Ik verafschuw een dag zonder werk; Biografie van beeldhouwster Barbara Hepworth

Sally Festing: Barbara Hepworth. A Life of Forms. Uitg. Viking/Penguin, 346 blz. Prijs ƒ 63,-.

Twee dramatische gebeurtenissen markeren het begin en het einde van Sally Festings biografie over de Engelse beeldhouwster Barbara Hepworth (1903-1975). In de proloog beschrijft Festing hoe Hepworth 's nachts bij een brand in haar atelierwoning in St. Ives (Cornwall) de dood vond. Zij was al geruime tijd ziek. Kanker en een gebroken heup waarvan zij nooit helemaal hersteld was, bezorgden haar veel pijn, die zij met alcohol bestreed. Een sigaret was waarschijnlijk de oorzaak van de brand.

Het laatste hoofdstuk gaat over gebeurtenissen na Hepworths dood: de begrafenis, de verwikkelingen rondom de erfenis en de verdere levensloop van de drieling die ze in 1934 kreeg van de schilder Ben Nicholson. Met de twee dochters ging het goed, maar met de zoon, Simon, die een moeizame verhouding met zijn moeder had, liep het slecht af. Na een mislukte carrière als kunstenaar en docent stierf hij in 1990 aan een alcoholvergiftiging. Festing noemt zijn vroege dood 'a failure and a waste'. Na een korte beschouwing over de onmogelijkheid van kunst om het leven te veranderen, besluit Festing dat alles een prijs heeft: 'Barbara might have lost peace of mind in her fight for art, but it was Simon's life, not hers, that was the tragedy.' De lezer wordt hier opgezadeld met een probleem dat leven en werk van Hepworth verre overstijgt en bovendien niet relevant is. Is een moeder, zelfs na haar dood, verantwoordelijk voor het lot van haar kind?

Sally Festing kreeg voor het schrijven van de biografie geen toegang tot het persoonlijke archief van de kunstenaar, dat berust bij haar schoonzoon Sir Alan Bowness, oud-directeur van de Tate Gallery in Londen. Bowness werd door Hepworth aangewezen als haar biograaf. Hij heeft de archieven gesloten gehouden, terwijl zijn boek nog niet is verschenen. De biografie van Bowness zal ongetwijfeld verdienstelijk zijn, schrijft Festing, 'maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het Barbara Hepworths laatste woord zal zijn.'

Behalve een tiental monografieën verscheen tijdens haar leven een Pictorial Autobiography, een persoonlijk fotoalbum met korte teksten van Hepworth over haar beelden, familie en vrienden. Festing wilde de legende onderzoeken die Hepworth zo zelf creëerde en een onafhankelijk beeld geven van haar werk en de belangrijkste invloeden daarop, van de mensen en de landschappen die zij kende. Bovendien was het volgens Festing noodzakelijk dat een vrouw deze biografie schreef. Waarom dat nodig was blijf je je tijdens het lezen afvragen. Misschien om te bewijzen dat het onmogelijk is om kunstenaar- en moederschap te combineren? Hepworth deelde deze opvatting absoluut niet, zo blijkt uit de Pictorial Autobiography. Een gezinsleven kan juist verrijkend zijn voor de kunst, schrijft ze, mits je elke dag maar even kan werken: 'I detest a day of no work, no music, no poetry.' Hierin was ze bikkelhard. Zelfs toen ze aan het eind van haar leven fysiek totaal uitgeput was, werkte ze nog dagelijks in haar atelier.

Hepworth groeide op in Yorkshire, net als beeldhouwer Henry Moore, die ze tijdens haar studie in Leeds leerde kennen en voor wie ze grote bewondering koesterde. Karakteristiek voor Hepworths beelden, die veelal zijn gehakt uit harde materialen als marmer, steen of hout, zijn de vloeiende, organische vormen in combinatie met cirkels of ovalen die de massa van het beeld doorboren. Zo ontstaat een tweeëenheid tussen binnen- en buitenvorm die soms wordt benadrukt door het gebruik van draden die als snaren gespannen zijn. De natuur, landschappen en de zee bij St. Ives waar Hepworth in 1939 ging wonen, zijn belangrijke inspiratiebronnen. Uit de beelden spreekt een sterke vitaliteit, levensdrang. De ondertitel van de biografie, A Life of Forms, verwijst hier naar. Festing heeft veel affiniteit met de sculptuur van Hepworth, zo blijkt uit bloemrijke, maar soms ook kritische, beschrijvingen. Tot nieuwe, verrassende inzichten heeft dit echter niet geleid.

In de jaren vijftig en zestig bereikte de waardering voor Hepworth een hoogtepunt. Het Kröller-Müllermuseum in Otterlo, dat meer dan tien beelden van haar bezit, organiseerde een overzichtstentoonstelling. In 1964 werd voor het gebouw van de Verenigde Naties in New York een monumentaal beeld van Hepworth onthuld ter nagedachtenis van secretaris-generaal Dag Hammarsköld. Daarnaast ontving ze verschillende (koninklijke) onderscheidingen.

Telt Dame Barbara Hepworth internationaal nu nog mee als één van de grote beeldhouwers van de twintigste-eeuw? Deze zomer vond ik tussen de geselecteerde boeken in de winkel bij de Brancusi-tentoonstelling in het Parijse Centre Pompidou geen enkele publikatie over haar werk, terwijl er wel boeken te koop waren over beeldhouwers als Rodin, Maillol, Moore, Giacometti en Arp. De enige vrouw in dit gezelschap was Louise Bourgeois. Toch bestaat er tussen Brancusi en Hepworth die in 1933 zijn atelier in Parijs bezocht, wel enige verwantschap. Beiden streefden naar een beeldhouwkunst van tijdloze, klassieke vormen.

Ook Festing constateert dat Hepworths reputatie sinds haar dood 'slapend' is, ook al trekken haar atelier en de idyllische beeldentuin in St. Ives die zijn opengesteld als museum nog steeds veel bezoekers. De belangstelling voor haar beelden is duidelijk verminderd. Hepworth's oeuvre is kwalitatief van hoog niveau, maar door de eenzijdige nadruk op de harmonie van kunst en natuur ook enigszins gedateerd.

    • Din Pieters