Vrijdag 20; Poldermisère

Op zoek in Nederland naar objecten die in aanmerking komen voor de culturele Wereld Erfgoedlijst van Unesco, wees de machtige vinger van staatssecretaris Aad Nuis ook in de richting van de Noordoostpolder. Dit 'unieke voorbeeld van een twintigste-eeuwse droogmakerij' zette hij op de voorlopige Hollandse aanbieding naast de Stelling van Amsterdam, het molencomplex bij Kinderdijk, de droogmakerij de Beemster, de nieuwe Hollandse Waterlinie van Muiden tot de Biesbosch, de Amsterdamse grachten, het D.F. Woudagemaal in Lemmer en de kroonjuwelen van het Nieuwe Bouwen: het Rietveld-Schröderhuis in Utrecht, de Van Nellefabriek in Rotterdam en het voormalig sanatorium Zonnestraal in Hilversum.

De voordracht van de Noordoostpolder werd de staatssecretaris in het geheel niet in dank afgenomen door de commissaris van de koningin in Flevoland J. Lammers en door de burgemeester van de gemeente Noordoostpolder M. Knip. Zij schreven Nuis een boze brief met de boodschap dat zij er vooralsnog niets voor voelen om met hun zo waardevolle polder naast de Notre Dame en de Borobudur op de Wereld Erfgoedlijst terecht te komen. Met een verklaring tot 'beschermd gebied' loopt de droogmakerij, inclusief een stad en een tiental dorpen, groot gevaar in haar dynamische economische ontwikkeling te worden belemmerd, zo veronderstellen Lammers en Knip. Een nogal kinderlijke opvatting. Stel dat de voordracht door Unesco wordt beloond - overigens zal de kwestie pas in het begin van de volgende eeuw aan bod komen -, zal dan prompt een Unesco-leger met fixatief spuitende tanks de Noordoostpolder binnentrekken om alles wat daar wordt aangetroffen voor eeuwig te bevriezen? Vooral de, ook wat monumentenzorg betreft, doorgewinterde bestuurder Han Lammers weet dat juist economische waarden de beste garantie vormen om een cultureel erfgoed met succes te behouden. De Rijksdienst Monumentenzorg die de staatssecretaris adviseert, zal de laatste zijn om een economisch goedlopend monument uit letterlijk conservatieve overwegingen te willen verstillen.

Er moeten dus andere motieven zijn geweest, waarom de commissaris van de koningin en de burgemeester bezwaar hebben aangetekend. Dat klopt. Lammers en Knip zijn verontwaardigd dat een eventuele nominatie niet van tevoren met hen is besproken. Niet erg handig van staatssecretaris Nuis, hoewel koninklijke onderscheidingen ook in het diepste geheim worden voorbereid, in elk geval buiten medeweten van het onderwerp. En plaatsing op de Wereld Erfgoedlijst van Unesco is, tenminste in een beschaafd land dat voor zijn eigen monumenten kan en wil zorgen, niet méér dan dat: een onderscheiding op mondiaal niveau. Met hun overdreven haastig protest hebben Lammers en Knip nu alleen maar het hardnekkige vooroordeel gevoed dat plaatsing op een monumentenlijst hoe dan ook stilstand voor het onderscheiden object betekent. Dat is onnoemelijk veel onhandiger dan het verzuim van Nuis om de polderbestuurders van tevoren in te lichten.