CoBrA onder de rook van Amsterdam

Binnenkort wordt in Amstelveen het Cobra Museum voor Moderne Kunst geopend. Het baksteenrode gebouw, ontworpen door architect Wim Quist, oogt van buiten streng en gesloten. “Van binnen is alles wit en grijs. Kleur moet komen van de schilderijen.”

De Taal van Cobra, 11/11 t/m 14/1. Cobra Museum voor Moderne Kunst, Sandbergplein 1, Amstelveen. Di t/m zo 11-17u. Inl: 020-5475039.

AMSTELVEEN, 21 OKT. Nog even en dan heeft Amstelveen een museum 'van nationale betekenis': het Cobra Museum voor Moderne Kunst. Op de officiële opening op 8 november worden vele nog levende CoBrA-kunstenaars verwacht. Nu nog ploeteren voor de hoofdingang bulldozers door een modderige bouwput. Maar al voor de opening zal daar een plein liggen, genoemd naar oud-directeur Willem Sandberg van het Stedelijk Museum die in 1949 opschudding veroorzaakte met de eerste grote CoBrA-tentoonstelling in Amsterdam. Vanaf 11 november kan het publiek in het nieuwe museum terecht.

Het gebouw, een ontwerp van architect Wim Quist, oogt op het eerste gezicht streng en gesloten. Wie uit de richting Amsterdam komt, wordt geconfronteerd met een lange, blinde muur van rode baksteen. Maar voor- en achtergevel worden beheerst door glaswanden, die aan de achterkant uitlopen in een speelse hoek. Door het vele glas en de transparante dakkappen kan het daglicht vrijelijk de expositieruimte binnenstromen. Alleen voor het prentenkabinet is een duisterder plek uitgespaard.

Het inrichten moet nog beginnen, vertelt directeur Leo Duppen. In het ruime depot op de begane grond tilt hij een uit stukken hout opgebouwde zwaan op van de Deen Henry Heerup, een van de vele sculpturen die op een plaats wachten. In de grote expositieruimten staan tegen de witgekalkte wanden en schotten kleurrijke schilderijen in een voorlopige rangorde op de grond - hier een Jorn, daar een Appel, Corneille, Constant of Dotremont.

Duppen is zeer ingenomen met het ontwerp van Quist, die meer musea op zijn naam heeft staan, onder andere het Maritiem Museum in Rotterdam, het Museon in Den Haag en Beelden aan Zee in Scheveningen. “Het is doordacht en functioneel, er is niets overbodigs en de looproute is logisch. Van binnen is alles wit en grijs, de kleur moet komen van de schilderijen.”

Het museum beschikt over meer dan 2000 vierkante meter expositieruimte, verdeeld over twee verdiepingen die door een open monumentale trap met elkaar verbonden zijn. Door de vele ramen en glaswanden houden de bezoekers contact met de buitenwereld. De voorkant, waar ook een café, museumwinkel en een gehoorzaal met een capaciteit voor honderd mensen te vinden zijn, kijkt uit op een druk verkeerscircuit en het toekomstige nieuwe stadshart. De hoekige glasgevel aan de achterkant daarentegen biedt een landelijk uitzicht op een vijver omzoomd door bomen. In een ronde patio is een 'Zentuin' ingericht van de Japans-Amerikaanse kunstenaar Shinkichi Tajiri: ritmische formaties van gebogen corten-staal op een ondergrond van aangeharkt grind. Sponsors kunnen straks rondom de patio dineren, tussen de topstukken van de collectie.

