Boeven

BAS VAN HOUT: Beroep: Supercrimineel. Steve Brown, de ongecensureerde biografie

309 blz., Marc Quest 1995, ƒ 29,95

Steve Brown kwam voor het laatst uitgebreid in het nieuws toen hij als kroongetuige optrad in het proces tegen de oud-politieman Martin H. Deze werd in 1993, mede op grond van Browns getuigeverklaring, voor de moord op de drugshandelaren Klaas Bruinsma en Tonny Hijzelendoorn veroordeeld tot twintig jaar.

Na zijn optreden als kroongetuige in de zaak H. beschouwde Brown zijn criminele loopbaan als beëindigd. Hij verwachtte het loon te moeten incasseren van een verklikker in het criminele milieu en vreesde voor zijn leven. Brown staat bekend als de grondlegger van het omstreden imperium van de Happy Family, een door de gemeente Amsterdam gesubsidieerde, omstreden instelling voor 'randgroep-jongeren'. Brown overwoog een niet-criminele carrière en een andere manier om 'snel rijk te worden'. Hij zocht contact met auteurs, die zijn verhaal over de Happy Family wilden opschrijven.

Volgens Brown subsidieerde de gemeente de instellingen van de Happy Family in de veronderstelling dat daar achtergestelde jongeren werden opgevangen en begeleid. In werkelijk, zegt hij, waren het een soort van roversholen voor 'asocialen'. Brown had het idee dat zijn verhaal over hasj, xtc en het misleiden van welzijnswerkers en gemeente-ambtenaren een bestseller zou worden op de Amerikaanse markt. Bas van Hout, bekend van zijn journalistieke undercover observaties bij de Centrum-Democraten, wilde desgevraagd het verhaal van Brown wel optekenen.

Brown en Van Hout zijn niet langer meer on speaking terms. Brown heeft tevergeefs geprobeerd publikatie van Beroep: Supercrimineel tegen te houden. Volgens Van Hout schrok Brown toen hij erachterkwam wàt hij Van Hout allemaal had verteld. “Eerst wilde hij alleen dat een scène over het martelen van een drugskoerier zou worden geschrapt.” Maar nadat Browns echtgenote haar veto over het boek had uitgesproken wilde Brown, volgens Van Hout, publikatie van het hele manuscript onmogelijk maken.

Van Hout legde vele uren gesprekken met Brown op de band vast. De gesprekken gingen niet alleen over de Happy Family, maar ook over Browns jeugd in de Amsterdamse volksbuurt de Pijp en over de moorden op Bruinsma en Hijzelendoorn. In Beroep: Supercrimineel lezen we hoe Brown op zestienjarige leeftijd als schoorsteenveger buurtbewoners bedotte. Hoe hij door intimidatie en flux de bouche de gemeente overhaalde een “verschrikkelijk hol” te subsidiëren, “waar je alleen door er langs te lopen al kans liep een onbekende ziekte op te lopen”. Over het 'rippen' van medecriminelen, de corruptie van de Amsterdamse politie en de handel in xtc. Stuk voor stuk onderhoudende portretten van het criminele milieu. Maar als dit boek één ding duidelijk maakt is het wel dat het criminele milieu een wereld is van list, leugen en bedrog. Dat geeft tegelijk ook een zwakheid in het boek aan.

Als Brown tegen Van Hout zegt dat hij vroeger een geduchte straatvechter was, hoeft dat dan ook niet te betekenen dat hij dat ook werkelijk wàs. Het moet Van Hout worden nagegeven dat hij waar mogelijk bij derden bevestiging zoekt van wat Brown hem heeft verteld. Maar ook wanneer iemand anders bevestigt dat Brown altijd met zijn vuisten klaarstond, kan zijn biograaf niet als feit vermelden dàt Brown een vechtersbaas was.

Beroep: Supercrimineel zou overtuigender zijn geweest als Van Hout de hoofdpersoon in de eerste persoon enkelvoud had opgevoerd. Dan was duidelijk geworden dat hier een opschepper, leugenaar en fantast aan het woord was. Nu denkt de lezer steeds: 'Is het allemaal waar wat hier wordt verteld.' De door Bas van Hout verwachte wraakactie van Brown is overigens tot nu toe uitgebleven, maar de biograaf houdt terdege rekening met een actie van de door hem geportretteerde man.