Koningin van de chaos; Gids voor fans van Lucille Ball

For the Love of Lucy. The Complete Guide for Collectors and Fans. Uitg. Ric B. Wyman. Abbeville Press, 224 blz. Prijs ƒ 59,00

Tweeduizend gulden neertellen voor een gebruikt toegangskaartje van een veertig jaar oude televisie-opname. Dat doet de echte Lucille Ball-fan. Het vodje waarmee destijds de aflevering 'Lucy and John Wayne' bijgewoond kon worden, is een zeldzaam kleinood, want de ouvreurs van de Desilu Playhouse in Hollywood namen de entreebewijzen in en gooiden ze weg. Gelukkig degene die het kaartje wist te bewaren.

De koningin van de televisiekomedie overleed in 1989 op 77-jarige leeftijd, maar nog steeds is de 'redhead with the bowshaped lips' razend populair in Amerika. Haar opeenvolgende sit-com-shows (situatie komedies), die in 1951 begonnen en vijfhonderd episodes later in 1974 eindigden, worden nog altijd herhaald, tot groot vermaak van nieuwe generaties. De Lucy-publiciteit en -merchandising die destijds welig tierden brengen, getuige de fraaie uitgave The Complete Guide for Collectors and Fans, tegenwoordig veel geld op.

Lucy Ball heeft eeuwigheidswaarde. De sleur van het burgerlijke huisvrouwenbestaan, waar zij met het anarchisme van de inventieve brokkenmaakster de vloer mee aanveegt, heeft weinig te maken met nu. Toch geeft het niet dat Lucy met een lieftallig schortje voor in de keuken staat. Wat telt is de rotzooi die zij veroorzaakt. In de ruim twintig jaar dat haar persoonlijke leven tot inspiratie diende voor de shows - inclusief de geboorte van haar twee kinderen en haar scheiding van de Cubaanse orkestleider Desi Arnaz - heeft Lucille Desiree Ball een monument opgeworpen voor de onaangepastheid.

De weldadige herinnering daaraan duikt onmiddellijk op bij het zien van de plaatjes in het mooie boek. Ze was een beeldschone vrouw, met een uitdagend gezicht en een perfect lichaam. De onelegante situaties waarin ze voortdurend terecht kwam, deden daar niets aan af. Hoewel Lucille Ball vanaf 1933 in meer dan zeventig speelfilms een rol had, brak ze daarmee niet door. Ze was geschapen voor televisie. Besmeurd in een Italiaanse druiventrog, starnakel dronken op een televisieset, met volgepropte mond aan de lopende band van een chocoladefabriek, met ongekamde haren, in onaantrekkelijke uitdossingen en altijd in conflict met welke autoriteit dan ook, bewees ze dat penibile omstandigheden haar pasten als een handschoen.

Ongetwijfeld was de comediènne zich daar van bewust, maar haar eindeloze gevecht met de dingen om haar heen is nergens geaffecteerd. Ze bezit de onbegrijpelijke, maar daardoor juist zo ontroerende onverstoorbaarheid die alleen de grootste komieken bezitten, zoals Buster Keaton, Stan Laurel en Oliver Hardy en Jacques Tati. Geen vrouwelijke clown heeft haar ooit kunnen benaderen, in elk geval niet met zo'n omvangrijk oeuvre waarin chaos de toon aangeeft.

De auteur van The Complete Guide for Collectors and Fans rangschikte alle mogelijke memorabilia naar soort. Informatief en symphatiek geschreven begeleidt hij elk hoofdstuk met nauwkeurige gegevens, die onmisbaar zijn voor de nostalgische wetenschap. Lucy heette in de vier tv-series achtereenvolgens Lucy Ricardo met meisjesnaam McGillicuddy, Lucy Carmichael, Lucy Carter en Lucy Barker. Kort na de geboorte van hun zoon spoedde Desi Arnaz zich naar de studio om de opname te voltooien waarin Lucy's man de geboorte van het kind aankondigt. In de film Roman Scandals uit 1933 figureert Lucille Ball gekleed in niets anders dan een lange blonde pruik als slavin; ze had zestien van zulke 'unbilled' rollen voordat ze als verpleegster in Carnival (1935) met haar naam op de aftiteling kwam. Zelfs de adressen uit de Lucy-shows worden vermeld. En bij elk item geeft deze ideale fan een indicatie van de waarde: een gesigneerde foto uit Roman Scandals van 'Louciel', zoals zij zich toen noemde, zou drieduizend gulden opbrengen. Een advertentie uit 1957 voor telegrammen van Western Union, 'I love telegrams', says Lucy, tussen de 50 en 150 gulden.

