Chirac zit in Algerijns wespennest; Gesprek met Zéroual kan diplomatieke ramp worden

PARIJS, 21 OKT. Was het moed of onhandigheid? De president die voor het eerst Frankrijks schuld tijdens de Tweede Wereldoorlog erkende, werd deze zomer de 'Hirochirac' van de halve wereld, nadat hij had bekend gemaakt zeven of acht kernproeven te gaan nemen.

Vroeger gaf Frankrijk achteraf een kort bulletin uit. Mururoa is nu vooral een diplomatieke ramp geworden. De aankondiging van de ontmoeting die de Franse president zondag of maandag in New York heeft met zijn Algerijnse collega, Zéroual, heeft voorlopig nauwelijks een beter resultaat geoogst.

Voor de communicatie laat Chirac zich adviseren door zijn 32-jarige dochter Claude, wier gave is dat zij de stijl van deze tijd voor haar vader vertaalt in politieke gebaren.

Eerlijkheid en directheid zijn daarbij vaak stijlmiddelen. Toen zij 'Chirac', zoals Claude haar papa steevast aanduidt, met Madonna liet fotograferen was zijn brug naar de jeugd geslagen. Tijdens de afgelopen verkiezingen was Jacques Chirac (62) de populairste kandidaat bij de jonge kiezers. Claude heeft er inmiddels, zo meldt Paris Match exclusief, 'voor gekozen moeder te worden' - over een vader wordt niet gesproken. De politieke vertaling laat nog op zich wachten.

Lekken uit Chiracs Elysée zijn tot nu toe geen ongelukjes geweest.

Het bericht over Chiracs aanstaande ontmoeting met de man die de meeste kans maakt de Algerijnse presidentsverkiezingen op 16 november te winnen, werd door Chirac dan ook onmiddellijk bevestigd.

Terwijl zijn besluit de kernproeven te hervatten in eigen land vooral applaus opleverde, heeft de keus om Zéroual zo kort voor de omstreden verkiezingen te spreken geen reacties opgeleverd waarin het woord 'moedig' voorkwam.

De meeste toonaangevende Franse socialisten noemen de ontmoeting 'niet opportuun'. Chiracs partijgenoot, oud-minister Charles Pasqua, groot Afrikanist ondanks zijn voormalige verantwoordelijkheid voor binnenlandse politiek, liet zich op het gaullistische congres van afgelopen zondag ontvallen dat zo'n gesprek toch ook wel in stilte had kunnen plaatsvinden, zeker in de marge van de staatsliedenkermis van dit weekeinde in New York.

Chirac zit hopeloos klem met zijn Algerije-politiek. De voorgaande regering (van geestverwant Balladur, onder de socialistische president Mitterrand) gaf ook steun aan het bewind dat Algerije militair bestuurt, maar hield tegelijkertijd afstand.

De islamitische fundamentalisten, die eind 1991 dreigden de verkiezingen te winnen en sindsdien een steeds bloediger burgeroorlog met de machthebbers uitvechten, hebben Frankrijk die houding wel verweten, maar pas in december 1994 raakte Parijs direct betrokken bij de gewelddadigheden toen een Air France-vliegtuig in Algiers werd gekaapt.

Toen bleek dat de vorige regering altijd al verdeeld was geweest over de Algerije-politiek. Minister Pasqua vond dat het oprukkend fundamentalisme hard moest worden bestreden, in Frankrijk pakte hij mogelijke bruggehoofden hard aan, in Algerije steunde hij het bewind.

Tegelijkertijd onderhield hij stille contacten met fundamentalisten om te voorkomen dat die zonder dat hij het wist tot ware export van de Algerijnse burgeroorlog konden overgaan.

Collega van buitenlandse zaken Juppé koos een striktere lijn van niet-inmenging: het land is sinds 1962 onafhankelijk, en ondanks de nauwe historische en persoonlijke banden hoort Parijs zich niet te mengen in de burgeroorlog die sinds 1992 al 30.000 doden heeft gemaakt.

Nu Juppé eerste minister is, en Chiracs law-and-order-secondant Debré op binnenlandse zaken zit, is de weinig principiële Pasqua-benadering verlaten.

In 1995 is vijf miljard franc (1,6 miljard gulden) aan hulp gegeven. Parijs vraagt de EU-partners en andere donoren Algiers niet te vergeten. Om het zwaar getroffen Algerijnse volk te steunen, zegt Parijs. Om het regime in het zadel te houden, zeggen islam-politici van diverse pluimage.

Of de bommencampagne die Frankrijk sinds deze zomer teistert een gevolg is van de hardere lijn of mede aanleiding geeft tot de verdere verharding van Chiracs politiek, is moeilijk vast te stellen.

Ook met meer repressie is het moeilijk in een open land te voorkomen dat kwaadwillenden een gasfles met een klokje, een 9-voltsbatterij en een explosief in een publieke ruimte achterlaten.

Tegelijk gaan er stemmen op (ook van een afgesplitste socialist als oud-minister Jean-Pierre Chevènement) die zeggen: het is Frankrijks en Europa's belang dat Chirac een dam opwerpt tegen het oprukkend fundamentalisme. Alleen vertelt niemand erbij hoe dat moet. Voorlopig wil Chirac aan Zéroual vertellen dat democratie ook in Algerije het doel moet blijven. Evenmin zonder praktijktips. Algerije blijft een wespennest.

    • Marc Chavannes