Hollands Dagboek: Max Velthuijs

Tekenaar/schrijver Max Velthuijs (Den Haag, 1923) bezocht tijdens de twee laatste oorlogsjaren de kunstacademie te Arnhem. In de jaren vijftig maakte Velthuijs spotprenten voor het communistisch weekblad De Uilenspiegel. Hij was grafisch ontwerper voor de PTT, KLM en Shell. Hij is gehuwd en heeft twee zoons. Zijn kinderboeken, waaronder de serie Kikker, zijn in vijfentwintig landen vertaald. Vorige week bezocht hij voor de dertigste maal de Frankfurter Buchmesse.

Woensdag, 11 oktober

De eerste dag zit er op. Gisteravond hebben we, Charlotte, Liesbeth en ik, een uur gezwommen in het kurbad, daarna Koreaans gegeten en op tijd naar bed. Een gezond begin dus. We nemen ons voor dat iedere dag zo te doen, want voor de Messe moet je over een goede conditie beschikken.

Vanmorgen om half elf stortten wij ons op de Via Mobilé, een soort transportband, en dreven vol ongeduld de beurs binnen. Mijn dertigste Buchmesse. Er zijn mensen die hier walgend vandaan komen en niet begrijpen waarom ik dat zo heerlijk vind. Het is ook moeilijk uit te leggen, maar voor mij is het een uitje, een onderbreking van mijn werk. Ik hoef hier niets te doen, alleen maar rondlopen en kijken naar boeken en mensen, een praatje hier, een praatje daar. Gewoon lanterfanten, maar met een goed excuus, want ik ben hier voor mijn werk.

Onderweg wat vrienden begroet en toen naar de stand van Leopold, om koffie te drinken. Dit is een van mijn vaste punten waar ik steeds terugkeer, zodat ik altijd bereikbaar ben. Hierna moest ik naar mijn goede vriend en uitgever Klaus Flugge uit Londen. Hij heeft voor de katalogus een prent nodig van het nieuwe boek waar ik mee bezig ben. Ik heb er twee meegebracht zodat hij kan kiezen. Klaus is één van de laatste echte uitgevers, die leeft voor en met zijn boeken. Hij heeft slechts een kleine stand die altijd stampvol staat met buitenlandse uitgevers uit alle delen van de wereld. Bij hem kopen ze co-produkties en rechten van boeken van David Mc.Kee, Tony Ross en andere bekende tekenaars/schrijvers, waaronder ikzelf.

's Middags zijn we naar Bohem Press gegaan, oude vrienden. Otakar, de Tsjechische Reus, en directeur, perste in een krachtige omhelzing alle lucht uit mijn longen. Een handdruk wist ik te vermijden, anders had ik dagenlang niet meer kunnen schrijven. Stépan Zavrel liet mij de nieuwe kinderbijbel zien, waar hij drie jaar aan gewerkt had. Een prachtig boek, zijn beste werk, probeer ik hem duidelijk te maken. Ik voorspel Otakar dat hij er zeker 200.000 van zal verkopen. Hij begint verschrikkelijk te lachen en we wedden om een fles whisky.

Om vier uur heb ik een afspraak met mijn vroegere uitgever. Zij hebben nog steeds de rechten van mijn oude boeken en willen die opnieuw gaan uitgeven, op basis van een dertig jaar oud contract. Dat kan niet meer in deze tijd, inmiddels hebben schrijvers en tekenaars meer rechten gekregen. We maken een afspraak voor een nieuw contract en gaan als vrienden uit elkaar. Om vijf uur gaan we weer naar Leopold, waar speciaal, alleen voor mij, en door mij aan te wijzen personen, een fles oude jenever staat. Ja, ik heb het in die dertig jaar toch ver geschopt. Om half zes nog even snel naar Andersen Press, alwaar ik mijn Zweedse uitgever en trouwste fan, Charly Haffström ontmoet. Hoewel slecht ter been en door stok gesteund, slaat hij geen beurs over. Gezamenlijk drinken we een glas whisky op onze gezondheid. Van zwemmen kwam natuurlijk niets meer, allemaal te moe. We hadden honger en verwenden onszelf door bij Luigi te gaan eten, duur doch verrukkelijk. We hadden het verdiend! Na nog een grappa van de baas lagen we om een uur in bed.

Donderdag

Het onvermijdelijke is vandaag gebeurd. Door honger gedreven zijn we in de rij gaan staan voor een bratwurst. En ik weet zeker dat ik vorig jaar nog heb uitgeroepen: “Nu doe ik het nooit meer!” Maar veel alternatief is er niet op de beurs, want de fantasie van de Duitse horeca gaat niet veel verder dan Bratwurst of Hähnchen. Vervolgens voltrok zich de dag ongeveer gelijk als gisteren. Daar is dus niet veel over te melden. Met die uitzondering dan, dat ik om 17.30 uur aan de telefoon geroepen werd door de Wereldomroep voor een rechtstreeks interview. De herrie om ons heen was zó groot, dat ik, met telefoon en al, in de kast moest gaan zitten, om de man aan de andere kant van de lijn te kunnen verstaan. Moe doch tevreden gingen we richting Königstein. Voor zwemmen was het wederom te laat. Vroeg naar bed met de krant. Oranje heeft gelukkig gewonnen, al was het maar weer op het randje.

