Het lot der amanieten

MARIJKE M. NAUTA en ELSE C.VELLINGA: Atlas van Nederlandse Paddestoelen

352 blz., geïll., A.A. Balkema 1995, ƒ 85,-

Elke kleuter kent de vliegenzwam, rood-met-witte-stippen. Dat is een amaniet. Amanieten zijn forse paddestoelen, met hoed en steel, in bonte kleuren. Ze vormen een uitgebreide paddestoelenfamilie, die in ons land 21 soorten telt. Sommige zijn kieskeurig. Zo leeft de Elzenamaniet uitsluitend samen met de els. Andere, zoals de Parelamaniet, kunnen het met een heel rijtje boomsoorten goed vinden. Er zijn amanieten die op de hogere zandgronden thuishoren, of in de duinen. Ze houden van loofbos, of misschien juist van naaldbomen, enkele soorten zijn gek op rivierklei en andere juist helemaal niet, maar één ding hebben ze gemeen: ze gaan in ons land sterk achteruit.

Zelfs algemene soorten, zoals de Gele knolamaniet met zijn merkwaardige rauwe aardappelgeur en de Roodbruine slanke amaniet, die thuishoort in het berkenbos, nemen in aantal af. De bruine Prachtamaniet met zijn merkwaardige, grijs getijgerde steel geldt als sterk bedreigd, evenals de Geelwrattige amaniet, de Saffraanamaniet en de Grauwe amaniet. De Bleke amaniet werd sinds 1980 nog maar 17 maal waargenomen. De Narcisamaniet met zijn vrolijke, okergele hoed is in Noord-Brabant na 1980 niet meer gezien. De Panteramaniet, die vroeger algemeen voorkwam, vertoont een sterke, significante achteruitgang en geldt daarom als bedreigd. Voor het lot van de Stekelkopamaniet, de Vroege amaniet, de Franjeamaniet, de Brokkelzakamaniet en de Porfieramaniet wordt gevreesd en de Roze amaniet is vermoedelijk al uitgestorven.

Tot zover de eerste pagina's van de pas verschenen Atlas van Nederlandse Paddestoelen. Ook de rest van dit monumentale werk kun je niet met droge ogen lezen. Het is zo'n prachtig boek, liefdevol samengesteld met hulp van honderden vrijwilligers, rijkelijk voorzien van kaartjes en diagrammen, met zoveel oog voor detail en zulke verrukkelijke namen (Pronksteelboleet! Avondroodstekelzwam!). Maar het refrein luidt steeds opnieuw: Gaat significant achteruit. Staat op de Rode Lijst. Met uitsterven bedreigd. Niet meer gezien.

Naar de oorzaken van deze teloorgang is binnen het Atlasproject geen speciaal onderzoek gedaan, maar de auteurs wijzen erop dat vermesting, verzuring en verdroging en in sommige gevallen ook de veroudering van het bomenbestand de voornaamste boosdoeners zijn.

Toch is Nederland nog steeds rijk aan paddestoelen. Meer dan 3700 soorten horen in ons land thuis. Ze vormen een onmisbare schakel in de kringloop der natuur. De paddestoel, of liever gezegd zijn omvangrijke ondergrondse schimmelweefsel, de zwamvlok, zorgt voor de afbraak van dood materiaal en helpt bovendien boomwortels bij het opnemen van water en voedingsstoffen. Het vruchtlichaam, de paddestoel, zie je meestal alleen in de herfst, en vaak nog niet eens elk jaar, maar ondergronds gaan de activiteiten het hele jaar door. Naarmate de paddestoelen achteruitgaan, neemt ook de vitaliteit van de bomen af, en vice versa.

Rietwieltje

Met enige ervaring zijn enkele honderden paddestoelensoorten op naam te brengen. Het determineren van de overige soorten lukt alleen aan de hand van microscopische kenmerken. Voor de atlas zijn 375 van de bekendste en voor het natuurbeheer meest relevante grotere soorten (zogeheten macrofungi met een vruchtlichaam groter dan 1 millimeter) uitgekozen.

Over een enkele onopvallende soort die op moeilijk toegankelijke standplaatsen voorkomt, hebben de beide schrijfsters nog hun twijfels. De gegevens van het Rietwieltje, de Schelpjestaailing en het Zeerusruitertje zijn misschien niet geheel representatief, en ook de verspreiding van de ondergronds levende Hertetruffels is niet helemaal bekend. Maar los daarvan is wel duidelijk, dat verreweg de meeste paddestoelen dramatisch achteruitgaan; 82 procent van de besproken soorten gaat achteruit, en vaak zeer ingrijpend. Van ruim 180 soorten is het voorkomen sinds 1980 meer dan gehalveerd. Dat geldt voor vrijwel alle soorten die aan naaldhout zijn gebonden. Alle soorten van voedselarme standplaatsen hebben het moeilijk. Alleen de stikstofminnende paddestoelen (zoals Knolparasolzwam en gekraagde Aardster) maken het goed.

Aan de Atlas is vijf jaar gewerkt. Er is zo veel mogelijk beschikbare kennis over de verspreiding van de Nederlandse paddestoelen in verwerkt. Vanaf de eeuwwisseling zijn incidentele paddestoelenwaarnemingen gebruikt. Losse waarnemingen, maar ook complete zakboekjes en historische herbaria zijn ingevoerd in het databestand. Een systematische aanpak wordt gevolgd sinds 1980. In dat jaar begon de Nederlandse Mycologische Vereniging met een landelijk karteringsproject om meer inzicht te krijgen in het sterk veranderende Nederlandse paddestoelenbestand. Iedere enthousiaste amateur kan hiervoor gegevens over het voorkomen van paddestoelen inzenden. De coördinatie berust bij het Biologisch Station van de Landbouwuniversiteit in Wijster.

Vroeger werd wel eens schertsend opgemerkt dat je aan de verspreidingskaartjes vooral de verspreiding van mycologen (paddestoelenkenners) kon aflezen, maar inmiddels is het landelijke beeld tamelijk compleet. Dank zij het karteringsproject is in 15 jaar tijd de kennis over het voorkomen van paddestoelen enorm toegenomen. Zelfs in gebieden die al intensief geïnventariseerd waren zijn onlangs nog nieuwe soorten ontdekt, zoals in de Stiphoutse bossen bij Helmond. Goed nieuws is ook dat de vliegenzwam, die met een breed spectrum aan partners kan samenleven onder uiteenlopende milieu-omstandigheden, nog niet wordt bedreigd.

Het ministerie van landbouw, natuurbeheer en visserij verdient lof voor de subsidie aan dit unieke project. Weliswaar heeft datzelfde ministerie de mestproblematiek, die de oorzaak van bijna alle ellende vormt, weer tien jaar voor zich uitgeschoven, maar intussen is het uitsterven van onze rijke paddestoelenflora keurig in kaart gebracht.