De grotendeels gekleurde afbeeldingen, van advertenties, gezelschapspelletjes, strips, grammofoonplaten, sigarebandjes, poppen, (gesigneerde) foto's, tijdschriften, relatiegeschenken, Lucy-produkten en nog veel meer, vormen tesamen een tijdsbeeld en niet alleen uit de televisiehistorie. 'TV's First Family', zoals Amerika's meest populaire gezin werd genoemd, prijkt april 1953 op de cover van Life onder de aanprijzing 'Stalin's Ghastly Secrets' en diezelfde maand op de cover van Look met daaronder de aankeiler 'How hellish is the H-bomb? Het is middenin de Koude Oorlog, maar Lucy's anarchie heeft geen politieke consequenties. De strijd die dat jaar gevoerd wordt in de afleveringen van I Love Lucy (in Nederland pas vanaf 1963 vertoond als The Lucy Show) betreft staatsongevaarlijke zaken: het krijgen van een baby, het herinrichten van het huis.

Het Amerikaanse publiek zwelgde in de aankleding van de shows. 'You too can live like Lucy' prezen fabrikanten van slaapkamers, keukens, verf en kleding aan. En voor krappere beurzen waren er naaipatronen voor de 'his' en 'her'-pyjama's. De advertenties zien er uit als pure camp. Zoals ook de Smoke Pleasure-reclame's van de sponsor Philip Morris in het licht van de huidige anti-rookcampagne een geestige bijsmaak hebben.

Eén correctie op het woord Compleet uit de titel is trouwens op zijn plaats. Talloos zijn de afbeeldingen van Lucy op de omslagen van (televisie)tijdschriften. Ze stond alleen al 36 keer op TV Guide. Van een anonieme auteur in deze omroepgids is de uitspraak: 'The face of Lucille Ball has been seen by more people more often than the face of any human being who ever lived'. Ook op buitenlandse gidsen werd ze afgebeeld. Een grappige bijkomstigheid, zo blijkt uit The Complete Guide, is de opwaardering van deze wegwerpartikelen. Geen aardiger presentje tegenwoordig voor verjaardagen of jubilea dan een omroepgids uit de week van geboorte of huwelijk. En dan liefst met Lucy op het omslag. Maar niet vermeld, laat staan afgebeeld zijn enige Nederlandse voorbeelden. Een simpele duik in de leggers van de NCRV-gids zegt genoeg. Een prachtige voorplaat is nummer 25, 41ste jaargang, 19 juni 1965, waarop Lucy in een groene mantel staat, klaar om af te reizen en in de problemen te raken. Een jaar later siert ze vermomd als Charlie Chaplin de voorplaat met Mickey Rooney en Gale Gordon, de onvolprezen bankdirecteur Mr. Mooney met wie ze jaren lang in oorlog verkeerde. Wie zijn oude bodes had bewaard, zou nu een fortuinlijk handeltje kunnen beginnen, want ook in Nederland begint de nostalgische cadeautrend van tijdschriften met een memorabele datum aan te slaan.

De Lucy-mania is doorgegaan na haar dood. Niet alleen werd haar postuum de Presidential Medal of Freedom toegekend en stond haar beeltenis op de covers van vele in memoriam-uitgaven, maar er kwamen ook nieuwe Lucy-poppen, borden met Lucy-scènes, herpersingen van oude platen en andere trivialia. Ook deze veel minder authentieke spullen, waar de slimme zakenvrouw zelf geen goedkeuring meer aan kon geven, brengen al wat op.

Voor de echte liefhebber van de leukste sit-com die ooit op tv is geweest, zijn vooral de video's van belang. The I Love Lucy Collection, zes banden van elk twee episodes, is ook in Nederland verkrijgbaar. Bij deel 1 is het meteen raak: Lucy als het Vitameatavegamin-meisje (uit mei 1952). Televisie mag dan wegwerpkunst zijn, er gaat niets boven deze onnavolgbare reclameparodie, waarin Lucy een viessmakend gezondheidsdrankje, dat nogal veel alcohol bevat, moet proeven en aanprijzen. Na een paar repetitietakes komt het zinnetje 'It's so tasty too!' er welgemeend uit, maar de rest van de reclameboodschap verdwijnt in een extatische verhaspeling.

Het lijkt een onschuldige poets die zij haar sponsors bakte. Maar Lucy's humor heeft een oneindige reikwijdte (gehad). Haar publiek moet er een onuitwisbare argwaan voor reclame door hebben gekregen. Alleen al daarom is deze scène een klassieker.