Giftige inkt

Hollands Maandblad 1995/10. Veen, 40 blz. ƒ 9,25

Bastiaan Bommeljé doet in Hollands Maandblad een fraaie poging het bestaansrecht van het literaire tijdschrift aan te tonen. In de overvloed aan drukwerk valt de 'banalisering van het geschreven woord' niet meer tegen te houden, maar met een tijdschrift kun je je even op een eilandje wanen. 'Niet de varkensmest bedreigt ons, niet de kernproeven, niet het gat in de ozonlaag, maar alle woorden die weer verworden tot de miljoenen liters giftige inkt waaruit ze voortkomen. (-) Ergens in de zee van woorden staat het tijdschrift met zijn schepje en zijn emmertje. (-) Dat is misschien zijn functie: het tijdschrift wil geen dagelijks symbool van een life-style zijn; het wil niet water dragen naar de woordenzee. Het wil het woord ademruimte en rust geven, weg van de massaliteit.''

Bommeljé nam ook het openingsartikel voor zijn rekening, over een onderwerp dat hem na aan het hart ligt: de neergang van Nederland, of nauwkeuriger het 'eroderend beschavingsethos bij de elite'.

J. Bernlef bereikte tien jaar geleden, na vijfentwintig jaar schrijversarbeid, een massapubliek met zijn prachtige roman over dementie, Hersenschimmen. Het zou mooi zijn als 'Het begin van tranen' in Hollands Maandblad het begin was van een nieuwe roman. In drie hoofdstukjes schildert Bernlef hier het traag ontkiemende verdriet van een man die plotseling weduwnaar is geworden. 'Er waren hem juist niets dan woorden gebleven, woorden waarmee hij niet bij zijn verdriet kon komen.' Zijn overleden vrouw spookt voort voor zijn geestesoog - 'het bewind dat Ellen over de voorwerpen in huis voerde, hoe haar spitse vingers door al zijn handelingen scheerden, hoe hij haar hakken een keer op de bovenverdieping had horen lopen, de welving van een heup te voorschijn had zien komen uit de zijleuning van de bank.' De man doet alles weg uit huis wat aan haar herinnert, dus ongeveer alles, om zijn geheugen zuiver te houden: 'hij wilde een levend museum worden, waar hij al zijn herinneringen aan haar als kostbare schilderijen zou koesteren.' De onderneming mislukt. 'Met haar rug naar hem toe lag ze daar in haar bed. Hij zag haar ademen, het donkere haar in een slordige krans op het witte hoofdkussen gespreid. Zijn kaken sloegen op elkaar, raakten toen weer los. Hij stond met gestrekte armen in de deuropening. Toen draaide hij zich om. Hij had verloren. Het huis was niet langer van hem.'

Het duo Erik Bindervoet & Robbert-Jan Henkes duikt weer op in Hollands Maandblad, nu met een leuk pesterig stuk over de beginzinnen van achtentwintig recente romans. Ze worden een voor een ontleed en tot aan de grond afgebrand. Loslippigheid of 'beschrijfkanker', zo luiden de meest voorkomende diagnoses. 'Het is een moeilijke taal, Nederlands, zeker als je het niet machtig bent.'

    • Margot Engelen