Nedersaksisch promoveert van dialect tot officiële taal

DEN HAAG, 20 OKT. Het Nedersaksisch, dat wordt gesproken in de Friese gemeenten Oost- en Weststellingwerf en in delen van de provincies Groningen, Drenthe en Overijssel, wordt officieel erkend als regionale taal. Staatssecretaris Kohnstamm van binnenlandse zaken is hiermee gisteren in de Tweede Kamer akkoord gegaan. Ook in acht Duitse deelstaten wordt nog Nedersaksisch gesproken.

Alle fracties in de Tweede Kamer drongen gisteren aan op erkenning van het Nedersaksisch tijdens een debatje over het Europese Handvest voor streektalen en talen van minderheden. Dat biedt deze talen bescherming en verplicht de lidstaten de positie ervan te verbeteren. Kohnstamm wilde aanvankelijk alleen het Fries als regionale taal aanmerken. Volgens het PvdA-Kamerlid J. Liemburg is de erkenning te danken aan een krachtige lobby van provincie- en gemeentebesturen van plaatsen waar het Nedersaksisch gesproken wordt. “De provincies steken er geld in, er worden boeken uitgegeven in het Nedersaksisch, grammofoonplaten gemaakt, culturele evenementen georganiseerd.” Voor bijvoorbeeld het Nederfrankisch werden zulke inspanningen niet verricht. Dit dialect zal dan ook niet worden erkend als taal.

Overigens zal vooralsnog alleen het deel van het Europees Handvest op het Nedersaksisch van toepassing zijn, waarin de algemene doelstellingen voor erkenning van de taal zijn geformuleerd. De verplichting uit een ander deel van het handvest om het gebruik van de regionale taal te bevorderen in het onderwijs, de rechtsspraak en het openbaar bestuur is wel op het Fries, maar vooralsnog niet op het Nedersaksisch van toepassing.