Vrijdag

De derde dag alweer. Weer veel mensen ontmoet. Collega's, maar ook vreemden uit andere landen, die mij zeggen dat ze mijn boeken mooi vinden. IJdelheid natuurlijk, maar wat dat betreft zijn we net als toneelspelers of musici en hebben behoefte aan applaus. Als we straks weer thuis zijn en in eenzaamheid achter onze tafel zitten te werken, moeten we daarop teren. Het werd een moeilijke middag. Eerst sprak ik de man die mijn boeken uitgeeft in Slowenië. Hij vertelde mij dat de staatsuitgeverij in zijn land een verhaal van mij had uitgegeven met illustraties van iemand anders. Hij vroeg mij, of ik hiervoor toestemming had gegeven. Nee natuurlijk. Ik wist van niets. Zo krijg je nog eens wat te horen. Tegen zulke dingen valt niet veel te ondernemen, ze lappen de auteursrechten gewoon aan hun laars.

Wat ik niet onvermeld kan laten: om drie uur werd Kikker als pop ten doop gehouden door Ru de Groen. Rondom de tafel zaten een aantal van mijn uitgevers, die voor deze introductie waren uitgenodigd. Hoewel zijn zwembroek nog niet het juiste aantal strepen heeft is de pop geslaagd en iedereen reageerde enthousiast.

Om vijf uur kwam ik Peter van Straaten tegen. Wij ontmoeten elkaar ieder jaar op de beurs. Veel tijd om te praten hadden we niet want we waren allebei op weg naar een afspraak. Een interessant fenomeen op de beurs zijn de 'parties'. Zo tegen een uur of vijf gebeurt het: dames en heren drommen samen rondom een bepaalde stand. Om onduidelijke redenen wordt daar dan veel drank geschonken en hapjes rondgediend. Hoewel het oervervelend is, zijn er altijd mensen die vinden dat je daarbij moet zijn. Als je wilt, kun je wel drie à vier parties per dag aflopen en zo aardig aan de kost komen.

Je gaat er gewoon bijstaan, niemand die merkt dat je er niet bijhoort. Aan het eind van de dag ga ik nog even naar mijn Duitse uitgever om te klagen over het omslag van mijn laatste boek. De titel staat er heel lelijk op. Ze zijn het volkomen met me eens en beloven beterschap. Voor dit soort dingen is de beurs zo geschikt. Het persoonlijk contact met je uitgevers maakt alles zoveel makkelijker.

Zaterdagochtend

De dag om terug te gaan naar huis. Maar eerst nog even langs de beurs om afscheid te nemen van wat vrienden. Voor de laatste keer rijden we de parkeergarage in tot op het dak. Dan met de stroom mee naar hal 4. Het is nog drukker dan de andere dagen. Veel scholieren en ouders met kinderen. Hier en daar schudden we wat handen. Tot volgend jaar maar weer. En net als we willen vertrekken, loop ik daar tegen Engel Verkerk op.

Jarenlang beheerste hij de postermarkt van Europa en zat hij iedere Buchmesse als een spin in zijn web in zijn stand. Hoewel hij het bedrijf allang verkocht heeft, slaat hij nog geen beurs over. Het is een onweerstaanbare drang die in september al voelbaar wordt. Zoals de vogels in de herfst naar het zuiden trekken, gaan wij naar Frankfurt. Na nog een kop koffie en een broodje, aanvaardden we de terugtocht.

Terug naar huis, naar Viktor en de poezen. Het is genoeg geweest, tot volgend jaar maar weer.

Zondag

Het is altijd weer een beetje vreemd om weer thuis te zijn.

Het is net of alles kleiner is, de straat, het huis. Behalve de bruidssluier, die heeft in die paar dagen tijd kans gezien zich zo te ontwikkelen dat we de keukendeur bijna niet meer door kunnen. Er hangen ook vijf peren aan de boom die nodig geplukt moeten worden voordat de vogels eraan beginnen. De bessen mogen ze altijd hebben, maar deze peren zijn mijn trots. Het is de eerste keer dat de boom vrucht draagt! Als ik mijn atelier betreed schrik ik van de chaos op mijn tafel. Overal papier, schetsen, brieven, rekeningen, kranten enz. Temidden daarvan staat mijn schaakcomputer en ik besluit om eerst maar een partijtje te spelen om weer aan de omgeving te wennen. De concentratie is er nog niet en ik ben blij als ik er nog een remise uitsleep.

