Muziek op school

NRC Handelsblad van 4 oktober slaat de spijker op zijn kop. Media, televisie, radio, video en geluidsdragers zijn de grootste cultuurspreiders van muziek. Kinderen en groepsleerkrachten hebben hieraan hun muzikale referentiekader ontwikkeld. Met het huidige lesmateriaal en nieuwe methodes wordt van de basisschool-bevolking gevraagd hun eigen muzikale denken aan de kant te zetten en met het ver-pedagogiseerde materiaal genoegen te nemen. Hiermee wordt het hiaat gecultiveerd tussen het fenomeen muziek in de buitenschoolse en de binnenschoolse tijd. Het lijkt of deze methode- en leerplan-schrijvers een belangrijke ontwikkeling ontgaat.

Staatssecretaris Nuis van cultuur spreekt zich uit voor een beleid waarbij de schoolbevolking in actieve en receptieve zin bereikt wordt met kunst. In enkele grote steden heeft het gemeentebestuur kunsteducatie-instituten de opdracht gegeven hun diensten aan te bieden aan het basisonderwijs. In deze instituten, creativiteitscentra en muziekscholen is de deskundigheid aanwezig om 4 tot 12 jarigen lessen te laten volgen in kunstzinnig gedrag, dansen, schilderen, beeldend werken, zingen, een muziekinstrument bespelen, enzovoort.

Er zijn voorbeelden dat de samenwerking van bijvoorbeeld een muziekschool met zeven basisscholen heeft geleid tot schoolkoren en ensembles. Vijftig procent van de bovenbouw van deze basisscholen speelt een instrument. Daarmee is de verbinding gelegd tussen het muziekbegrip binnen en buitenschools.

Een staatssecretaris heeft de gelegenheid zijn woorden in werkelijk beleid om te zetten. De leerkrachten kunnen van het idee afgeholpen worden, dat zij zich als een Baron von Münch-hausen aan hun eigen haren uit het moeras moeten trekken. Antwoord op de vraag of op school de muziek sluitpost is: Leerkrachten geloven allang niet meer in sprookjes, alleen de methode-schrijvers, na-scholers en leerplanontwikkelaars weten dit nog niet.