Nieuwe kans voor de Amerikaanse natie

MICHAEL LIND: The Next American Nation. The new nationalism and the fourth American Revolution

436 blz., The Free Press 1995, ƒ 49,25

De vrijspraak van het van moord op zijn blanke ex-vrouw verdachte football-idool O.J. Simpson heeft in de Verenigde Staten aan de oppervlakte gebracht wat grotendeels begraven scheen, de scheidslijn tussen de rassen. Hoewel Simpson een toonbeeld was van het gearriveerde individu wiens huidskleur voor de omgeving waarin hij leefde geen betekenis meer had, en hoewel hij slechts als sportheld tot de verbeelding sprak van de zwarte gemeenschap, heeft zijn terechtstaan diepe emoties van zich achtergesteld voelen losgemaakt bij miljoenen Amerikaanse zwarten. De onverwachte vrijspraak werd dan ook door nagenoeg de gehele zwarte gemeenschap als een bevrijding gevierd. Daartegenover ervoeren vele blanken de uitspraak als een definitieve ontkrachting van het rechtssysteem. De in meerderheid zwarte jury werd ervan beschuldigd zich door racistische voorkeuren te hebben laten inspireren.

De reacties op de Mars van Zwarte Mannen onder leiding van de geestdrijver Louis Farrakhan toonden eenzelfde beeld. Hoewel Farrakhan zich vooral opwerpt als de verlosser van de zwarte gettobewoner en zich te buiten gaat aan extreme uitbarstingen van haat jegens niet-zwarten bleek hij deze week in Washington aantrekkingskracht te hebben op een veel ruimere schakering van zwarte Amerikanen dan zijn natuurlijke achterban. Civil rights en 'affirmative action' (positieve discriminatie) hebben niet de droom verwezenlijkt die Martin Luther King 32 jaar geleden droomde. Amerika is niet één geworden maar juist verder verdeeld geraakt. Mannen als Farrakhan hebben daar geen moeite mee. Het is het lood waarvan zij hun munitie smelten.

De oorzaak van de ontwikkeling naar segregatie, naar 'apartheid', ligt bij de ontsporing van de civil rights-beweging, meent Michael Lind in The next American Nation. Lind traceert het feitelijke begin van die ontsporing bij O.M.B. Statistical Directive 15, een richtlijn van het federale Office of Management and Budget. Het verhaal vangt aan, schrijft Lind, in 1973 toen Nixons minister van gezondheid, onderwijs en welzijn, Caspar Weinberger, de Federal Interagency Committee on Education (FICE) verzocht regels te ontwikkelen voor een indeling van de Amerikanen naar etniciteit en ras. De commissie onderscheidde vijf rassen: American Indian or Alaskan Native, Asian or Pacific Islander, Black, White, en Hispanic. (Gezien de willekeurigheid en de eigenaardigheid van de attributies volgt hier geen vertaling van de begrippen. Een voorbeeld: de door de FICE als White gekarakteriseerde Amerikanen afkomstig van het Indische subcontinent werden door het OMB in Directive 15 overgeheveld naar het 'ras' Asian or Pacific Islanders.)

Excessen

Zo ontstond volgens Lind het multiculturele Amerika van vandaag als opvolger van het op de Europese cultuur en een christelijk normen- en waardenpatroon gefundeerde Amerika van het midden van deze eeuw. En in de plaats van het ideaal van de oorspronkelijke burgerrechtenbeweging en van de droom van Martin Luther King van een Amerika verlost van rassendiscriminatie ontstonden op het grondgebied van de Verenigde Staten vijf onderscheiden naties waarvan er vier in staat werden gesteld om dankzij een voorkeursbehandeling in onderwijs, tewerkstelling en ondernemerschap en met behulp van op ras gebaseerde manipulatie van kiesdistricten hun achterstanden in maatschappij en politiek in te lopen.

Excessen lieten niet lang op zich wachten. De hindoe uit een hoge kaste en de Engelssprekende Amerikaan met een Spaanse familienaam komen evenzeer als de gediscrimineerde zwarte in aanmerking voor allerhande privileges. Tenslotte werden ook vrouwen (inclusief blanke) als categorie in het systeem opgenomen met het gevolg dat de zonen van blanke arbeiders het vrouwelijk kroost uit de blanke bovenklasse op allerlei gebied moeten laten voorgaan. Het resultaat is, concludeert Lind, dat de Amerikanen noodgedwongen meer en meer gebonden zijn geraakt aan de ethiek van en de solidariteit binnen de groep waartoe zij van hogerhand zijn veroordeeld en dat groepsconformisme het aloude ideaal van de zich vrij ontplooiende burger te niet heeft gedaan.