Het museum beschikt op dit moment over 500 tot 600 kunstwerken. Kern van de collectie vormt een bruikleen van de in Caracas wonende Nederlandse zakenman en CoBrA-verzamelaar J. Karel P.van Stuijvenberg, aangevuld met bruiklenen van onder andere de Rijksdienst Beeldende Kunst en schenkingen. Van Stuijvenberg leent ongeveer 300 werken van bekende en minder bekende CoBrA-kunstenaars. De topstukken blijven de komende jaren ter beschikking van het museum, andere werken mag hij nog verkopen of ruilen. Duppen: “Zijn collectie heeft over de wereld gereisd en veel bezoekers getrokken. Van Stuijvenberg heeft heel breed verzameld. Er is ook prachtige documentatie bij met juweeltjes van gedichtenbundeltjes en series foto's en brieven. Daarmee kunnen we in exposities steeds andere aspecten van de beweging belichten. Ik wil jaarlijks vier tot vijf grote tentoonstellingen organiseren, met catalogus, en een aantal kleinere waarin ook hedendaagse kunst aan bod kan komen. Op de openingstentoonstelling, 'De Taal van CoBrA', zijn bijna alle werken uit de collectie-Van Stuijvenberg te zien. Daarbij gaan we uit van het puur pictorale, van de beeldtaal.” Volgend jaar zullen onder anderen de Belg Pierre Alechinsky en Corneille worden belicht.

De experimentele kunstenaarsgroep CoBrA (Copenhagen, Brussel, Amsterdam) werd opgericht in 1948 door een internationale groep schilders en schrijvers. Zij zochten naar een spontane manier om zich uit te drukken en putten inspiratie uit volkskunst en kindertekeningen. De groep, die in 1951 al weer werd ontbonden, was een van de belangrijkste vernieuwende bewegingen in de beeldende kunst in het na-oorlogse Europa.

Het museum wil zich niet beperken tot die korte historische periode, maar zich ook richten op paralelle stromingen in de Nederlandse moderne kunst, zoals 'Vrij Beelden' uit 1946 en 'Creatie' (1950-55). Duppen: “In de musea krijgen die bewegingen bijna geen aandacht. Wij krijgen tussen de 150 en 200 werken van Vrij Beelden en Creatie in bruikleen uit de collectie van het echtpaar Klasema-Van Loenhout. In mei maken we daar een grote tentoonstelling van.”

In het museum werken ongeveer twaalf mensen. De bouw heeft 17,5 miljoen gulden gekost en maakt deel uit van een groot project voor de vernieuwing van het Amstelveense stadshart. In Amstelveen gevestigde bedrijven hebben samen met de gemeente Amstelveen tientallen miljoenen guldens ter beschikking gesteld voor de vorming van een fonds. Van de rente daarvan kan de exploitatie worden betaald en een aankoopsom van ongeveer 2,5 ton voor de verwerving van kunstwerken worden gereserveerd. Duppen: “Ik streef naar een eigen collectie van 25 tot 30 schilderijen of beelden uit de historische periode van CoBrA. Daarnaast wil ik werken op papier verzamelen.”

In Nederland bezitten het Stedelijk Museum in Amsterdam en het Stedelijk museum in Schiedam het meeste CoBrA-werk. Er is kritiek geweest op het stichten van een apart CoBrA-museum onder de rook van het Stedelijk, maar Duppen is het daar niet mee eens. “CoBrA was een van de meest invloedrijke stromingen in ons land, maar wordt hier nergens permanent getoond. Ook niet in het Stedelijk, dat een van de belangrijkste collecties in de wereld bezit.”

Duppen verwacht voorlopig door een actieve werving via onder andere de VVV's jaarlijks 70.000 bezoekers binnen te krijgen, bijna net zoveel als het aantal inwoners van Amstelveen (75.000). Hij is ervan overtuigd dat het museum internationaal hoge ogen gooit. De belangstelling ziet hij ook gereflecteerd in de hoge prijzen die er in de kunsthandel voor CoBrA-werk worden betaald. Zo veilt Christie's Londen op 30 november een groot doek van Appel (Femmes, Enfants et Animaux) uit 1951 met een maximale schatting van meer dan een miljoen gulden. Het feit dat er de laatste tijd veel CoBrA ter veiling wordt aangeboden, ziet Duppen niet als ongunstig. “Veel verzamelaars die al vroeg werk van CoBrA-kunstenaars kochten, hebben een hoge leeftijd of zijn inmiddels overleden. Die werken worden nu veelal aangeboden als onderdeel van een nalatenschap. Maar CoBrA heeft zijn jeugdig élan behouden. Er wordt steeds door nieuwe generaties schilders op teruggegrepen. Ik verwacht dat straks van de 50-jarige herdenking weer een nieuwe impuls zal uitgaan.”