Plan voor kassen en campings bij nieuwe dorpen in Noordzee

Veertigduizend huizen op een kunstmatig eiland voor de kust. Nu nog een droom, maar in de volgende eeuw misschien een middel in de strijd tegen het ruimtegebrek in de Randstad.

DEN HAAG, 20 OKT. Acht nieuwe dorpen in zee, achter een beschermende, nieuw opgespoten duinenrij gelegen voor de kust tussen Scheveningen en Hoek van Holland. Dat staat de 'Stuurgroep Haalbaarheidsonderzoek Kustlocatie' voor ogen, een samenwerkingsverband van Zuid-Holland, twee ministeries (VROM en Verkeer en Waterstaat), Haaglanden, Den Haag en enkele banken en beleggers. De stuurgroep presenteerde het plan gisteren. Eerder werden diverse varianten van een kustlocatie gepresenteerd, te beginnen in 1982, toen het idee naar de naam van de bedenker de wereld inging als het 'Plan Waterman'. In het jongste plan is de kustlocatie losgemaakt van de kust, waardoor een zout binnenmeer ontstaat. Niet alleen wordt het plan zo acceptabeler voor een strandgemeente als Monster, ook is de kustlijn tussen Scheveningen en Hoek van Holland er in feite door verdrievoudigd. Van vijftien kilometer tussen Hoek van Holland en Scheveningen is nu sprake van twee keer vijftien kilometer langs de randen van het binnenmeer en één keer vijftien kilometer aan zee.

Dat is niet onbelangrijk, want de bedenkers van het plan zien toerisme als een belangrijke bron van inkomsten voor de bewoners van de kustlocatie. Er zijn twee campings voorzien, en verder hotels, appartementen, vakantie-bungalows en tweede huizen. Op topdagen zouden er zo'n driehonderdduizend bezoekers moeten komen, precies twee keer zoveel als nu op een zomerse dag het strand tussen Scheveningen en Hoek van Holland bevolken. Zij kunnen dan surfen, varen (er komen drieduizend ligplaatsen voor boten aan het binnenmeer en vijfhonderd voor zeewaardige jachten, deels voor de eigen bewoners), zwemmen, maar ook wandelen, fietsen, een van de vier natuurgebieden of het themapark- glastuinbouw aandoen. De in het zuidelijke deel van de kustlocatie geprojecteerde glastuinbouw vormt de tweede bron van inkomsten. Het combineren van wonen en werken is een wezenlijk uitgangspunt van het rijksbeleid voor de ruimtelijke ordening, omdat deze combinatie de mobiliteit terugdringt. Voor de kustlocatie geldt, dat het toerisme de mobiliteit toch weer op zal stuwen. De stuurgroep wil daarom een uitgekiend systeem van openbaar vervoer waarbij binnen een straal van vijfhonderd meter altijd een halte voor 'light rail' bereikbaar is. Over de kustlocatie zou acht keer per uur een metro-achtige trein moeten rijden, die niet alleen de acht dorpen met elkaar verbindt, maar ook de kustlocatie met Hoek van Holland en Scheveningen.

Voor auto's zijn vier uitvalswegen ingetekend. Daarnaast zal het verkeer van en naar de kustlocatie aanpassingen vergen aan de wegen op het 'oude land', die de drukte anders niet aankunnen. De uit een oogpunt van automobiliteit ongunstige ligging van de kustlocatie was voor het ministerie van verkeer en waterstaat steeds een reden om sceptisch tegenover het plan te staan. De stuurgroep zet daartegenover dat in ieder geval de eigen bewoners van de kustlocatie niet weg hoeven om te recreëren.

In totaal zal op de ruim anderhalve kilometer brede kustlocatie plaats zijn voor veertigduizend woningen, eentiende van de geraamde Randstad-behoefte in de eerste decennia van de volgende eeuw. De stuurgroep wil ook wat de bouw van woningen betreft aansluiten bij rijksbeleid, zodat er voor ongeveer dertig procent sociale woningbouw zal moeten komen. In de vrije sector zouden de huizen hooguit vier, viereneenhalve ton mogen kosten. Dat zijn dan de huizen aan de rand van de dorpen, met een eigen aanlegsteiger. Behalve voor tweede-huisbezitters, is er dus ook plaats voor ouderen en bewoners uit de regio, al dan niet met een modaal inkomen. In de visie van de stuurgroep mag de kustlocatie geen 'goudkust' worden, al is het weer wel de bedoeling ambassades en internationale onderzoeksinstituten aan te trekken.

In de dorpen is ruimte voor steeds zo'n vijfduizend woningen, net genoeg voor eigen voorzieningen als scholen en winkels. Verwarming vindt plaats met een groot beroep op zonne- en windenergie. Ook gedeeltelijk verdiepte, met aarde bedekte woningen moeten voor beperkt energiegebruik borg staan. In Hofdorp en Duindorp zullen kassen en woningbouw vloeiend in elkaar overlopen. Aan beide uiteinden van de kustlocatie komen verharde zeeweringen, Dam Noord bij Scheveningen, Kopdam en Binnendam bij Hoek van Holland. In de buurt van die dammen zijn twee spuisluizen voorzien, voor het doorlaten van het zeewater. Het aanleggen van de kustlocatie kan in fasen gebeuren. Om geld te besparen zal alleen daar waar gebouwd wordt, land boven water worden gehaald. De dorpen zijn in feite eilanden, geregen langs een opgespoten duindam die ze beschermt tegen de zee. Tussen de eilanden wisselen hoog en laag, nat en droog elkaar af. Voor het aanleggen van de kustlocatie is ongeveer drie miljard gulden nodig. Dat geld gaat vooral zitten in het formeren van de duindam en de landaanwinning ten behoeve van de dorpen, die ongeveer anderhalve meter boven NAP komen te liggen. Aanleg van de kustlocatie inclusief alle voorzieningen zou in zo'n vijftien jaar kunnen. Het plan zou dan wel moeten worden opgenomen in de Vijfde Nota over de ruimtelijke ordening, die het volgende kabinet gaat maken.