Uit de luie leesstoel gemept

De man zonder eigenschappen van Robert Musil gaat over alles wat het tijdsgewricht waarin het speelt te berde brengt. “Na tweehonderd bladzijden was ik zeeziek van het hoofdschudden en duizelig van bewondering. Wat een slakkegang! Wat een superieur maar o zo achteloos gepenseelde personages!” Rubriek over boeken die ten onrechte in de ramsj zijn geraakt.

Robert Musil: De man zonder eigenschappen. Uitg. Meulenhoff, prijs ƒ 15,- per deel (deel 1 is uitverkocht) bij De Slegte.

Je hebt monstrums en meesterwerken. Ook bestaan er boeken die beide kwalificaties verdienen. Ik heb een groot zwak voor zulke boeken: Pynchons Regenboog van zwaartekracht, Twains Het leven op de Mississippi, Brodkeys The Runaway Soul, om er een paar te noemen. Wat me als lezer aan deze boeken bevalt, is dat de schrijver schijnbaar alle grenzen - artistiek en feeëriek, ambachtelijk en welvoeglijk - uit het oog verliest terwijl hij aan het werk is en in zijn boek het beste onderkomen lijkt te hebben gevonden dat hem ooit geboden is.

Als schrijver voel ik tijdens lezing van dergelijke boeken een ongemakkelijke maar diepe bewondering: hoe heeft de auteur dit af kunnen maken voor de witte jassen kwamen? Een paar jaar geleden nam ik Deel Een van Musils De man zonder eigenschappen mee van de openbare bibliotheek (want voor mij te duur om aan te schaffen). Na tweehonderd bladzijden was ik zeeziek van het hoofdschudden en duizelig van bewondering. Wat een oeverloos gezever! Wat een schildering van interieurs! Wat een slakkegang! Wat een superieur maar o zo achteloos gepenseelde personages! Wat een verbijsterende zinnetjes! Waar is het verhaal? Enfin: ik was verkocht, haalde Deel Twee en Deel Drie en het fraaie toeval wilde dat het boek steeds beter werd - wat in het genre van deze tweekoppige monsters geen stalen wet is.

De man zonder eigenschappen valt niet na te vertellen. Het boek gaat eenvoudig over alles wat het tijdsgewricht waarin het speelt te berde brengt. Het Derde Deel bood echter een verhaallijn die mij, om redenen die hier niet ter zake doen, bijzonder aansprak: broer Ulrich, grootmeester van de contemplatie, ziet na jaren zijn zuster Agathe terug en Musil mepte mij weer eens uit mijn luie leesstoel, nu met het volgende zinnetje, als Ulrich zijn zuster aanschouwt en opmerkt: 'Haar borst ging niet verloren in borsten...' (blz. 881). Boem! Hier hebben we, dacht ik, het begeerlijke androgyne zusje uit een zekere literaire traditie - ik las eens een stuk in een krant waarin beweerd werd dat dit onderwerp (broertje valt voor zusje en andersom) eenmalig zijn zou en als zodanig behandeld in Nabokovs Ada - en ging er eens goed voor zitten, benieuwd als ik was naar hoe Musil dit aan zou pakken. Wel, via omwegen. Mijn God, wat een omwegen. Sommige verrukkelijk, andere onnavolgbaar, enkele dodelijk vermoeiend.

En meer tragiek volgde. Musil heeft zijn kolos niet kunnen voltooien. Hij stierf terwijl hij aan het slot (het Vierde Deel) werkte. Teruggetrokken hoofdstukken en schetsen zijn bewaard gebleven, maar wie wil onafgemaakt werk? De gretige lezer in mij won het van de snobistische schrijver. Ik begon aan dat onwettige Vierde Deel.

Zelden heeft moeite zo geloond, hoe groot de worsteling ook, zo af en toe, als dialogen maar duren en duren en er figuren ten tonele verschijnen die men als lezer het liefst zou afschieten. Toch bleef de magie van de roman intact. Na een werkelijk verbijsterend langdurige innerlijke strijd blijken broer en zus hun amorfe leven, de tijdgeest en hun milieu vaarwel te willen zeggen om een liefdesnestje te stichten. En toen gaf Musil de geest. En ik ook. Bijna. Want zelden heb ik schetsen gelezen over dit 'onderwerp' die een zo grootse poëzie ademen, zo'n inhoudelijke kracht bezitten, die zo gruwelijk troosteloosheid met liefde mengen tot de lezer om genade smeekt, terwijl de schrijver, blijkens zijn aantekeningen (die voor een lezende schrijver nog genadelozer lijken) louter aandacht schenkt aan stijl, inhoud, teneur, traditie, verwijzing, opzet en einde, en de superieure dwang van een verhaal dat zijn eigen originaliteit afdwingt.

Hoe uitgeput ook, na het lezen van achttienhonderd bladzijden, het mysterie van Musil als meester vond ik in die laatste schetsen en aantekeningen en al wat in mij opkwam was de gedachte: wat een onderkomen heb ik gevonden! De flaptekst biedt prijzende woorden van o.a. Marguerite Duras, van Thomas Mann (die overigens aan dit 'onderwerp' zijn weerzinwekkende Wälsungenblut wijdde) en van Jacq Vogelaar, die opmerkt dat je deze roman pas echt leert kennen wanneer je erin gaat wonen. Dat kan, want de delen liggen - gebonden en met stofomslag, zoals naar verluidt enkel het werk van oude meesters uitgegeven hoort te worden - voor vijftien piek bij De Slegte. Enkel Deel Een is nergens meer leverbaar. Zij die dit deel gekocht hebben en de prijs te hoog vonden kunnen nu voor een koopje deze verrukkelijke kwelling tot het einde ondergaan. Anderen halen Deel Een maar bij de bieb.

    • Nanne Tepper