Het aardappelpistool

Hans van Straten: Ze zullen eikels zaaien op mijn graf, teruggevonden gesprekken uit 1962 met Willem Frederik Hermans. Uitg. Bas Lubberhuizen. Prijs ƒ 19,50.

Vraag: 'Heb je over het geheel genomen een gelukkige jeugd gehad?'

Antwoord: 'Nee. Over het geheel gezien was het een zeer droevige periode. Ik kan mij niet herinneren dat ik in mijn jeugd één ogenblik blij ben geweest, zonder dat daar een enorme deceptie op volgde.'

Vraag: 'Veel slaag gehad?'

Antwoord: 'Ja, mijn vader kon behoorlijk meppen en deed dat ook, en niet altijd op het juiste ogenblik.'

Kenmerkende passages uit een meeslepend boekje dat de tekst bevat van twee vraaggesprekken met Willem Frederik Hermans door Hans van Straten. Zo staan er tientallen in, stuk voor stuk met grote nauwkeurigheid geformuleerde uitspraken, bij elkaar te lezen als een handleiding tot exploratie van het Hermans-denken. Je zou ze in categorieën kunnen onderbrengen: vroegste jeugd, vader en moeder, de ontdekking van belofte en teleurstelling, het lezen, en zo nog veel meer, en alles ondergebracht in de structuur van dat merkwaardig brein. Als je ervan houdt, zoals ik, lees je die 57 pagina's in één ruk uit, en daarna nog eens. Ze zullen eikels zaaien op mijn graf, zo heet het, is onmisbaar voor de Hermans-kunde.

Het boekje heeft een merkwaardige voorgeschiedenis. Begin jaren vijftig werd ook in Nederlandse literaire kringen veel gesproken over de Entretiens, de 38 radiogesprekken tussen Robert Mallet en Paul Léautaud. Daarin richtte de toen 78-jarige schrijver ware slachtingen in de Franse literatuur aan. Hans van Straten stelde Hermans voor, op die manier een paar gesprekken te houden waarin zich zoals hij nu in zijn inleiding schrijft, ook een biografische lijn zou aftekenen. Op 3 januari 1962 kwamen ze bij elkaar, de bandrecorder werd aangezet en de onderneming was begonnen. Het eerste gesprek werd te rommelig bevonden, er kwam een vervolg, maar toen Van Straten de band afdraaide klonk er voornamelijk geruis.

De geschiedenis leert nu dat bewaren beter is dan weggooien. De interviewer legde de band op zijn vliering. Een kwart eeuw verstreek, de bandrecorders werden beter en toen ontdekte Van Straten de vergeten schat. Op de moderne apparatuur was alles weer goed verstaanbaar, de tekst werd uitgetikt en aan Hermans gestuurd. Die bracht wat veranderingen aan en de heren spraken af, de onderneming voort te zetten, maar Hermans woonde toen in Parijs wat te ver bleek te zijn om de continuïteit te bewaren. Nu is het een afgesloten document.

Als vraaggesprek hoort het tot het 'openhartige' genre zoals het tegenwoordig wordt genoemd. De 'biografische lijn' overheerst; de schrijver is niet zuinig met het prijsgeven van allerlei persoonlijke bijzonderheden. Intussen heeft het interview als genre ook een ontwikkeling doorgemaakt: het vragen stellen is een vak geworden en het antwoorden ook. Het is de eerzucht van de interviewer 'de ziel bloot te leggen'; daarvoor is een hele techniek ontstaan. Degene die antwoordt weet beter welke belangen er op het spel staan en dit bepaalt welke geheimen hij prijs geeft en waar hij zich moet pantseren. In 1962 stond het allemaal nog in de kinderschoenen. Daardoor zijn deze twee gesprekken bij alle onthullingen ook argeloos. Er zit een bij tijd en wijlen ontroerende toon van goede trouw in. Zo merken we en passant dat professionalisering ook nadelen heeft.

Het is in nog meer opzichten een historisch document. Hermans vertelt hoe hij eens heeft 'gezeurd om een aardappelpistool. Dat was ook een van die dingen die ik niet mocht hebben. Tenslotte heb ik toch wegens kranig gedrag bij de tandarts een aardappelpistool gekregen, maar toen ik daar flink mee had geschoten hebben ze mij dat weer afgepakt en een hele tijd afgepakt gehouden. Toen ik hem eindelijk weer terugkreeg, was het rubber zuigertje dat erin zat, uitgedroogd en was het ding onbruikbaar.'

Daar heeft zich alweer een afgrond van zinloosheid geopend. Ik zag de kleine Wim voor me, lustig erop los knallend - want aardappelpistolen hebben ook tot mijn wapenrusting behoord. Maar door Hans van Straten besefte ik opeens dat er nog meer geschiedenis in deze passage verborgen is. Niet iedereen weet nog wat een aardappelpistool is. Daarom heeft hij er een voetnoot bijgezet: 'Aardappelpistool: kinderspeelgoed, populair in de jaren '30. Een luchtdrukpistool met een korte smalle loop. Als je die loop in een aardappel had gedrukt, bleef er een rond stukje in zitten dat je kon wegschieten.' Je maakte dus, voeg ik eraan toe, je eigen aardappelkogels.

De inleiding is trouwens ook zeer de moeite waard, vol bijzonderheden waarop Hans van Straten het monopolie heeft.