Claes accepteert verbeten vechtend zijn eerloos lot

BRUSSEL, 21 OKT. Halverwege zijn betoog verandert de lofzang van Willy Claes op de Transatlantische Alliantie, waaraan hij precies een jaar lang leiding heeft mogen geven, plotseling in een vlijmscherp requisitor.

Een laffe trap na, zullen Belgische parlementariërs later op de avond becommentariëren als ze via radio en televisie vernemen in welke harde bewoordingen de socialist uit het Limburgse Hasselt ten aanzien van de hele wereld heeft uitgehaald naar de Belgische justitie, naar de Belgische politiek en naar de Belgische media die hem in zijn ogen zo onrechtvaardig hebben behandeld.

“De omstandigheden waaronder ik mijzelf moest verdedigen, en ik ben niet fier om dat als Belg te moeten zeggen, zijn onwaardig voor een moderne staat die zijn basis vindt in een democratische grondwet en die werkt als een rechtstaat”, verwoordt Claes zijn onverhulde woede in het Engels, in het Frans en in het Nederlands.

De achtste secretaris-generaal en tevens kortstdienende secretaris-generaal van de NAVO heeft gisteren oneervol ontslag genomen. Maar hij vertrok niet stilletjes via een zijdeur, met het schaamrood op de kaken, om de confrontatie met de massaal opgekomen internationale pers en met het eigen NAVO-personeel op het hoofdkwartier in Brussel te vermijden. Nee, ondanks “de opdoffer” die hij naar eigen zeggen heeft opgelopen, bleef Claes ook op zijn laatste werkdag bij de NAVO de verbeten vechter die hij altijd is geweest. Claes moest zich, na de voor hem desastreuze stemming in de Belgische Kamer van volksvertegenwoordigers, gewonnen geven, maar hij verkoos dat niet zonder slag of stoot te doen.

Tot even na drie uur 's middags houdt Claes de buitenwereld in spanning. In de loop van de ochtend voert hij eerst binnenskamers gesprekken met de NAVO-ambassadeurs uit de zestien lidstaten. Om hen te informeren over zijn besluit en om hen te bedanken voor de samenwerking in de afgelopen tijd. Niet om bij hen te bedelen om nog meer steun of om van iemand te horen dat hij nu toch beter kon opstappen, zo benadrukt Claes.

Want het besluit om af te treden, stond bij hem vast op het moment dat donderdagavond de Kamer in meerderheid besloot om de secretaris-generaal te verwijzen naar het Hof van Cassatie, de hoogste rechterlijke instantie in het land, zo verklaart hij. “Ik had tegen enkele van mijn naaste stafleden al gezegd dat ik ontslag zou nemen indien de Kamer het (vorige week opgestelde) advies van de bijzondere onderzoekscommissie zou overnemen”.

Claes herhaalt 's middags tijdens zijn laatste persconferentie in de grote Luns-zaal van het NAVO-complex in Evere de boodschap die hij eerder al heeft proberen over te brengen aan de Belgische parlementariërs, namelijk “dat ik totaal onschuldig ben”. Een vinger priemt de lucht in om zijn woorden kracht bij te zetten, met samengeknepen ogen wacht hij telkens een paar tellen zwijgend als hij zijn zinnen vol venijn heeft uitgesproken. Hij spreekt over “een uiterst moeilijke beslissing”, over “een persoonlijke tragedie voor mezelf en mijn familie” en over “een diep gat waar ik nu ben ingevallen”. Maar, zegt hij, “ik ben van plan verder te gaan met mijn leven, met het zuiveren van mijn naam en met het verdedigen van mezelf in een proces dat tegen mij is gelanceerd op zo'n gebrekkige en twijfelachtige manier”.

Claes legt uit dat hij, ondanks het feit dat hij niet schuldig is aan het aannemen van smeergeld van Agusta en Dassault, ontslag neemt bij de NAVO omdat “de belangen van de Alliantie, haar geloofwaardigeid, en haar efficiëntie steeds mijn eerste zorgen zijn geweest”. “Ik ben verplicht deze organisatie te verlaten als ik haar serieus neem”, zegt hij. “Eerst de NAVO, dan mijn persoonlijke lot”.