Er ligt een hoop werk op mij te wachten, maar vandaag hoeft het nog niet. Het is zondag. Ik besluit chinees te koken, daar ben ik goed in en ik doe er mijn gezin een plezier mee. Ajax heeft moeiteloos gewonnen en Van der Sar is nog steeds niet gepasseerd.

Maandag

De machine moet weer opgestart, daar helpt geen moedertje lief aan, geen enkel excuus te bedenken. Reizen is leuk en weer thuis zijn ook. Maar het probleem van reizen is de discipline die je op moet brengen om gewoon weer achter je tafel te gaan zitten en te werken. De gang is er uit. Niks hoefde en nu moet het weer. Om het nog even uit te stellen neem ik eerst de post maar door, dat is nog niet werken, terwijl je toch iets doet. Ook de fax heeft nog wat op mijn tafel uitgespuugd.

Het schrijven van een dagboek is zo eenvoudig nog niet. Wat schrijf je nou wel op en wat niet? Dat ik vanochtend mijn bed niet uit kon komen, of dat ik om kwart over elf naar het toilet ben geweest? Het lijkt me niet dat de lezer daarin is geïnteresseerd. Maar wat wel? Als ik alles oversla, vliegt de dag voorbij en lijkt het net of ik niets gedaan heb, terwijl ik hier toch zit te tikken in het tempo van een gemiddelde politie-agent die een procesverbaal opmaakt. Het leek mij maar het beste om de tafel op te ruimen, orde op zaken te stellen, weggooien wat weg kan en wat girootjes uitschrijven die zijn blijven liggen van voor de reis. Nee, dit lijkt me niet een dag die verder nog vermeldenswaard is voor de lezer. Laten we hopen op betere tijden.

Dinsdag

Ik schrijf dit terwijl het al woensdag is. Het kwam er gisteren niet van, stelde het uit tot de avond maar ben toen aan de buis blijven hangen, Roda-Benfica. Iedere avond naar meneer Van Traa moeten kijken en die heren die er omheen zitten te draaien of te jokken, daar krijg ik zo'n slaap van. Vooral als hun stem vervormd wordt en ze hun gezicht niet durven te tonen. Het is trouwens nog precies als voor ik naar Frankfurt ging. Niets veranderd, of ik niet weg ben geweest. Of zouden ze de zitting gedurende die tijd onderbroken hebben en op mij gewacht? Vanavond lekker Ajax, maar daar mag ik het nu niet over hebben want ik zit nog op dinsdag.

Wel, ik ben de dag maar begonnen met het maken van een lijstje van wat ik allemaal moet doen. Dat doe ik altijd als ik niet weet waar te beginnen. Zo zet ik alles op een rijtje en schiet me van alles te binnen. Dat ik Klaus (Andersen Press) moet bellen om te zeggen dat hij die ene prent, waar Kikker door de lucht vliegt, niet moet gebruiken voor de Katalogus, want achteraf gezien vind ik hem niet zo goed. Ik kan hem natuurlijk ook faxen, want sinds ik zo'n apparaat heb fax ik bijna alles, zodat ik hem niet voor niks gekocht heb. 's Middags om 3 uur kwam de fotograaf om een foto te maken, die, als alles goed is verlopen, nu op deze pagina staat. Om 5 uur een borreltje genomen. Had ik wel verdiend. De dag was al voorbij voor ik er erg in had.

Woensdag, 18 oktober

Ik heb mezelf nooit zo erg rekenschap gegeven van wat ik nou eigenlijk doe op een dag. Nu ik erop let kom ik tot de conclusie dat dat niet zoveel is. Een mens vermorst een hoop tijd met nutteloze zaken, die toch gedaan moeten worden.

Aan echt werken kom je nauwelijks toe. Nu is het ook wel een beetje mijn eigen schuld, want als ik eenmaal aan het werk ben, echt werk dus, tekenen en schilderen, laat ik alles om me heen liggen, zodat ik altijd tegen een enorme achterstand zit aan te kijken. Onbeantwoorde brieven, niet-betaalde rekeningen, niet-ingevulde formulieren en vooral: zoekgeraakte papieren.

Maar ik zou verslag uitbrengen van wat ik vandaag gedaan heb. Dat had ik genoteerd op een stukje papier. Helaas, nergens te vinden. In ieder geval ben ik nog steeds bezig de orde te herstellen, zodat ik spoedig aan een opgeruimde tafel weer verder kan werken aan mijn nieuwe boek.

Verder heb ik dit verslag uitgewerkt, want morgen moet het op de redactie liggen. Fijn dat ik een fax heb, dat gaat tenminste lekker snel. En hierbij neem ik dan afscheid van u. Veel van wat ik genoteerd had, heb ik weer moeten schrappen omdat het veel teveel was. Mijn excuses voor hetgeen ik u onthouden heb.

    • Max Velthuijs