Frans defensieplan wordt voor Europa tweede twistappel

Het moet wel een gelegenheidsargument zijn geweest: de publiekelijk uitgesproken overweging dat het Franse kernwapen heel goed het Europese continent kan helpen verdedigen. Parijs heeft de schijn gewekt dat het zijn voorstel niet al te ernstig meende toen het werd gedaan onmiddellijk na de losbarstende internationale kritiek op de Franse kernproeven in de Stille Oceaan. Maar onder het opportunisme van het moment ging ook een diepere bedoeling schuil. Europa moet meebetalen aan de attributen waarmee de 'force de frappe' in de toekomst zal worden uitgerust.

De uitlatingen van diverse vooraanstaande Franse politici hangen als sperballonnen boven het proefterrein in de Stille Oceaan. En zij hebben hun uitwerking niet gemist. Want de enige kritiek die op de Fransen indruk had kunnen maken, zou de kritiek zijn geweest van de directe bondgenoten, de buurlanden en de Verenigde Staten. Formeel is die wel uitgesproken, maar veel meer dan een buiging voor de eigen publieke opinie was zij niet. Dat heeft Parijs begrepen en aangezien de reikwijdte van de bezwaren van de Franse socialisten evenmin verder gaan dan de eigen tribune, kan president Chirac zijn reeks experimenten moeiteloos afmaken. De aankondiging dat de serie echt de laatste is, samen met het Franse voornemen het verdrag te tekenen waarbij de zuidelijke Stille Oceaan straks een atoomvrije zone zal worden, verschaft de partners en de binnenlandse oppositie bovendien een alibi om niet al te zeer dwars te liggen.Er zijn verschillende redenen waarom de voornaamste bondgenoten zich hebben ingehouden. Zij weten dat de 'force de frappe' een essentieel steunpunt is voor het Franse gevoel van eigenwaarde. Kritiek die de vorm zou hebben aangenomen van werkelijke pressie op Parijs om van de reeks experimenten af te zien, zou een crisis in de NAVO en in de EU hebben veroorzaakt, een crisis die niemand wilde. Bovendien is er in de loop van de jaren op het gebied van de nucleaire afschrikking een vorm van samenwerking tussen Frankrijk en de Verenigde Staten en tussen Frankrijk en Groot-Brittannië ontstaan waarvan veel duister is gebleven, maar die te verregaand is om het nu op een onderdeel tot een breuk te laten komen.

Maar er is meer. Voor de lidstaten van de EU geldt, Duitsland voorop, dat verdere integratie binnen de Unie niet denkbaar is zonder Frankrijk. De regeringen in Bonn en Parijs werken bijvoorbeeld aan een initiatief om de voor volgend jaar voorgenomen herziening van het Verdrag van Maastricht te doen slagen. Hooglopende ruzie over de kernproeven zou het te verwachten Frans-Duitse voorstel voor een Europese buitenlandse en veiligheids- en defensiepolitiek praktisch hebben getorpedeerd.

Onvermijdelijk heeft het Franse aanbod consequenties voor het overleg over de voorgenomen Europese veiligheids- en defensiepolitiek. Die politiek zou zich beperken tot vredeshandhaving en conventionele verdediging. Er van uitgaande dat een geloofwaardige defensie van Europa onder alle denkbare omstandigheden afhankelijk zou blijven van een Amerikaanse component, zou de nucleaire afschrikking als vanouds aan de Verenigde Staten worden overgelaten. Onder erkenning van het feit dat Groot-Brittannië en Frankrijk daarnaast over een eigen, min of meer met de Amerikanen afgestemde, nationale nucleaire deterrent beschikken. Dat was een vertrouwde toestand die niet al te veel complicaties opriep. De meeste lidstaten van de EU zouden het graag daarbij hebben gelaten.

Tot dusver was het voornaamste probleem voor de totstandbrenging van een Europese defensiepolitiek het feit dat sommige ledenlanden van de EU geen lid zijn van de NAVO: Ierland, Zweden, Finland en Oostenrijk. De bedoeling is die landen lid te maken van de West-Europese Unie, de beoogde defensie-arm van de EU, maar wil de WEU voldoen aan de haar toegedachte status van Europese zuil onder het dak van het Atlantische bondgenootschap, dan moeten haar leden ook lid van de NAVO zijn. En het is nog maar de vraag of 'voorheen de neutralen' dat willen. Zouden zij weigeren, dan zou de EU ook op het terrein van de verdediging concentrische cirkels moeten laten ontstaan - bijvoorbeeld een buitenring rondom een Europese veiligheidspolitiek, een binnenring rondom een Europese defensie die die naam verdient. Op zijn zachtst gezegd nogal ingewikkeld.

De Franse suggestie de 'force de frappe' een Europese taak te verlenen, hoe vaag ook gebleven, heeft nu een tweede twistappel in het Europese gezelschap geworpen - op een voor de meeste lidstaten onzalig moment. Een aantal problemen dient zich onmiddellijk aan. Er zal op de een of andere manier op het Franse voorstel moeten worden gereageerd, maar die reactie zal het uiterste vergen van de diplomatieke lenigheid van de betrokkenen. Frankrijk kan niet met een bot 'nee, dank u' worden afgescheept. Een genuanceerd antwoord zal daarentegen bij de Amerikanen onmiddellijk de verdenking oproepen dat Europa wel wat ziet in een nucleaire 'Alleingang'. Constructies als het Frans-Duits- Spaans-Belgische Eurocorps mogen dan, zij het met moeite en ten langen leste, door Washington zijn aanvaard, een Eurocorps met een nucleair element is iets van een geheel andere orde. De Atlantische samenhang en solidariteit zouden dan onder hoogspanning komen te staan.

In het verlengde van de Franse suggestie rijst de vraag wat de positie zou zijn van de niet-nucleaire Europese NAVO-leden ten aanzien van een Europese nucleaire afschrikking. Met hun handtekening onder het internationale verdrag tegen de spreiding van kernwapens hebben zij afstand gedaan van de produktie, het bezit en het gebruik van atoomwapens. Of er zal zijn een vorm van Europees beheer over Europese atoomstrijdkrachten - en dat laat zich waarschijnlijk niet verenigen met het NPV-verdrag - of dat beheer zal er niet zijn, en dan blijft de toestand min of meer zoals die was.

De Franse regering heeft vermoedelijk haar partners nu niet wezenlijk met dit dilemma willen confronteren. Zij is voornemens de 'force de frappe' met een onafhankelijk verkenningssysteem in de ruimte uit te rusten. Daarmee zou een oude Franse wens in vervulling gaan. Maar zij kan dat niet zonder de deelname van de partners aan de financiering van dit project. Als tegenprestatie dient de taakstelling van het Franse kernwapen, al is het maar verbaal, wat te worden opgerekt. Met dat oprekken is de Franse politiek nu kennelijk begonnen.

    • J.H. Sampiemon