Piepschuim in de piano; Thomas Leliveld speelt Chopin op straat

Over een paar jaar zou hij graag op een concertpodium spelen, maar voorlopig treedt Thomas Leliveld (15 jaar) gewoon buiten op, op straat in Amsterdam.

Hij heeft een piano op wielen, die hij bij mooi weer samen met zijn vader naar een park of een plein duwt: “Ik speel overal waar veel mensen komen, maar liever niet tussen allemaal trams.” Zijn optreden duurt ongeveer twee uur. Hij speelt allerlei soorten muziek. Droevige klassieke muziek, zoals van zijn lievelingscomponisten Chopin en Liszt, jazz waarop de duiven in de maat lijken te lopen, vrolijke deuntjes en liedjes die iedereen kent. De enige muzieksoort waar Thomas niet van houdt is house. Verder speelt hij alles. Als hij een nummer hoort, kan hij het meteen spelen, want hij heeft een 'absoluut gehoor' - als je een toon fluit herkent hij hem meteen.

Sinds een jaar of vijf heeft Thomas pianoles. “Daarvoor speelde ik blokfluit, totdat ik een orgeltje kreeg van mijn ouders. Dat ging meteen heel goed. Maar op een piano kun je nog veel meer verschillende soorten muziek maken. Daarom heb ik pianoles genomen. Ik krijg nu les op het conservatorium, op de Jonge Talentenafdeling. Ik ben een van de vele jonge talentjes. Maar ik zit ook gewoon op de Havo. Als ik klaar ben wil ik alleen nog maar pianospelen, al houd ik ook wel van computers en van voetballen.” “En van tv kijken,” zegt zijn moeder.

Op een dag, twee jaar geleden, zag Thomas een man op straat piano spelen. Het leek hem een leuke manier om geld te verdienen. “Ik vroeg of ik ook even mocht. Dat was goed. Ik verdiende best veel, maar hij wou me niets van het geld geven, dus ben ik het zelf maar gaan doen.” Als Thomas op straat speelt, staat er binnen de kortste keren een kring van juichende en klappende mensen om hem heen. “Heel soms vallen vrouwen en ook wel eens mannen me om mijn nek. Moeilijk, want ik kan natuurlijk niet middenin een stuk stoppen. Dan helpt mijn vader me, of iemand anders uit het publiek. Het ergste was een alcoholist. Die ging met mijn pet rond, zogenaamd om geld voor mij op te halen. Het was een klein dik mannetje met een halve arm. Maar hij was wel handig, want hij legde de pet neer en wou toen snel het geld eruit halen. Mijn vader pakte hem beet, en het mannetje riep dat 'ie zijn kop eraf zou hakken'. Toen kwam de politie en nam hem mee, dat was zijn verdiende loon.” Gelukkig krijgt Thomas vooral veel leuke reacties. In een speciaal mapje bewaart hij de visitiekaartjes en uitnodigingen die mensen hem uit bewondering geven. Van een Amerikaan die wil dat hij muziek komt maken voor reclamefilmpjes, van Japanners die willen dat hij in hun land komt optreden, van pianowinkels en nog veel meer. “In januari ga ik misschien spelen bij een miljonair op Curaçao, maar ze willen iemand met een dwarsfluit of een viool erbij. Die moet ik nog zoeken. Mijn ouders gaan dan ook mee, denk ik. Als ze niet willen, ga ik gewoon alleen, dat mag heus wel.”

Zijn ouders kochten voor de zomervakantie een bus. Ze laadden de piano in, en Thomas natuurlijk, en reden heel Europa door. Onderweg trad hij op, in Duitsland en Italië en in Zuid-Frankrijk, onder andere op het landgoed van een hele rijke dame. Hij verdiende veel, “maar je weet het nooit zeker, soms krijg ik veertig gulden in een uur, soms niets. Dus we hadden voor de zekerheid wat extra geld meegenomen.”

In Nederland komt de politie weleens vragen of het wat zachter kan. “Ik doe dan piepschuim in de piano, dat helpt wel. Maar ze kunnen me niet wegsturen. Helaas voor hen staat er niets in de wet over met piano's op straat spelen. Wel over violen, fluiten, drumstellen en versterkte gitaren. Want een piano op straat, dat verwacht je natuurlijk niet.”

    • Judith Eiselin