Verlangen naar een fruitkar

Chang-Rae Lee: Native Speaker. Uitg. Granta Books. 324 blz. ƒ 33,25

Als Native Speaker alleen een verhaal was geweest over een 'private eye' die, zonder de consequenties van zijn daden te overzien, meehelpt de ondergang van een lokale politicus te bewerkstelligen, was het een boeiend boek geweest dat de machinaties van de lokale Amerikaanse politiek blootlegt.

Als Native Speaker alleen een roman was geweest over een jonge Amerikaan van Koreaanse afkomst, die we volgen in zijn bestaan in een van de grauwere, etnisch gemengde buurten van New York, in de verwikkelingen van zijn huwelijk en de geladen relatie met zijn vader, dan was het een inzichtvolle en mooi-genuanceerde eerste roman geweest.

Native Speaker is beide, en daarmee bijna vanzelfsprekend beter dan de som van de delen. In deze debuutroman van Chang-Rae Lee zijn de diverse elementen met elkaar verweven op een even vernuftige als organische manier. Hoofdpersoon Henry Park verricht undercover-werk voor een schimmig agentschap dat 'informatie' verzamelt voor schimmige cliënten. Hij is gesloten en schijnbaar emotieloos, maar er zijn aanwijzingen dat hij zijn riskante werk niet helemaal meer aan kan. Bij een vorige opdracht verried hij bijna zijn ware identiteit en bij deze nieuwe opdracht, die hem alle kans geeft tot reflectie over zijn afkomst en het immigrantenbestaan, dreigt zijn balans opnieuw verstoord te worden.

Debet daaraan is een andere kant van zijn leven; zijn huwelijk met de blanke Lelia heeft gewankeld na de dood van hun zoontje, maar de breuk wordt weer gelijmd in een weekend waarin ze beiden het huis van Henry's overleden vader ontruimen. Het is met een bewonderenswaardige tederheid dat Lee hun verzoening beschrijft, bijna koel maar toch overtuigend.

Het is Lee's grote verdienste dat hij, vernuftig werkend met afwisseling in chronologie en binnen- en buitenwereld, de vele facetten van dit opmerkelijke boek tot een geheel weet te maken. Hij creëert met zijn Henry Park een buitengewone romanfiguur, en kleurt bovenal het immigrantenbestaan in Amerika uitzonderlijk fraai in.

De val van de Koreaanse politicus wiens gangen hij moest volgen is wreed en tumultueus: maar voor Henry Park betekent het hoofdzakelijk een onder ogen zien van zijn eigen bestaan als jonge immigrant in dat land waar de minder bevoorrechten van de wereld met wrakke boten heen blijven komen. 'Toch wordt er nooit gezongen op die schepen. De mensen fluisteren en ademen er slechts zachtjes,' schrijft Lee. Ze weten meer van het geweld dan van de rijkdom. 'Ze weten dat ze hier met zijn achten of negenen in één kamer moeten wonen en tien dollar per dag zullen verdienen, waarvan ze er vijf kunnen sparen. Ze becijferen hoe lang het zal duren voor ze hun familie kunnen laten overkomen, hoeveel langer het duurt voor ze hun eigen fruitkar hebben, een ouwe vrachtwagen met spullen, een winkeltje om de noedels en koekjes en zoete drankjes van hun oude land te verkopen.'