WILLY CLAES: Vechtersbaas en 'realpoliticus'

BRUSSEL, 20 OKT. Willy Claes moest opstappen als hoogste man bij de NAVO wegens een smeergeldaffaire waarin vermoedelijk vele miljoenen frank zijn omgegaan. Een ironisch lot voor een man die in bittere armoede opgroeide en die bekend staat om zijn sobere levensstijl. “Over Claes kan ik u geen verhaaltjes vertellen”, zei zijn voormalig medewerker Ernest Bujok eerder dit jaar. “Hij was een pin eerste klas, zoals wij dat noemen.”

De betrokkenheid van Claes bij de Agusta-smeergeldaffaire is niet bewezen. Het is de zweem van verdenking die rond hem hangt die hem noodlottig is geworden. Die verdenking groeide toen Claes half februari moest toegeven dat hij wist dat de Italiaanse helikopterbouwer Agusta zijn Socialistische Partij geld had aangeboden. Een paar dagen eerder had Claes nog beweerd dat hij “nooit, door wie of wat ook, of waar dan ook, noch direct, noch indirect” van enig voorstel had gehoord. “Ik heb niets te versteken”, hield Claes vol. Maar de twijfel over zijn onschuld was gezaaid.

Precies een jaar geleden zag de toekomst er nog zo rooskleurig uit voor de Belgische politicus. Claes (56), tot eind september vorig jaar Belgisch minister van buitenlandse zaken, had na de gemeenteraadsverkiezingen in oktober burgemeester willen worden van zijn geboortestad, het Limburgse Hasselt. Maar het aanbod om secretaris-generaal van de NAVO te worden, een alleszins prestigieuze functie, sloeg hij niet af - hoewel hij tot op het laatste moment volhield dat hij geen kandidaat was geweest “als Douglas [Hurd] de job gewild had”. De topbaan bij de NAVO betekende een kroon op de politieke bliksemcarrière van de zoon van een straatmuzikant. Een kroon ook waaraan hij de afgelopen maanden hardnekkig bleef vasthouden, ondanks geluiden in binnen- en buitenland dat hij beter zou kunnen aftreden. Vechtersbaas Claes gaf pas op, toen hij zag dat hij de strijd onmogelijk nog kon winnen.

Direct na zijn aantreden noemde Claes als prioriteit voor de NAVO (die hij consequent 'NATO' is blijven noemen) het verstevigen van de samenwerking met de landen uit Midden- en Oost-Europa. Enkele weken geleden bracht de NAVO hierover een rapport uit, waarin een midden is gezocht tussen enerzijds het bieden van uitzicht op lidmaatschap voor de Midden- en Oosteuropese landen en anderzijds het niet vervreemden van Rusland, dat fel gekant is tegen uitbreiding van het Atlantisch bondgenootschap naar het Oosten. Vorige week nog, tijdens een bezoek van de Albanese president, Sali Berisha, ontkende Claes heftig de geruchten dat er een geheime lijst zou zijn met namen van Oosteuropese landen en de data voor hun toetreding.

Claes' start als secretaris-generaal was niet vlekkeloos. In zijn eerste maanden werd hij hevig bekritiseerd wegens uitlatingen over de islam. In een reeks vraaggesprekken waarschuwde Claes tegen het gevaar van het islamitische fundamentalisme - een waarschuwing die ook binnen de NAVO werd opgevat als oproep voor een kruistocht tegen de islam. Claes antwoordde haastig dat de NAVO niet uit is op een strijd tegen het moslim-fundamentalisme, maar dat ze wil bijdragen aan vrede en stabiliteit aan de zuidgrenzen in Europa.

De laatste tijd echter zijn de kritieken over Claes veel positiever. Vooral de Verenigde Staten loven zijn optreden in het netelige ex-Joegoslavië dossier. Als geen ander heeft Claes zich ingezet om binnen het Atlantisch bondgenootschap steun te vinden voor luchtaanvallen op de Bosnische Serviërs - iets waar de Amerikanen al veel langer voor pleitten. Claes verheelde niet dat hij zich ergerde aan de houding van de Verenigde Naties in het voormalig Joegoslavië. Een houding waarmee hij Amerikaanse lof oogste. De Amerikaanse ambassadeur bij de NAVO, Robert Hunter, prees Claes vorige week als de juiste man op de juiste plaats. Deze week nog sloot minister van defensie William Perry zich aan bij deze loftuiting.