Niet zonder trots somt hij op wat de NAVO het afgelopen jaar, dus mede onder zijn leiding, tot stand heeft gebracht: de luchtakties in Bosnië die hebben bijgedragen aan het vredesproces, de komende bijdrage van de NAVO aan de uitvoering van een vredesakkoord, de toenadering tot de landen in Midden- en Oost-Europa via het Partnership for Peace-programma, de studie naar uitbreiding van de NAVO en de toenadering tot Rusland. “Ik ben trots en vereerd te hebben mogen meewerken aan deze verwezenlijkingen”.

Doodstil wordt het als blijkt dat Claes niet van plan is om zich in te houden als het gaat om de manier waarop hij door het Belgische gerecht en door het parlement is bejegend in de smeergeld-affaires. Hij betoogt dat hij destijds als minister van economische zaken naar eer en geweten heeft gehandeld en pas later heeft begrepen dat er steekpenningen zijn betaald, onder andere aan zijn eigen socialistische partij.

“Op mijn woord van eer als Belgische minister van staat heb ik voor de commissie bevestigd dat ik op geen enkele wijze betrokken was bij dergelijke frauduleuze praktijken, noch dat ik ze goedpraatte”.

Dat die boodschap van “totale onschuld” niet is overgekomen in de Kamer, is achteraf bezien niet verwonderlijk, analiseert Claes bitter. Volgens de Belgische grondwet uit 1831 moeten de 150 Kamerleden naar eigen inzicht handelen als ze moeten stemmen over het opheffen van de parlementaire onschendbaarheid van een (oud-)minister. Maar donderdagavond hebben de fractieleden van CVP en VLD de opdracht gekregen van hun partijleiding om de in Limburg ooit zo succesrijke papenvreter naar het Hof te verwijzen en daarmee zijn carriere bij de NAVO te breken, zo suggereert Claes. “Als ik kijk naar de uitslag van de stemming, krijg ik de sterke indruk dat deze stemming niet zo persoonlijk was als ze geacht werd te zijn. Ik ben ervan overtuigd dat een zekere partijdiscipline werd uitgeoefend. Het is hypocriet om te zeggen dat iedereen naar eer en geweten mocht stemmen”.

Voor “de man in de straat” geldt het adagium dat hij onschuldig is zolang hij niet is veroordeeld, voor mij als politicus worden andere, onrechtvaardige maatstaven gehanteerd op basis van een sterk verouderde, nooit aangepaste wetgeving uit het midden van de vorige eeuw, aldus Claes. Nog voordat de procureur-generaal zijn onderzoek heeft afgerond, ben ik door de Kamer in staat van beschuldiging gesteld. En daarmee ben ik in de publieke opinie al veroordeeld als schuldig, Claes verweet ook de Belgische pers “op de man en niet op de bal te spelen”.

“Men schijnt te vergeten dat men het heeft over mensen, met een hart en met familie”. Claes zei niet te weten waar hij die behandeling in de pers aan te danken had. “Ik weet ook niet hoe ik mij moet verdedigen tegen dergelijke insinuaties, halve waarheden en leugens”.

Na ruim een uur maakt de woordvoerder van de secretaris-generaal een einde aan de bijeenkomst. Alvorens voorgoed het gebouw te verlaten, wil Willy Claes nog afscheid nemen van het voltallige personeel op het hoofdkwartier. Er klinkt applaus op als hij op de gang passeert. “Ik ben kwaad, maar ik wil niet als een verbitterd man verder gaan, ondanks de onrechtvaardigheden waarvan ik het slachtoffer ben geweest. Mijn waarden en principes blijven intact. Ik zal een vechter blijven, zoals ik altijd ben geweest”, is de boodschap die hij achterlaat.

    • Wim Brummelman