op het tweede zie je haar reactie waaruit blijkt dat Rusland een conservatief land is. De tweede foto laat secretaris-generaal Willy Claes zien nadat hij zich vergeefs voor het Belgische Parlement heeft verdedigd. In zijn blik ligt wanhoop, uit zijn handen spreekt onschuld. De derde foto (van Bert Verhoeff in de Volkskrant): hoofdcommissaris Nordholt en voorzitter Van Traa begroeten elkaar.

(Hier zie je een fundamenteel vraagstuk verbeeld: op welke afstand tot elkaar genaderd moeten de begroeters hun hand uitsteken, en hoe ver? Hoe groter de afstand en hoe hoger de handen, hoe blijer ze zijn. Als A zijn hand eerder en hoger begint te heffen dan B dat doet, dan weet je meteen wie het blijst is. Beginnen ze tegelijk dan is er een zekere gelijkwaardigheid in de ontmoeting maar nog geen harmonie. Het kan namelijk wel zijn dat beiden pas op het laatste ogenblik hun hand zo laag mogelijk heffen. Je zou het in een eenvoudige formule kunnen onderbrengen waarbij X en Y de ontmoeters zijn, terwijl a voor afstand en h voor hoogte staat. Voorbeeld: X heft zijn hand als a 5 meter bedraagt en doet dat op h 1,10 meter. Y begint al bij a = zes meter en heft tot h = 1,50. We berekenen dan het verschil: X (a x h) min Y (a x h). Het produkt geeft de relatieve blijheid aan. In dit geval is Y 35 eenheden blijer dan X. De blijheid is dus het produkt van afstand en hoogte.

Een deskundige bij wie ik deze formule toetste, voegde eraan toe dat je op overeenkomstige manier de kwaliteit van het afscheid kan meten en weergeven. Overigens: de foto van de heren Nordholt en Van Traa kan geen doorslaggevend bewijsmateriaal zijn. De ontmoetingsmotoriek is immers al begonnen. Er is alleen een aanwijzing: dat de commissaris iets blijer is dan de voorzitter, want laatstgenoemde blijft staan en heeft, althans van dit standpunt gezien, zijn hand ongeveer 10 centimeter lager geheven. Overigens houden beiden hun hand in ontwapenende argeloosheid wijd open. Tot zover deze kleine wetenshap.)

Willy Claes heeft mijn sympathie. Hij staat, zoals Alger Hiss het heeft genoemd, in the court of public opinion, voor het tribunaal van de openbare mening. Dat heb ik al eens beweerd, aan het begin van het jaar. Onheil spelde zich boven zijn hoofd. Ik heb toen de beroemde passage over de laster van Beaumarchais overgeschreven. 'Laster,' zingt Basilio in Rossini's De barbier van Sevilla, 'is als een zacht briesje, een vriendelijk zuchtje dat onmerkbaar, zoetjesaan begint te ruisen. Zachtjes dicht bij de grond, lispelend, gaat het rond, dringt behendig binnen in de oren van de mensen, en doet hun hoofden en hun hersenen duizelen en opzwellen. En als het uit hun mond komt, groeit het gekakel, vliegt reeds van plek tot plek, wordt tot donder, storm die diep in het bos fluit en rommelt en je van gruwel doet ijzen. Tenslotte loopt het over en spat uiteen, verbreidt zich, verdubbelt zich en brengt een explosie voort als een kanonschot, een aardbeving, een noodweer, een algeheel geraas, dat de lucht doet weergalmen. En de belasterde crepeert, door dit boosaardig noodlot, vernederd en vertrapt onder de gesel van de mensen.'

Telkens als ik de secretaris-generaal zie is hij weer magerder geworden. Hoe mooi Beaumarchais het ook heeft verwoord, hij heeft één aspect van de laster niet genoemd. Dat is de geestelijke, of zielkundige, noem het de psychische versie van de vleesetende bacterie waarover begin dit jaar zoveel te doen is geweest. Ik heb er geen belerende bedoelingen mee. Beschouw het als deel van het moderne schouwspel dat televisienieuws heet.

Het hele jaar is het al een feestmaal voor kannibalen en het vorig jaar trouwens ook. Eerst hebben ze Michael Jackson afgekloven. Hij had het waarschijnlijk gedaan en heeft zich door zijn geld kunnen redden. De juridische gang van zaken heb ik niet nauwkeurig gevolgd maar wel een groot deel van de Grande Bouffe zoals die zich op de Amerikaanse televisie ontwikkelde. Vraatzucht verving recht. Toen O.J. Simpson; idem. Intussen was men hier, als m'n geheugen me niet bedriegt, ook al aan commissaris Nordholt begonnen, maar die heeft een stevig postuur. Zou dat een rol spelen? Zou Claes het er anders hebben afgebracht als hij meer op Norman Schwarzkopf had geleken? Niets is uitgesloten in de arena van de laster. Maar nu. Gesteld dat Claes in een proces van een jaar (waarin hij tot het laatste vel over zijn gebeente zal worden gereduceerd) onschuldig wordt bevonden: wat dan? Laster valt te beschouwen als een kwaadaardige manier van uitademen. Rechtvaardig zou het zijn als al die uitademers, de fluisteraars, de vrome hoog van de toren schreeuwers, dan verplicht zouden kunnen worden, al die met hun klanken beladen lucht weer in te ademen - een effect vergelijkbaar met wat je kreeg als je een ouderwetse gramofoonplaat tegen de bedoelde richting in draaide. Ook dat weer voor de televisie.

Aan president Jeltsin ben ik niet eens meer toegekomen. Vorig jaar zag ik, ook op de Amerikaanse televisie, een vraaggesprek met zijn rivaal Zjirinovski. Daar was maar één conclusie mogelijk: stapelgek. Nu deed ons bevriende staatshoofd voor wat hij met de hem onwelgevallig geworden minister Kozyrev wil doen. Ik kon daar niets anders uit opmaken dan: de nek breken. De daden van onze leiders geven meer dan ooit te denken.

    • S. Montag