In België staat Claes bekend als een 'realpoliticus'. In de ruim dertig jaar dat hij werkzaam was in de politiek, is hij nooit extreem en altijd pragmatisch geweest. “Hij zorgde er altijd voor dat hij zo weinig mogelijk bruggen verbrandde”, aldus een voormalig medewerker. De Agusta-zaak, die nu aan zijn carrière een eind heeft gemaakt, is de laatste in een reeks affaires waarin de naam Claes is gevallen. Nooit werd zijn betrokkenheid bewezen, altijd was het die zweem van verdenking. Claes werd onder andere genoemd in een zaak rond gesjoemel met olie- en aardgascontracten in de jaren zeventig. Vorig jaar nog viel zijn naam in de zogeheten Uniop-affaire, rond te dure opdrachten van de regering aan het studiebureau van de Vrije Universiteit Brussel. Net als de Agusta-affaire speelde die zaak eind jaren tachtig, toen Claes minister van economische zaken was. Een speciale Kamercommissie besloot echter midden vorig jaar, dat Claes voor de Uniop-affaire niet naar het Hof van Cassatie doorverwezen mocht worden.

Claes is een self made man. Hij werd geboren op 24 november 1938 in het Limburgse Hasselt. Toen Claes dertien was, werd zijn familie met meubilair en al op straat gezet door de welgestelde huisbaas, om plaats te maken voor diens zwangere dochter. Dit voorval heeft Claes voor de rest van zijn leven getekend, erkende hij later. Hij hield er een ernstige en pessimistische levenshouding aan over. “Er is geen enkele reden voor gerustheid”, zei hij ooit in een interview. Aan het incident zou hij ook zijn sociaal engagement hebben overgehouden.

Na een studie politieke wetenschappen, die hij zelf bekostigde met het spelen van klarinet, vibrafoon en saxofoon in jazz-cafés, maakte Claes een snelle carrière binnen de Vlaamse Socialistische Partij. Hij werd achtereenvolgens gemeenteraadslid van Hasselt in 1964, provincieraadslid het jaar erop en volksvertegenwoordiger in 1968. Hij was lid van het partijbureau van de toen nog unitaire Belgische Socialistische Partij, waarvan hij later met de Luikse voorman André Cools co-voorzitter zou worden. In 1972, op 33-jarige leeftijd, werd Claes benoemd tot minister van Nationale Opvoeding. Journalist Hugo Camps schreef toen over de coming man: “Hij is een beetje nietig in zijn voorkomen. Wat schlemiel ook. Geknipt om de rol van een verstoten jongetje te spelen in een Spartaans treurspel. Aan deze man is niets rococo.”

In 1973 stapte Claes over naar economische zaken - een post die hij ook bezette toen hij eind 1988 zijn handtekening plaatste onder de aankoop van 46 Agusta-helikopters voor het Belgische leger. In 1992 ging hij naar buitenlandse zaken: “Een geschenk van de goden.” In die tijd stond het Belgisch buitenlands beleid bekend als een 'kroniek van een zelden geziene knoeiboel'. Claes beschouwde het als een uitdaging om een einde te maken aan die slechte reputatie. “Ik denk dat we naar een zekere stabiliteit in ons buitenlands beleid moeten terugkeren”, zei hij in een interview met De Standaard. Dat is hem gelukt. Volgens waarnemers leidde hij als minister van buitenlandse zaken adequaat het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie, in de tweede helft van 1993. Minder lof was er vorig jaar voor de beslissing om Belgische militairen in te zetten in Rwanda. Tien Belgische blauwhelmen werden vermoord, de resterende militairen werden snel teruggetrokken. Die actie was een blunder, gaf hij zelf later toe.

Voormalige medewerkers van Claes roemen zijn ijzeren discipline en zijn grondige dossierkennis. Hij heeft weinig geduld met mensen die niet zo ijverig zijn. Volgens ingewijden leidt Claes een ascetisch leven. Hij zou niet drinken, weinig eten en niet uitgaan. Muziek lijkt zijn enige manier van ontspanning. Het was traditie dat Claes toen hij minister van buitenlandse zaken was tijdens internationale bijeenkomsten achter de piano ging zitten en - vooral romantische - muziek ten gehore bracht. Opvallend is de typische, ook voor Belgische oren beeldende, taal die Claes bezigt. Zo was het hem alsof “de pannen van het dak vlogen” toen hij hoorde dat zijn partij smeergeld zou hebben aangenomen. Twee weken geleden beweerde Claes nog dat hij “nooit niks mispeuterd” heeft. En ook nu nog houdt Claes vol dat hij niets “te versteken” heeft.

    • Birgit Donker