Als mensen vinden dat het niet kan, begrijpen ze de grap niet; 'Ik kan met het publiek alles doen'

Rolf Wouters (1963) is presentator van het spelprogramma 'Uhhh...Vergeet je tandenborstel niet!' Een show waarvoor het publiek met tandenborstel en paspoort naar de studio komt om misschien diezelfde avond nog te vertrekken naar een nabij of ver gelegen vakantiebestemming. Het publiek ontvangt iedere grap met 'de tandenborstel-jive', een deuntje met bijbehorend dansje.

“Met je kop op de televisie is niet echt leuk. Iedereen denkt meteen dat ze je kennen. 'Leuk programma', zeggen ze dan, maar ik vraag me af: 'begrijp je het eigenlijk wel?'. Van alle mensen die kijken, heeft denk ik twintig procent de grappen echt door. De Tandenborstelshow heeft een opvallend hoog percentage kijkers uit de hogere sociale klasse. Dat zijn de mensen die de kleine speldenprikjes oppikken. Waarom ik het programma dan toch voor een Veronica-publiek maak? Ik kan niemand verbieden om te kijken. Als ze er om moeten lachen ... prima toch?

De Tandenborstelshow is een programma met licht persiflage-achtige elementen. Het is de overdrijving van de bestaande spelletjes op televisie. We doen het met veel vaart. De show duurt vijftig minuten en wordt ook in die tijd opgenomen. Dat vraagt stuntwerk op het gebied van de regie. Het is allemaal heel snel gemonteerd. We gebruiken ook veel stroboscoop-effecten. Van de Epilepsie Vereniging Nederland kregen we nog een brief dat hun leden er onwel van kunnen worden. Soms vind ik zelf het ook wel te druk. De commercialbreak is echt een rustpunt.

De show heeft veel onverwachte momenten. De kijker en het publiek worden constant op het verkeerde been gezet. We steken een beetje de draak met reality-tv. In een van de afleveringen maakten we aan een paar jongens bekend dat hun vriendin zwanger was. Maar dat was niet zo, die vriendinnen zaten in het complot. Een geweldige grap. Het is enorm leuk om de gezichten van die jongens te zien veranderen. Binnen een minuut hebben we hen toen verteld dat hun vriendinnen helemaal niet zwanger waren. Ik vind niet dat je op zo'n moment een grens overschrijdt. Als die vrouwen juichend instemmen met zo'n grap, dan heeft het bekendmaken van een zwangerschap allang niets intiems meer. Als mensen vinden dat dat niet kan, dan begrijpen ze de grap niet. Waar winden ze zich over op? Kijk naar wat er in Bosnië gebeurt. Dat kan niet.

Ik was creatief-directeur van een reclamebureau. Op verzoek van een aantal collega's heb ik meegedaan aan Showmaster (een talentenjacht voor presentatoren, MS). Toen is de bal gaan rollen. Wat Joop van den Ende in mij ziet als presentator? Ik denk dat Van den Ende heel snel zag dat ik beschik over een meer dan gemiddelde geestelijke bagage, dat ik een goede taalbeheersing heb en een bepaalde nuchtere houding die humoristisch kan werken.

Maar de presentatie is nog wel het minst interessante aspect van mijn werk. En met de minste voldoening. Ik ben programmamaker. Maar omdat ik het concept helemaal had uitgewerkt, was het zo van: nou, laat ik het dan ook maar presenteren. Het nieuwtje is er inmiddels wel van af. De grootste uitdaging voor een presentator is om op te nemen in real time, zonder autocue en alles à l'improviste. We kunnen het nu wel.

Met het publiek kan ik alles doen. Dat is ook de opzet. Het publiek zit er niet als klapvee. Het gaat om de samenwerking - of als je het zo wil noemen: het conflict - tussen mij en het publiek. Op die tribune is het ontzettend spannend. Ze worden en masse in de maling genomen. In de serie 'Kun je golfen met ...' hadden we al de aardappel en het gelatine-puddinkje met een golfstok het publiek in geslagen. De afgelopen keer hadden we 'Kun je golfen met chinees van twee dagen oud?'. De hele tribune heeft dan zoiets van: ja hoor, laat maar komen. We sloten af met 'Kun je golfen met levende maden?' Het publiek was door het dolle heen. Ik had de maden zo het publiek in kunnen slaan. Maar dan zeg ik opeens: 'Nee, met levende maden kun je niet golfen. Dat is niet leuk. Er zijn grenzen'. Dan wijs ik het publiek eigenlijk even terecht. Ook aan humor zit een grens: de grens waar leuk ophoudt en echte gekte begint. Of het publiek die grens ook scherp heeft, dat weet ik niet. Dat interesseert me ook niet.

Dat deuntje is de titelsong van Please Sir, een oude Engelse comedy-serie over een onderwijzer. Overal waar massa's mensen bijelkaar komen hoor je het nu: bij het boerenprotest in Assen, bij de staking van de spoorwegpolitie. Het is een eigen leven gaan leiden. Inmiddels is het als nummer uitgebracht en staat het in de top-tien. Op een gegeven moment leek het zelfs alsof wij het van de radio hadden, in plaats van andersom. Zelf kan ik het niet meer horen.

Boudewijn Buch noemde het programma 'buitengewoon vernieuwend'. En dat zijn we ook. Voor critici is dat natuurlijk aardig voer. Die staan meteen met hun oordeel klaar. Schrijven al na één aflevering dat het flauw is om een persiflage 'Sleep je zot' te maken op de oude quiz 'Ren je Rot' van Martin Brosius. Maar wij hebben vantevoren bedacht dat we in een volgende aflevering met Martin Brosius zelf op de proppen komen. En dat we dan niet zo'n klein stukje gaan hollen als vroeger in 'Ren je Rot', maar van Aalsmeer naar Schiphol. Om dat te begrijpen moet je wel alle afleveringen zien. Het is een serie. Dat begrijpen ze hier niet. Monty Python had in Nederland ook pas na tien jaar succes.

De aandacht voor televisie is in Nederland buitenproportioneel. En net als met voetbal: iedereen heeft er verstand van. In geen enkel ander land wordt zoveel over televisie geschreven en gesproken als hier. Zo ongeveer de helft van Nederland werkt bij de televisie. Als je ziet hoeveel brieven hier binnenkomen met het verzoek voor de televisie te mogen werken - zonder dat die mensen ook maar weten wat het inhoudt. Er is blijkbaar een grote angst om anoniem te blijven.''

    • Monique Snoeijen