'Minder dure deskundigen naar ontwikkelingslanden'

DEN HAAG, 20 OKT. Er moeten minder dure buitenlandse ontwikkelingswerkers naar Afrika. Dat zei de Nederlandse vertegenwoordiger in het bestuur van de Wereldbank, Eveline Herfkens, gisteren in Den Haag op de jubileumconferentie bij het tienjarig bestaan van de Vereniging voor Personele Samenwerking met Ontwikkelingslanden (PSO).

PSO verzorgt de uitzending van vakdeskundigen, met name gezondheidswerkers en docenten, naar ontwikkelingslanden namens 31 particuliere Nederlandse ontwikkelingsorganisaties, onder andere NOVIB, Memisa, ICCO, Cebemo, HIVOS, de Nederlandse Leprastichting, het Rode Kruis en het Comité Zuidelijk Afrika. Deze ontwikkelingshulp kost volgens Herfkens veel geld, maar levert nauwelijks succes op. “Ook voor de Wereldbank geldt dat de het resultaat van de door haar gefinancierde technische assistentie (het uitzenden van ontwikkelingsexperts - red.) vrij gering is geweest”, aldus Herfkens. De veelal dure projecten verhogen de vraag naar hooggeschoold buitenlands personeel. Herfkens: “Afrika laat zich deze gratis hulp aanleunen, maar verliest tegelijkertijd de eigen instellingen en deskundigen.” Zij doelde hiermee op de braindrain, het verschijnsel dat hooggeschoolde Afrikaners werk zoeken buiten Afrika, omdat zij elders beter betaald worden. “Afrika wordt daardoor alleen maar afhankelijker van de buitenlandse hulp”, concludeerde Herfkens. Zij pleit ervoor de ontwikkelingslanden zelf te laten betalen voor de dure, buitenlandse ontwikkelingswerkers, omdat deze dan minder aantrekkelijk worden. Het inzetten van plaatselijke deskundigen, zoals artsen en leerkrachten, zou hierdoor worden gestimuleerd. De buitenlandse hulp zou volgens Herfkens moeten worden beperkt tot de advisering van deze plaatselijke deskundigen.

De medisch directeur van het Nsambya-huis in Kampala (Oeganda), A.P.M. Kizza, haakte hierop in. Hij zei dat Afrika alleen behoefte heeft aan buitenlandse deskundigen die hun kennis kunnen doorgeven aan de plaatselijke bevolking. Deze specialisten zouden volgens hem niet lang in Afrika hoeven te verblijven, “een paar dagen instructie zou al voldoende kunnen zijn”. “Buitenlandse ontwikkelingswerkers moeten alleen ingezet worden als er geen goedkopere plaatselijke deskudigen voor handen zijn”, aldus Kizza.

De Oegandees haalde fel uit naar Westerse ontwikkelingswerkers die “na hun dienstperiode weggaan en zich er niet om bekommeren of iemand hun werk voortzet of niet”, die naar Afrika komen “omdat ze in hun eigen land geen werk kunnen vinden” of “om de militaire dienst te ontlopen”.

    • Claudia Kammer