Zo bezien heeft de rechtszaak tegen O.J. Simpson de man symbolisch teruggevoerd binnen de 'Natie' waarvan zijn voorouders zich hadden losgemaakt. En Farrakhans schimpscheuten tegen Koreanen, Vietnamezen, Palestijnen, feministen en al die andere rivaliserende 'non-White non-Black minorities', mogen gevoeglijk worden verklaard als opportuun in de zwarte strijd om de toegang tot Amerika's vleespotten.

Dat gescheiden emancipatie ten koste van de blanke meerderheid de bedoeling van een aantal zwarte activisten was, is af te leiden uit een in 1967 gepubliceerd boek (Black Power: The Politics of Liberation in America) van de zwarte nationalisten Stokely Carmichael en Charles Hamilton. “De zwarten hebben niet geleden als individuen, maar als leden van een groep,” heet het, “daarom ligt hun bevrijding in groepsactie”.

Schandalen

Het was een afscheid van het 'color blind' Amerika dat president Johnson en Martin Luther King voor ogen had gestaan. Nog eerder was de term 'affirmative action' gebruikt in Kennedy's Executive Order 10925 waarmee de commissie voor gelijke kansen op de arbeidsmarkt in het leven werd geroepen. Volgens Lind was dit een vage term die in de loop der jaren door de bureaucratie en de rechterlijke macht werd uitgewerkt tot het systeem van discriminerende privileges dat thans van kracht is.

Eerst de regering-Nixon heeft volgens Lind de idee van gescheiden emancipatie politiek opgepakt. Nixon en later Reagan, naar het oordeel van de schrijver vertegenwoordigers van de rijke blanke bovenklasse, zagen in de praktijk van 'affirmative action' kansen voor een 'verdeel en heers'-beleid. Zoals in het verleden de immigratie van arme Europeanen (en aan de Pacific-kust van Aziaten) een instrument was geweest om de vakbonden zwak en de lonen laag te houden, zo konden de gelegaliseerde scheidslijnen tussen de rassen dienst doen om de midden- en onderklasse verdeeld te houden. De schandalen rondom de illegale bedienden van door Clinton geselecteerde kandidaat-bewindslieden waren, vrij naar Lind, een illustratie van de mores van rijk Amerika op dit punt.

Overigens ziet de schrijver geen verschil meer tussen Republikeinen en Democraten. Hij beschouwt ze beiden als instrumenten van een en dezelfde (blanke) plutocratie die via haar lobby's en PAC's (Political Action Committees) de senatoren en Afgevaardigden afhankelijk maakt van verkiezingsdonaties en de volksvertegenwoordigers doet vervreemden van hun natuurlijke electoraat. De politiek van positieve discriminatie heeft bovendien geleid tot het ontstaan van elites van de verschillende minderheden die horig zijn aan de blanke bovenklasse (overclass is de term die Lind gebruikt) en die geen relatie meer hebben met de 'Natie' waaruit zij zijn voortgekomen.

Lind noemt zichzelf een 'liberal nationalist'. In zijn Next American Nation zijn de raciale scheidslijnen en de privileges verdwenen, is de immigratie voldoende laag en zijn de lonen hoog genoeg om de afkalving van de positie van de middenklasse te stoppen. Amerikaanse bedrijven die uit lage-lonenlanden goederen en diensten op de Amerikaanse markt willen afzetten, worden gestraft met sociale heffingen. De voordelen van de internationale handel worden benut zolang zij niet een bedreiging vormen voor de samenhang van de nieuwe 'color blind' Amerikaanse natie.

Karakteristieken

De onderklasse, blank, zwart en bruin, wordt als een geheel geëmancipeerd. De getto's worden met het scheppen van nieuwe werkgelegenheid en nieuwe koopkracht bestreden. Daarbij is de automatisering van de bedrijvigheid een hulpmiddel, niet een obstakel. Verkiezing van volksvertegenwoordigers gaat volgens een systeem van evenredigheid. Het 'winner take all', dat hele groepen kiezers onvertegenwoordigd laat, wordt afgeschaft, evenals het 'gerrymandering', het manipuleren van grenzen van kiesdistricten met de bedoeling de gewenste etnische groep een voorsprong te geven.

De Amerikaanse natie bestond volgens Lind eerder dan de Amerikaanse federatie. Die natie veranderde van samenstelling, behield bepaalde trekken en verwierf door de instroom van buitenaf nieuwe karakteristieken. Maar desondanks handhaafde zich een Amerikaans volk dat zich onderscheidt van andere volken, niet alleen in zijn staatsrechtelijke instellingen en door de grondwet gegarandeerde normen en waarden, maar vooral in wat de schrijver noemt zijn 'vernacular culture', het eigen idioom van de Amerikaanse cultuur dat meer is dan de gemeenschappelijkheid van de Engelse taal.

Het is die natie die, na de dwalingen van het 'multiculturalism', van Lind een tweede kans krijgt. Na de recente door rassentegenstellingen veroorzaakte publieke stormen klinkt dat niet als overdreven of te veel gevraagd.