Franse perscampagne over drugs beïnvloedt debat Kamercommissie

PARIJS/DEN HAAG, 20 OKT. Een week voor de ontmoeting van premier Kok met de Franse president Chirac in Parijs, verspreiden de Franse media alarmerende berichten over de 'vrije drugs' in Nederland. Moet Nederland gaan inzien dat het liberale drugsbeleid in Europa niet werkt? Kamerleden kunnen zich “best voorstellen” dat Frankrijk voorlopig zijn grenzen wil dichthouden.

De 'supermarché de la drogue' was deze week voor heel Frankrijk weer in geuren en kleuren te zien in een anderhalf uur durend programma op de grote zender TF1. De verborgen camera volgde hoe een Franse cannabis-koper in het Centraal Station van Rotterdam door drugsrunners wordt geworven, hoe hij de volgende dag in een appartement niet alleen een zak hasj maar ook een flink pak heroïne koopt na een realistisch prijsdebat. Sommige studio-gasten deden een poging de Nederlandse politiek te nuanceren, maar de fel-realistische beelden hadden hun werk gedaan. Zij tekenden een scene die nog net illegaal is, maar weinig hinder van de justitie ondervindt. Precies wat president Chirac en zijn drugsministers Den Haag voor de voeten werpen.

De leden van de Nederlandse Kamercommissie voor buitenlandse zaken hadden gisteren tijdens een overleg met de staatssecretarissen Patijn (buitenlandse zaken) en Schmitz (Justitie) over het Verdrag van Schengen een paginagroot artikel in Le Monde voor zich. Correspondent Alain Franco beschrijft daarin de openlijke handel in en het gebruik van drugs in Amsterdam. Tijdens het overleg toonden de Kamerleden opvallend veel medeleven met Frankrijk, dat het Verdrag voor opheffing van de grenscontroles in juni eenzijdig heeft opgeschort wegens de problemen met drugs. De Hoop Scheffer (CDA) zei dat hij zich bij de houding van Frankrijk “best iets kan voorstellen”. G. Van Oven (PVDA) en F. Weisglas (VVD) noemden het begrijpelijk dat Frankrijk zijn grenzen in de gaten wil houden na de serie terreuraanslagen. B. Dittrich (D 66) stelde voor een onafhankelijke bemiddelaar aan te stellen. Die zou het Frankrijk makkelijker maken op zijn schreden terug te keren.

Le Monde noemt een aantal Nederlandse argumenten ter verdediging van het drugsbeleid: minder aidslijders en maar 1,6 verslaafden op 1000 inwoners, tegen bijvoorbeeld 2,6 op 1000 in Frankrijk. En er wordt netjes belasting betaald over een flink deel van de handel in soft drugs. Tegenover dit realisme schetst de Franse krant de recente Nederlandse twijfel over de juistheid van het gevoerde beleid. De Drugsnota heeft in de Franse pers nauwelijks aandacht gekregen, maar nu schrijft Le Monde dat het plan het aantal coffeeshops te beperken en vijf in plaats van 30 gram per transactie toe te staan, wijst op een omslag in het Nederlandse denken. “Beetje bij beetje ontdekt Den Haag dat het concessies moet doen”, aldus Le Monde. Oud-minister Hirsch Ballin zegt in het artikel dat één op de tien gulden in Nederland een criminele oorsprong heeft. Een Italiaanse mafia-rechter voorspelt Italiaanse toestanden, met gevaar voor de Nederlandse democratie. Conclusie: zolang Nederland het centrum van de internationale drugshandel is, kan het zich nauwelijks beroemen op zijn medisch-sociale successen.

Staatssecretaris Patijn zei gisteren dat Frankrijk geen nieuwe feiten heeft aangedragen op grond waarvan het Verdrag van Schengen voor opheffing van de grenscontroles niet kan doorgaan. Hij zal volgende week tijdens de bijeenkomst van het Schengen-comité nadere uitleg aan Frankrijk vragen.

    • Daniela Hooghiemstra
    • Marc Chavannes