Antillen: strenge aanpak witwassen

ORANJESTAD/WILLEMSTAD, 21 OKT. Er moet een “kustwacht-achtige organisatie” komen die de bestrijding van financiële criminaliteit in alle delen van het Koninkrijk ter hand neemt. Een land als Aruba is niet in staat zelfstandig problematiek als het witwassen van drugsgelden en complexe internationale fraudezaken op te lossen.

Dat zegt mr. J. van Eck, hoofdofficier van justitie op Aruba, die daaraan toevoegt dat de autonomie van de verschillende landen wel gewaarborgd moet blijven. De regering van Aruba vreest bij monde van minister Vos van justitie voor aantasting van die autonomie. Minister-president Pourier van de Nederlandse Antillen “voelt” daarentegen desgevraagd “wel voor de analogie met de kustwacht” als het gaat om financiële criminaliteit. Angst voor verlies van autonome zeggenschap heeft hij daarbij niet.

De Nederlandse minister Voorhoeve van Antilliaanse en Arubaanse zaken wil nog niet reageren op het pleidooi van Van Eck. De oprichting van de al geplande Koninkrijkskustwacht ligt uiterst gevoelig. Die kustwacht gaat het verkeer van fysieke goederen en mensen van en naar de eilanden in het Caraïbisch gebied controleren en zal binnenkort moeten functioneren. Maar binnen het parlement van de Nederlandse Antillen is sterk verzet gerezen tegen dergelijke landsgrensoverschrijdende organisaties. De Nederlandse Antillen en Aruba zijn binnen het Koninkrijk autonome landen die in principe enkel defensie en buitenlandse zaken door Nederland laten behartigen.

Volgens Van Eck is financiële criminaliteit bij uitstek een problematiek die “in groter verband” moet worden opgelost, waarbij hij in eerste instantie denkt aan de drie landen van het Koninkrijk. Van Eck is blij met nieuwe wetgeving op Aruba, zoals een meldingsplicht voor financiële instellingen van 'ongebruikelkijke' transacties en de zogenaamde internationale 'Pluk ze'-wetgeving die het mogelijk moet maken om criminelen hun oneerlijk verdiende vermogen af te nemen. Maar zowel bij de opsporingsinstanties als bij justitie ontbreekt op dit moment de capaciteit en deskundigheid om zaken die daaruit voortvloeien tot een goed einde te brengen.

Als voorbeeld wijst de hoofdofficier op de grote, internationaal wijd vertakte bouwfraudes die de afgelopen jaren op de eilanden habben plaatsgevonden. “Bij de fraude hier met het Beta-hotel ging het in feite om dezelfde zaak als bij de bouw van de luchthaven op Sint Maarten. Een uit Nederlanders en lokale politiemensen geformeerd rechercheteam zocht beide zaken uit. Maar de openbare ministeries van Aruba en de Antillen moeten de affaire gescheiden afhandelen.” Van Eck beroept zich op een protocol dat in 1993 is opgesteld door Nederland en Aruba waarin beide landen heben afgesproken nog dat jaar een onderlinge regeling te treffen voor de samenwerking op gebied van justitie. In dat protocol wordt gesproken over “een met Europol vergelijkbare instelling voor de landen van het Koninkrijk”. Volgens de hoofdofficier is daar niets mee gebeurd.