Nijmeegse haute couture voor de paus

De firma Stadelmaier, producent van misgewaden, sleepte onlangs de grootste order uit haar geschiedenis binnen: de levering van 1.700 priesterkleden voor het pausbezoek aan de VS. Portret van het haute couture-huis voor de kerkmode.

NIJMEGEN, 21 OKT. Ooit werd de statige villa aan de Oranjesingel in Nijmegen bewoond door de familie Dreesmann. Nu zijn de vele vertrekken in gebruik als atelier, borduurkamer of showroom. Hier huist de firma Stadelmaier, producent van misgewaden, ook wel enigszins oneerbiedig de 'Dior voor de geestelijkheid' genaamd. Aan de muur foto's van de hoogtepunten uit de bedrijfshistorie: de paus die directeur Stadelmaier senior de hand schudt en een bisschopswijding in San Francisco waar echte Stadelmaiers worden gedragen. De trots van de collectie bevindt zich in een speciale map: kardinaal Bernardin van Chicago, die in 1982, gehuld in een Stadelmaier, op de cover van Time Magazine prijkte.

Van de ontkerkelijking is in het pand weinig te merken. Het bedrijf heeft net de grootste order uit haar 65-jarige geschiedenis achter de rug: ter ere van het bezoek van Zijne Heiligheid de paus - zoals de kerkvorst ten burele bij voorkeur wordt aangeduid - aan New York en New Jersey kreeg Stadelmaier opdracht 1.700 priestergewaden, stola's en dalmatica's te fabriceren voor liturgievieringen alsmede een gewaad voor de paus, een order van 200.000 dollar. De firma ontwierp een uniek financieringsplan: via advertenties in Amerikaanse parochiebladen werden sponsors geworven die de gewaden wilden bekostigen. “Het was een hels karwei”, bekent Aart Stadelmaier, die sinds 1991 de leiding heeft over het 35 personeelsleden tellende familiebedrijf. De produktie is geheel in eigen hand, alleen in noodgevallen wordt een beroep gedaan op een Brabants confectiebedrijf. “Voor de mis in New York zijn we drie maanden bezig geweest.” Groot was dan ook de teleurstelling toen bleek dat de paus op het moment suprême - de mis in Central Park - zijn nieuwe kazuifel niet aan had wegens de hevige regenval. “Hij droeg een Italiaans dingetje”, klinkt het enigszins misprijzend uit Stadelmaiers mond.

Sinds grootvader Arthur Stadelmaier in 1930 uit Duitsland naar Nederland kwam - hij verdiende de kost met de verkoop van garen aan kloosters, zijn vrouw was naaldkunstenares - heeft het bedrijf in katholieke kring wereldfaam verworven. Stadelmaier: “We hebben pastoors die hier al 40 of 50 jaar klant zijn.” Vorige week nog stond de rector van de kathedraal van Miami hoogstpersoonlijk voor de deur om een order te plaatsen. Ook de gewaden voor de wijding van de bisschoppen Van Luyn, Wiertz en Muskens kwamen uit het atelier van Stadelmaier. “Op speciaal verzoek van bisschop Van Luyn hebben we een lage mijter voor hem gemaakt. Daarmee wilde hij aangeven dat hij tussen het volk staat en zich er niet boven verheven voelt”, vertelt de directeur.

Stadelmaier heeft zich, als betrof het echt een beroemd modehuis, ontpopt tot trendsetter op het gebied van de kerkmode. Sinds het Tweede Vaticaans Concilie (1965), dat onder meer voorschreef dat de priester met zijn gezicht naar de kerkgangers toe moet staan, ontwerpt het Nijmeegse bedrijf misgewaden met de stola eroverheen in plaats van eronder, een revolutie waar Rome nog altijd niet gelukkig mee is. Dat is ook een van de redenen waarom Stadelmaier geen hofleverancier is van de paus. “De paus heeft een erg traditionele smaak”, weet directeur Stadelmaier. Tijdens zijn bezoek aan Nederland in 1985 echter droeg de paus, ten teken van verzoening met de vooruitstrevende Nederlandse katholieken, de stola over zijn (Stadelmaier-) kazuifel.

Na deze mijlpaal timmerde Stadelmaier stevig aan de weg. Het nam de Duitse concurrent Kevelaerer Fahnen und Paramenten GmbH over, dat tegenwoordig het 'middensegment' van de markt bedient. Ook nam Stadelmaier een belang van 50 procent in het Duitse bedrijf Düster, dat zich toelegt op de produktie van religieuze voorwerpen van metaal. “In Nederland hebben we vrijwel geen concurrenten meer”, aldus Stadelmaier. “Alleen in Italië nog, maar daar gaat het veelal om het goedkopere segment, polyester met opdruk.” Het bedrijf exporteert 80 procent van de produktie naar België, Zwitserland, Duitsland, Frankrijk en de VS.

Het bedrijf zag de omzet het afgelopen jaar met bijna 25 procent toenemen tot circa 5 miljoen gulden. Vooral de Verenigde Staten vormen een groeimarkt. Stadelmaier: “Daar neemt het aantal katholieken nog steeds toe, bovendien is de markt er jarenlang overspoeld door goedkope, polyester gewaden. Wij maken duurzame paramenten van wol, heel wat anders dan de Amerikaanse pastoor gewend was.” De prijs varieert van 400 tot 20.000 gulden.

In Nederland zelf is de omzet, ondanks het teruglopend aantal kerkgangers en het tekort aan pastoors, stabiel. “We merken wel dat de kerken steeds meer aan klantenbinding en kwaliteitsverbetering doen. De pastoor moet concurreren met de tv. Woord, beeld en gebaar worden steeds belangrijker in de kerk. Met mooie gewaden kun je dat kracht bijzetten. In zekere zin is het een terugkeer naar de theaterfunctie die de kerk vroeger had. De aandacht voor speciale vieringen, zoals Kerstmis of jubilea, groeit. We hebben nog nooit zoveel doopstola's verkocht als nu.”

Ook de verkoop van nieuwe produkten als kelken en bisschopsstaven deed de omzet stijgen, evenals het pionieren op de protestantse markt. Stadelmaier: “Ook in de protestantse kerk wordt de liturgische kledij steeds belangrijker. Vroeger was alle toga's zwart, tegenwoordig zie je steeds meer kleur. We hebben hier eens een predikant gehad die per se een kazuifel wilde, zo mooi vond hij die. We hebben enorm veel moeite moeten doen om hem aan het verstand te brengen dat zijn kerk leeg zou lopen als hij in een katholiek gewaad op de kansel zou verschijnen. Uiteindelijk is hij met een crème gebedsmantel de deur uitgegaan.”

    • Friederike de Raat