Kaatsers en killers

CAREL BERENSCHOT, DAVID ENDT e.a. (red. en samenst.): AJAX. De complete werken. Aflevering 1. De Spitsen

31 blz., Waanders 1995, ƒ 7,95, abonnement op 26 afleveringen ƒ 188,50

Een jaar of tien geleden trof ik ergens in Italië in een kiosk tussen de modebladen en de voetbalkranten opeens een tijdschrift aan dat in zijn geheel was gewijd aan de Divina Commedia van Dante. Nooit eerder zoiets gezien. Full colour, glanzend papier, een bladzijde of twintig dik. Per nummer werd één zang behandeld. Naast de originele tekst werd een vertaling in modern Italiaans gegeven, plus een uitleg van taalkundig lastige passages, een toelichting bij alle duistere plaatsen en een verklaring bij alle toespelingen. Er waren foto's van het handschrift bij afgedrukt, tabellen en kaartjes. De relevante secundaire literatuur over de zang in kwestie werd samengevat en de kadertjes gingen in op enkele saillante details.

Die week was canto 48 aan de beurt. Je kon het als los nummer kopen, maar het zal wel de bedoeling zijn geweest dat je een abonnement nam, of elke week even naar de sigarenboer liep om, hongerig naar de volgende canto, het nieuwe nummer te kopen. In de loop van honderd weken las je dan de hele Commedia bij elkaar.

Wat ik daar in handen had was, zo weet ik nu, een geval van part work. Of, zoals men het in de branche ook wel noemt, een verzamelwerk. Een verzamelwerk is iets tussen boek en tijdschrift in: een boek, maar dan in afleveringen; een tijdschrift, maar dan een waarvan vooraf vaststaat wanneer het zal ophouden te bestaan. De verschijningsvorm appelleert aan ouderwetse gevoelens van zuinigheid en deugdzaamheid (langzaam sparen, nuttige kennis vergaren) en aan verzamelwoede (wie één canto heeft, wil ze alle honderd hebben). Het verschijnsel kan bestaan bij de gratie van boek- en boekhandelvrees. Via sigarenboer en kiosk wordt een publiek bereikt dat wel gek zou zijn om in een reguliere boekhandel een gebonden editie van, zeg, negenenzeventig vijftig te kopen, maar dat weer wel bereid is om, verspreid over wekelijkse termijnen, voor een boek in afleveringen honderden guldens neer te tellen.

In Nederland is Waanders in Zwolle een uitgeverij die veel aan verzamelwerken doet. Ach, lieve tijd, Als de dag van gisteren en Met eigen ogen zijn een paar van de titels die de afgelopen jaren zijn verschenen. Wat ze gemeen hebben is het onderwerp (recente en regionale geschiedenis), de thematische aanpak (in elk nummer één aspect van de zaak) en de slimme mix van degelijkheid en gepopulariseerde wetenschap: feiten, cijfers, tabellen, maar ook veel foto's. Ze zijn leerzaam, interessant voor leek en ingewijde, en wat belangrijker is: met veel liefde en aandacht gemaakt.

Dat geldt ook voor het verzamelwerk over Ajax, waarvan deze week de eerste aflevering verscheen. Het komende jaar zullen 26 delen verschijnen, onder de ongelukkige verzameltitel Ajax. De complete werken. Het is vreemd om bij een voetbalclub van werken te spreken (behalve als het zou gaan om De Twaalf Werken van SC Heracles). De titel suggereert dat Ajax een groot kunstenaar is (voor die beeldspraak valt nog wel iets te zeggen), maar ook dat zijn oeuvre al is afgesloten en nu in kaart gebracht kan worden.

Centervoor

Ieder nummer behandelt een thema, variërend van 'De linksbuitens' tot 'De rechtsbuitens' en van 'De topscorers' tot 'De keepers'. Er is aandacht voor 'De trainers' en 'De stadions', maar ook voor 'De eeuwige rivaal Feyenoord'. Nummer 14 zal in zijn geheel gewijd zijn aan Nummer 14, Johan Cruijff. De thema's worden omspeeld door vaste rubrieken, zoals de doorlopende kroniek van de club Ajax (van de oprichting tot heden), de biografietjes van de belangrijkste spelers uit de historie, een interview met een vooraanstaande Ajacied, een gastcolumn en een meer technische analyse van afwisselend Rinus Michels en Louis van Gaal. En dan zijn er nog de aparte kadertjes voor aardige anekdotes en verder veel, heel erg veel foto's, met (gelukkig) nuchtere onderschriften. Wie alle 26 afleveringen koopt, bezit over een jaar een part work van 632 pagina's en meer dan 1500 afbeeldingen.

Omdat men bij Uitgeverij Waanders naar eigen zeggen ook wel weet 'dat een eerste nummer over de aanvallers beter scoort dan een over de rechtsback' is deze aflevering gewijd aan 'de spitsen' van Ajax. Van Piet van den Broecke, die nog gewoon centervoor was en doelpunten moest maken, tot en met Patrick Kluivert die 'van nature meer de spontane, rommelende diepste spits is die meer vooruit dan 'terug' denkt'. Uit die omslachtige typering blijkt al hoeveel ingewikkelder het voetbal in de loop van deze eeuw geworden is. Er is niet meer één type centervoor (dan wel midden- of midvoor), er zijn er vele: diepe spitsen en schaduwspitsen, stormrammen en stoorzenders, kaatsers en killers, afleggers en afmakers, valse en hangende spitsen, zwervers en opkomers - en dan hebben we het nog niet eens over het type van 'de meevoetballende spits' of 'de scorende spits'. Dennis Bergkamp kan trouwens het best gekarakteriseerd worden als 'een unieke opkomende schaduwspits, die de eigenlijke, diepste spits in de schaduw stelde'.

Alle types worden hier behandeld in een aangenaam mengsel van degelijkheid en enthousiasme, serieus detailwerk en oppervlakkige vogelvlucht, waardoor zowel de blinde bewonderaar als de studeerkamerfan hier iets van zijn gading kan vinden. Over alle beschouwingen ligt een vleug van milde ironie, alsof de samenstellers ook wel wisten dat met een verhandeling over de WM-formatie, het 4-3-3, het 4-2-4 en 'het 3-4-3 in relatie tot de drie lengte-assen' het wonder van het spel van Ajax nog steeds niet gevangen is.

Naast de serieuze technische bijdrage van Rinus Michels ('In deze eerste aflevering zou ik enkele basisprincipes van het spel met u willen doornemen') is er de luchtige column van Jan Mulder ('U leest de verkeerde columnist'). Naast de droge waarheid van de kroniek, de spelers-biografie en het historische overzicht is er het interview met Van Basten die, sprekend over het Ajax-achtige van de Ajax-spitsen, concludeert: 'De specifieke Ajax-spits bestaat niet.'

Van hem is ook de diepste wijsheid uit deze eerste aflevering van de complete werken afkomstig. Over grote voetballers als Cruijff en Maradona zegt hij: 'Na afloop kunnen ze allemaal mooi zeggen hoe ze het doen, maar in wezen is er geen verklaring voor: wat ze doen gebeurt puur natuurlijk.' Gelukkig maar. Want daarom kunnen we het er eindeloos over hebben, net als over Dante.

Kijk naar het kleine fotootje van Henny Meyer in Ajax-shirt. Zie John van Loen breed lachend in rood-wit het veld betreden. De geschiedenis van Ajax zal nooit helemaal te begrijpen zijn.

    • Guus Middag