De markt op

Wie een abonnement neemt of per postorder een bestelling doet loopt grote kans om op een lijst te komen, een lijst van dat soort mensen. Het kan best zijn dat zo'n soort mens zich helemaal niet rekent tot dat soort mensen of het niet weten wil of er niet eens weet van heeft, maar op die lijst daar kom je en je komt er niet zo gauw van af. Je wordt voor twee dubbeltjes doorgegeven aan de namenhandel.

Een hoogst enkele keer vergist zo'n firma zich in het profiel en dan wordt de post bij de verkeerde bezorgd. Tenminste, ik hoop maar dat ik niet echt wordt aangezien voor de categorie van wie ik soms de post krijg. Ik vermoed dat men daarbij 'de kleine en/of beginnende belegger' in gedachten heeft (in de branche de term voor 'sukkel'). Mij bereikt dan het dringende, zelfs enigszins bezorgde advies om te beleggen in Australische kopermijnen of land te kopen in de Amerikaanse staat Florida. Een paar weken later kan ik me wel voor de kop slaan dat ik vergeten ben tijdig de coupon in te sturen.

Wat ben ik een jaar later blij dat ik me toen voor de kop geslagen heb.

Maar mijn naam wordt ook doorgegeven aan wuftere instanties. De eerste gevolgen lijken nog vleiend en verrassend. Onverwacht arriveert de enveloppe met uitnodiging in handschrift (weliswaar voorgedrukt, maar toch), voor een champagne-ontbijt bij de Rover-dealer, of een brochure met ingeplakte kleurenfoto van een Cartier-parelcollier, nog twee weken verkrijgbaar met speciale introductiekorting. Daar kan ik me iets bij voorstellen.

“Kijk liefste, omdat we op drie maanden na dertien jaar getrouwd zijn, heb ik voor jou, je raadt het nooit, het Cartier-collier met twaalf gegarandeerd kweekechte parels, tel ze maar na.”

Dat had ik niet moeten doen? Dat móést ik doen, nu, met kennismakingskorting en 50 Aeroclub punten, en ik houd er zelf nog een bijpassende zwaar vergulde dasspeld aan over, aardigheidje van Cartier.

“En weet je wat zo leuk is, straks springen we in de wagen en rijden gelijk door naar Rosmalen voor een champagne-ontbijt bij de Rover dealer. Maken we er een feestelijk weekendje van.”

Afgeprijsde parels, ontbijten bij de dealer, gratis champagne in de showroom... Het is duidelijk dat de doelpopulatie voor deze wervingsacties bestaat uit mensen met een vrij bestedingssurplus, maar meer ook niet. Zet daar nu eens het profiel van de boven-mediane media-gebruiker tegenover: de NRC/AH/'Z'/Mijn-zinnen lezer, hoog opgeleid, cultureel zeer geïnformeerd, niet onknap van voorkomen, geestig en toch smaakvol, en in de al iets rijpere levensfase nog zeer vitaal functionerend, met krachtig zelfgevoel en uitgesproken overtuiging nochtans openstaand voor nieuwe trends, iemand die luxe verafschuwt maar kwaliteit waardeert, gaarne tijdens de strandwandeling een goed glas wijn in de open haard kiepert en die zich van zijn levensdagen niet opgeeft voor de schitterende publikatiereeks 'De Losbladige Abram de Swaan' in slagaderbedreigende klemband met minstens 10 afleveringen per jaar van plm. 20 pp. à 15ct p.p. die u van maand tot maand op de hoogte houden van de meest recente ontwikkelingen in het denken van dit hoogwaardig porseleinen thee-servies bestaande uit 62 onverslijtbare en onverwoestbare onderdelen, alle met meesterhand gegraveerd met de persoonlijke initialen van William Shakespeare wiens onvergankelijke, slagvaste en inflatie-bestendige oeuvre hiermede nu voor het eerst ook binnen uw bereik komt. Vandaag. Bij de Rover-dealer. Met gratis geschenk. Proost.

Het werd me even teveel.

Waarom market niemand mij eens?

Het gaat goed met de krant. Het kan nog beter. Deze rubriek is na een verliesgevende aanloopfase nog nipt in de rode cijfers. Ook hier gaat marktgerichter gewerkt worden.

Op dit zelfde moment zijn de Telepanel-marketeers van NRC-Handelsblad, afd. 'Z', equipe Mijn zinnen, alweer druk doende het draagkracht-profiel van mijn publieksegment nader bij te stellen. Zij doen dat, die keihard werkende jongens en meiden van NRC-Telepanel, elke zaterdagmiddag als de lezers net op hun gemak achter de krant zitten (knabbeltje, hebbedingetje bij de hand), met onstuitbaar enthousiasme, echte opbelhelden. Zodra de krant is opengeslagen, 'rrrring', gaat de telefoon en verkneuterd van de voorpret valt de enquêteur/euse met de hoorn in huis: “En bevalt-ie?”

- Bevalt-wat?

“De nieuwste NRC Handelsblad van vandaag”.

- Toe jô, hoepel op, ik ben net bij Bosnië.

Tien minuten later gaat de telefoon weer: “En hoe bevalt-ie nu, al een beetje beter?”

Naar gelang van de antwoorden die hij (als het een enquêteur is), of zij (als het een enquêteuse is) krijgt, worden de stukken door de - keihard werkende - redactieploeg journalistiek fijn-getuned.

En zo kan dus de krant zo optimaal mogeljk in elkaar gezet worden voor uw maximale leesgenoegens, thuis, op kantoor, in de trein of gewoon achter het stuur van uw Rover in gedekt champagne kleurstelling.

Maar sorry, ik moet er nu even uit, want ik ga met de collega's en collegaatjes van het - keihard werkende - Mijnzinnenteam in de slag om aan de hand van de laatste lezerstrends een goede slotzin te lanceren.