Proefkonijnen op een internaat; Peter H⊘eg vecht in zijn nieuwe roman met de tijd

Peter H⊘eg: Grensgevallen. Uitg. Meulenhoff, 255 blz. Vertaald door Gerard Cruys. Prijs: ƒ 39,90.

Karel van het Reve ontvouwt in Luisteraars!, de onlangs verschenen bundel radiopraatjes, een theorie over succesvolle romans uit een klein taalgebied. Het is heel simpel, zegt hij, zo'n roman moet een aantal clichébeelden bevatten waarmee het landje in kwestie in het geheugen van het buitenland gegrift staat.

Het recente succes van de Scandinavische literatuur bevestigt Van het Reve's theorie. Torgny Lindgren wordt in Stockholm een beetje als een boertje gezien omdat zijn werk zo de sfeer van het provinciale noorden ademt, terwijl hij buiten Zweden zonder reserves beschouwd wordt als een groot schrijver. En Zwart water van de Zweedse Kerstin Ekman en Smilla's gevoel voor sneeuw van de Deen Peter H⊘eg, boeken vol moord en doodslag in een atmosfeer van sneeuw, duisternis, stugge types en bomen, zijn de twee succesvolste Scandinavische romans van de afgelopen tijd.

Hoewel het nieuwe boek van Peter H⊘eg, Grensgevallen, veel overeenkomsten vertoont met Smilla's gevoel voor sneeuw - het is ook een filosofische thriller - wijkt hij in één opzicht sterk af: alle exotisch noordelijke elementen ontbreken. Hij speelt zich volledig af binnen de muren van Deense jeugdinternaten en - later - binnen die van de kamer van de verteller.

Als Van het Reve gelijk heeft, moet dus voor de ramsj worden gevreesd. Dat zou jammer zijn, want Grensgevallen is ondanks het schrale decor geslaagder en meeslepender dan zijn voorganger. H⊘eg heeft in interviews steeds benadrukt, dat hij een beginnend schrijver is. Met een duidelijk thema weliswaar - de eenling versus een collectief dat de waarheid in pacht denkt te hebben en die ten koste van alles verdedigt. Maar de vorm waarin dat thema gestalte krijgt, is nog volop in ontwikkeling. Grensgevallen bewijst dat.

De roman beschrijft de lotgevallen van drie jonge Deense drop-outs, van wie er één zijn ouders heeft vermoord. Ze zijn terecht gekomen in de mallemolen van de Deense justitie en goedbedoelende opvoeders. Na van inrichting naar inrichting te zijn gegaan, worden ze geplaatst in Biehls Internaat, tussen 'normale' kinderen. Naar later blijkt, gebeurt dat in het kader van een geheim pedagogisch project.

De roman speelt in het progressieve klimaat van de jaren zeventig en de redenering van de opvoeders is, dat zelfs de meest kansloze kinderen vanzelf kansrijk worden, als ze maar lang genoeg in de omgeving vertoeven van gewone leeftijdgenootjes. De drie kinderen zijn zich van deze goede bedoelingen - en hun uitverkoren positie - niet bewust. Voor hen is het project een bedreigend experiment waarvan ze alleen de contouren kunnen zien. Biehls Internaat neemt in hun ogen de vorm van een soort Alcatraz aan. Ontsnappen lijkt onmogelijk; dus richten ze zich op het subtiel ontwrichten van het rigide schoolregime. Ze zijn kwetsbare, langzaam sterker wordende eenlingen in gevecht met een zichzelf onaantastbaar wanend collectief en zijn onwrikbare orde.

H⊘eg verplaatst deze strijd naar het niveau van een strijd tussen filosofische concepten. Dat gebeurt in het tweede deel van de roman, als de verteller, een van de drie kinderen, terugblikt en de balans opmaakt. Inzet van die steeds heviger wordende oorlog tussen vier muren, waren in essentie de vragen: Wat is tijd? en: Wat kan tijd? Voor de opvoeders zijn de antwoorden helder: tijd is lineair en is dus in staat om op den duur alle wonden te helen. Tijd beschaaft.

Voor de kinderen is dat, op intuïtief niveau, de vraag. Zij houden er veel poëtischer, door H⊘eg schitterend verbeelde opvattingen op na over wat tijd is en kan. En ze zijn zich, even intuïtief, meer bewust van de hopeloze 'duisternis' in zichzelf en anderen. Hun verzet wil dan ook niet zeggen, dat ze andere zekerheden hanteren. Ze handelen bijna blindelings in naam van de twijfel: 'Als er geen methode is, waarom is iedereen dan zo zeker van zijn zaak?'

Beide soorten inzicht worden door de inmiddels volwassen verteller verder uitgewerkt en van een theoretische basis voorzien, aan de hand van een speurtocht door de filosofie en bèta-wetenschappen. Het is niet niks geweest waar de kinderen het met hun jonge fatalisme tegen opnamen: 'Ik geloof dat Biehls Internaat het absolute eindpunt was van driehonderd jaren natuurwetenschappelijke ontwikkeling. Op die plaats was uitsluitend de lineaire tijd toegestaan, al het leven en onderwijs op school was in overeenstemming hiermee ingericht, de schoolgebouwen, de omgeving, de leraren, scholieren, keukens, planten, inventaris en het leven van alledag vormden een beweegbare machine, een symbool van lineaire tijd.' Een machine die niet verheft, maakt H⊘eg in Grensgevallen op een adembenemende manier duidelijk. Maar een machine die tegen haar wil in vernietigt.

De meest opvallende ingrediënten van Smilla's gevoel voor sneeuw zijn dus ook nu de bouwstenen. Maar H⊘eg heeft ze veel soepeler, minder 'kunstmatig' tot een eenheid weten te smeden. De filosofische uitwijdingen en inzichten van bèta-wetenschappen zijn veel minder de encyclopedische Fremdkörper die ze in Smilla waren. En de spanning in de roman is niet de ietwat kunstmatige, gemakkelijke thriller-spanning van iemand die een geheimzinnig sterfgeval uitpluist.

Doordat de kinderen hun omstandigheden en dus hun lot alleen beetje bij beetje kunnen ontrafelen, ben je ook als lezer onderdeel van dat gruwelijke complot. Of je wilt of niet, je wordt meegezogen in hun wereld van angst, vermoedens en (drog)redeneringen. Je bent, van meet af aan, proefkonijn tussen de proefkonijnen. Dat is een bijna ondraaglijke ervaring. Vooral als duidelijk begint te worden - alles in deze roman wordt heel langzaam duidelijk - dat dat 'gruwelijke complot' stoelt op idealen die niemand graag helemáál afschrijft.

En dan heeft H⊘eg zijn laatste troef nog niet eens uitgespeeld. Maar die is te verrassend, onthutsend zelfs, om hier te verklappen. Zij komt er op neer dat het een klein wonder is, dat deze roman - èn H⊘egs vorige boeken - überhaupt geschreven is. Dat deze schrijver er is.