Kikker en pad gunnen kijker geen adempauze

Kindervoorstelling: Daar zaten ze dan. Door Theatergroep Maccus. Vanaf 4 jaar. Tekst naar Arnold Lobel. Regie: Floor Huygen. Spel: Adri Overbeeke en Flip Filz. Gezien: 18/10, Kunstmin Dordrecht. Inl 015-2122977

De kleutervoorstelling Daar zaten ze dan is gebaseerd op de Kikker en Padverhalen die Arnold Lobel in de jaren zeventig tekende en schreef. Eigenlijk is het verbazingwekkend dat er nooit eerder theater van gemaakt is, want de verhalen zijn buitengewoon grappig, zitten vol vreemde handelingen en bieden veel kleine wijsheid over het leven, met name de vriendschap. Behalve elkaar hebben neurotische Pad en onverstoorbare Kikker niemand nodig. Ze zijn meesters in maffe plannetjes en rare gedachtenkronkels en scharrelen doenerig rond in hun eigen besloten wereld. Op de affiche bij de voorstelling is dat half amfibische, half menselijke mooi verbeeld: twee ouderwetse leunstoelen zitten gezellig bij elkaar op schoot, de krulpoten tussen de plompeblaren in de sloot.

In de theatrale verbeelding zien we gelukkig geen acteurs in kikkerpak, maar twee springerige mannen, gekleed in wonderlijke gebreide hansoppen. Ze hebben zich omgeven met een fraaie verzameling schemerlampen en ander huisraad en gieten niet alleen water uit kannen in teilen en bakken, maar ook in hun schoenen en over hun te droge lijven. Adri Overbeeke en Flip Filz zijn zichtbaar in hun element. Ze zorgen voor hilarische slapstick, zijn toegewijd, pesterig of dom met elkaar in de weer en zitten mooi kneuterig bijeen in de fauteuils van de affiche. Ze spelen ons de verhaaltjes voor - over Kikker die zich voor gek voelt staan in zijn zwempak, over de wilskracht die nodig is om niet een hele trommel koekjes leeg te eten - ze zingen een lied, trekken de meest fantastische bekken en doen komische danspassen op lieve hobbelmuziekjes.

Ik herkende zeven vertellingen, soms enigszins aangepast aan de (on)mogelijkheden van het theater en met handige overgangen aan elkaar geregen. Precies daar ligt de zwakte van de voorstelling. Lobel biedt zoveel moois, dat de makers te weinig hebben kunnen of willen kiezen. Als voorlezer lijkt het me ondenkbaar dat je zonder enige adempauze of tijd voor reflectie zoveel verhaaltjes achter elkaar zou kunnen aanbieden. Steeds gaat het over iets anders, nooit over iets gewoons en vaak over iets nogal abstracts. De kleine toeschouwer moet dus veel te veel schakelen en raakt overvoerd en onrustig. Het lijkt mij een klassiek geval van het mes erin, zodat wat resteert de volle en in alle opzichten verdiende aandacht kan krijgen.

    • Bregje Boonstra