Marokkaanse gigolo

Hans Sahar: Hoezo bloedmooi. Uitg. De Arbeiderspers, 126 blz. Prijs ƒ 25,-.

Als ergens het woord 'hype' op van toepassing is, dan is het wel op de publiciteit rondom de roman Hoezo bloedmooi, het debuut van de 21-jarige 'tweede-generatie Marokkaan' Hans Sahar. Uit de vele artikelen over de roman werd duidelijk dat in dit boek 'het ware leven' van een jonge allochtoon uit Den Haag uit de doeken zou worden gedaan - en dus begon iedere beschouwer die zich over het boek boog onmiddellijk te redeneren in sociologische termen als 'integratie', 'tweede generatie-problematiek' en 'jeugdcriminaliteit'. Dat het boek als 'literatuur' gepresenteerd wordt, werd daarbij nogal eens vergeten. En dat leek ook de bedoeling: als Sahar (en vermoedelijk zijn uitgever) voor één ding te prijzen valt, dan is het dat ze in de marketing van Hoezo bloedmooi de literaire kwaliteiten hebben vermeden en de nadruk hebben gelegd op het allochtonen-vraagstuk.

Met een feilloos gevoel voor hete hangijzers beschrijft Sahar in Hoezo bloedmooi alle clichés en vooroordelen die over Marokkanen bestaan. Abi, de hoofdpersoon, zit nog op school en haalt daar met gemak hoge cijfers. Zijn ouders en hij begrijpen elkaar niet, hij heeft al eens in de gevangenis gezeten wegens een vechtpartij en hij dreigt in steeds criminelere kringen te belanden. Om in zijn onderhoud te voorzien verhuurt Abi zich als gigolo, wat uitstekend bij hem past gezien zijn houding tegenover vrouwen, die hij voornamelijk ziet als objecten, uitgevonden om 'een veeg te geven' - wat hij dan ook op grote schaal (al dan niet betaald) doet.

Dat Sahar ervoor kiest een dergelijk leven te beschrijven is volstrekt legitiem, maar een roman wil het boek maar niet worden, want daarvoor is het verhaal veel te eendimensionaal. De roman ontbeert iedere gedachte en iedere stilistische bijzonderheid, waardoor het nog het meest op op een lange inside-story uit de Nieuwe Revu. De voornaamste vraag die Hoezo bloedmooi uiteindelijk oproept, is hoe financieel wanhopig een literaire uitgever moet zijn om zo'n boek op de markt te brengen.

    • Hans den Hartog Jager