Wee Andrej

DE WERELD mag dan een dorp zijn geworden, de politieke cultuur verschilt her en der nog levensgroot. President Boris Jeltsin van Rusland heeft dat weer eens treffend geïllustreerd. Gisteren riep de Russische president, nadat hij als echte leider èn man twee Kremlin-secretaressen voor het oog van de camera's had geknepen, dat zijn minister Andrej Kozyrev van buitenlandse zaken zou worden vervangen zodra hij een opvolger had gevonden. Vanmorgen zei Jeltsin echter, toen hij op het regeringsvliegveld werd uitgezwaaid voor zijn tocht naar de Verenigde Naties in New York, dat het probleem-Kozyrev wellicht zou kunnen worden opgelost door hem een goede adjunct te leveren die op het departement de ambtelijke orde zou kunnen herstellen.

Och arme Kozyrev. Al vier jaar is deze zoon uit een gezin van sovjet-diplomaten, die in Brussel is grootgebracht, bezig om de buitenlandse politiek van Rusland een rationeel gezicht te geven. Hij spreekt goed Engels, is jong, presenteert zich als democraat maar ontkent tegelijkertijd niet dat zijn moederland als een grootmacht dient te worden behandeld. Kortom, hij heeft alles mee om op voet van gelijkheid om te gaan met zijn collega's in het buitenland. Maar in eigen kring wordt hij nu al een jaar keer op keer als een snotneus weggezet. En dat houdt maar niet op.

WANT WELKE HOUDING moet die arme Kozyrev zich volgende week in New York nu aanmeten, als hij naast zijn staatshoofd een glas drinkt met de andere machtigen der aarde? In Moskou is hij niet meer dan fiche op de politieke roulettetafel van een president die het ook niet meer weet. Daarmee kan Koyzrev zo langzamerhand wel omgaan. Daarmee moeten namelijk alle onderdanen in Rusland kunnen omgaan. Buiten Rusland zou hij desondanks graag serieus willen worden genomen. Maar in de Westerse hoofdsteden pleegt men ministers nog altijd als zelfstandig opererende politici te beoordelen. Zeker van ministers van buitenlandse zaken wordt verwacht dat een man een man en een woord een woord is. Collega's die in eigen huis als kleuters worden behandeld, zijn daarbuiten al snel schertsfiguren. En die kun je, al was het maar terwille van je eigen geloofwaardigheid, beter op afstand houden.

De beklaagde Kozyrev zal dat volgende week weer eens merken. Het zal zijn ego geen goed doen. Maar het zal de internationale verhoudingen ook geen goed doen. Want niemand, behalve Jeltsin misschien, heeft nog belang bij een Russische minister van buitenlandse zaken met wie het slechts aangenaam borrelen is. De patroniserende minachting die Jeltsin voor zijn minister tentoonspreidt, is in die zin ook een vorm van gebrekkig respect voor de buitenwereld waarin Rusland zo graag wil integreren.

BORIS NIKOLAJEVITSJ, beul, houdt het kort. Andrej Kozyrev mag een politieke executie in slow-motion dan wel kunnen verdragen. Zijn gesprekspartners willen weten waar ze aan toe zijn.