Stedelijk wil Matisse restaureren

AMSTERDAM, 20 OKT. Het Stedelijk Museum in Amsterdam wil het kunstwerk La Perruche et la Sirène van Henri Matisse (1869-1954), een van de topstukken van het museum, restaureren. De restauratie zal waarschijnlijk twee jaar in beslag nemen. La Perruche et la Sirène (De parkiet en de zeemeermin) uit 1952 bestaat uit uitgeknipte en beschilderde figuren, die op wit papier zijn geplakt. Het witte papier is vergeeld en vertoont bruine vlekken. Het werk, dat 7,65 meter breed is en 3,56 meter hoog, is al sinds november 1993 niet meer tentoongesteld. Het museum spreekt van een 'renovatie' waarbij de figuren worden losgemaakt en van een nieuwe witte achtergrond voorzien. De restauratie zal worden uitgevoerd door hoofdrestaurateur papier van het museum André van Oort, die de Matisse ook al tussen 1974 en 1978 een opknapbeurt gaf. Het werk wordt verricht in het zaaltje waar de Matisse tot voor kort een vaste plek had. De kosten worden geschat op minder dan tienduizend gulden. Het is nog niet zeker of ook het publiek het werk van de restaurateur zal kunnen volgen.

De Matisse werd in 1967 gekocht door de toenmalige directeur van het museum Edy de Wilde voor 428.000 gulden, maar heeft inmiddels een geschatte waarde van 40 miljoen gulden. Voor de restauratie is toestemming nodig van de gemeente. Die is vereist voor restauraties van kunstwerken die meer dan twee miljoen gulden waard zijn. De regel is van kracht voor gemeentelijke musea in Amsterdam sinds de omstreden restauratie van het schilderij Who's afraid of red, yellow and blue III van Barnett Newman door de Amerikaanse restaurateur Goldreyer. Die kostte de gemeente drie ton meer dan was begroot.

La Perruche et la Sirène hoort tot de serie papiers découpés (papierknipsels) die Matisse aan het eind van zijn leven ging maken toen hij door een ernstige ziekte aan bed was gekluisterd. Hij knipte met een schaar vormen uit papier dat tevoren met gouacheverf was beschilderd. In La perruche et la sirene zijn over het witte vlak 150 knipsels verdeeld. De belangrijkste kleuren zijn blauw, donker- en lichtgroen, geel, oranje en roze. Elk knipsel bestaat weer uit verschillende stukjes, die straks bij de restauratie allemaal moeten worden losgehaald en opnieuw op papier gelijmd. Matisse liet de losse papierknipsels door assistenten eerst met punaises op de muren van zijn kamer prikken. Telkens voegde hij nieuwe vormen toe en liet ze net zo lang verschuiven tot hij tevreden was. Dan gingen de knipsels naar een atelier in Parijs waar ze op wit papier werden geplakt. Een van de eerste voorbeelden in deze techniek is Jazz, een boek dat in 1947 verscheen. Ook de kapel La Roserie in Vence werd in 1952 op deze manier versierd.