Honkballers staan versteld, overal zien ze lege plekken

Vanaf vandaag strijden de Atlanta Braves en de Cleveland Indians om het Amerikaans honkbalkampioenschap. De maximaal zeven wedstrijden zijn alle uitverkocht. Dat is dit jaar bijna een bijzonderheid, want voor veel Amerikanen is de honkbalsport niet meer het favoriete tijdverdrijf.

ROTTERDAM, 21 OKT. Het betrof niet zomaar een wedstrijd, het vorige week dinsdag gespeelde honkbalduel tussen de Cincinnati Reds en de Atlanta Braves. Het was de eerste ontmoeting van een best-of-seven in de halve finales om het Amerikaans kampioenschap. Bij het betreden van het speelveld konden de spelers van beide clubs hun ogen nauwelijks geloven. Waar ze ook keken, overal zagen ze lege plekken in het 53.000 zitplaatsen tellende stadion in Cincinnati.

“We wisten niet wat ons overkwam”, zei Reggie Sanders, speler van de Reds, na afloop van het duel. “We keken elkaar aan en vroegen ons af waar de toeschouwers waren. 'Misschien zijn ze verlaat', zei iemand nog. Hij had het mis, ze waren niet verlaat. Ze zijn gewoon niet gekomen.”

Twee jaar geleden had waarschijnlijk niemand gedacht dat voor een belangrijk honkbalduel toegangskaartjes onverkocht zouden blijven. Honkbal was - zowel actief als passief - voor de gemiddelde Amerikaan immers the national pastime, het favoriete tijdverdrijf. Al van jongs af aan: zoonlief kon nog maar nauwelijks lopen of hij werd door zijn vader al meegenomen naar een wedstrijd. Popcorn en uitleg van de spelregels op de tribune, een hot-dog en anekdotes over legendarische spelers in de auto terug naar huis. Op latere leeftijd ging hij naar films, las hij boeken of hoorde hij teksten van liedjes waarin honkbal een rol speelde.

Nog geen twee jaar geleden werd het toeschouwersrecord in de Major League gebroken: in totaal bezochten ruim zeventig miljoen toeschouwers de wedstrijden. Maar als binnenkort dit seizoen is afgelopen, zullen in vergelijking met 1993 circa twintig procent minder kaartjes zijn verkocht. Ook de belangstelling voor honkbal op televisie is aanzienlijk afgenomen. De jaarlijkse, begin juli rechtstreeks uitgezonden All Star Game tussen de beste spelers van de Major League, was de minst bekeken ooit. En de verkoop van petjes of shirts met de logo's van honkbalclubs blijft dit jaar eveneens ver achter bij vergelijkbare artikelen van basketbal- of ijshockeyteams.

“Mogen we honkbal nog wel ons nationale tijdverdrijf noemen?”, vroeg een journalist zich vlak voor het begin van dit seizoen af. Zelf vond hij van niet: “Het is de nationale schande geworden.” Veel Amerikanen denken er net zo over. Ze nemen het de spelers van de clubs in de Major League nog altijd kwalijk dat zij op 14 september van het vorig jaar, ruim een maand voor het eind van het seizoen, in staking gingen. De honkballers hadden tot de werkweigering besloten uit protest tegen het voornemen van de clubs om een limiet te stellen aan hun salarissen. De spelers, met een gemiddeld jaar-inkomen van anderhalf miljoen gulden, wilden dat de vrije markt zijn werk zou blijven doen.

Na een staking van 234 dagen - de langste in de geschiedenis van de professionele sport - trokken de spelers op 2 april van dit jaar hun honkbalkleding weer aan. Maar een oplossing voor het arbeidsconflict was en is nog altijd niet gevonden, waardoor de kans op een nieuwe staking ook komend seizoen weer tot de mogelijkheden behoort.

Door de looneisen en de staking van de spelers heeft het publiek zich massaal afgekeerd van de honkbalsport. Drie toeschouwers bij een wedstrijd in de eerste week van dit seizoen illustreerden waarom. Gekleed in een wit T-shirt waarop in zwarte letters greed (hebzucht) was gedrukt, renden ze het veld op en gooiden ze meer dan honderd biljetten van een dollar naar de spelers. De drie werden snel afgevoerd door veiligheidsbeambten, maar het publiek beloonde hun actie met een langdurige, staande ovatie.

Toch zal vanaf vandaag in minimaal twee Amerikaanse steden weer sprake zijn van 'honkbalkoorts'. Wie maalt er in de sport immers nog om het verleden als het home-team succesvol is en op het punt staat een grote titel te winnen? In Atlanta en Cleveland, waar respectievelijk de Braves en de Indians spelen, zijn de maximaal zeven duels in de World Series om het officieuze wereldkampioenschap voor clubs, al dagen het gesprek van de dag.

Voor de Braves, die in de halve finale geen enkele moeite hadden met de Cincinnati Reds, is het de derde keer in vier jaar tijd dat ze tot de eindstrijd zijn doorgedrongen. Goede herinneringen hebben de spelers niet aan de World Series. Alle drie gingen verloren.

De Indians, die in de andere halve finale de Seattle Mariners uitschakelden, staan voor het eerst sinds 1954 weer in de World Series. Cleveland is één van de weinige Amerikaanse steden waar de honkbalsport dit seizoen niet of nauwelijks aan populariteit heeft ingeboet. De afgelopen tien, twintig jaar waren de Indians een synoniem voor losers. De meeste wedstrijden ging verloren. Maar dit jaar is de club succesvol in de Major League: van de 144 wedstrijden in de reguliere competitie werden er honderd gewonnen, de beste score van alle clubs.

Door de goede resultaten weten de spelers van de Indians nauwelijks wat hen overkomt. Nog voor ze het veld van het eigen stadion betreden, zitten de tribunes al volgepakt met uitzinnige fans. Want wie kan, gaat naar de ballgame van de plaatselijke favorieten. En niemand komt te laat. Niet in Cleveland, Indiana.