Een bedorven beukenootje

Dutch, nr. 4, herfst '95, 242 blz. Uitg. Art View bv. Prijs ƒ 12,50.

Het nieuwe Nederlandse blad Dutch is wat vormgeving en uiterlijk betreft een verademing tussen de andere nieuwe Nederlandse bladen die modern, cultureel en trendy willen zijn. De meeste van die bladen zijn wild vormgegeven, met pagina's die er uitzien als storende kleurentv-beeldschermen, waar dan soms ook nog wat tekst op is geplakt. Liefst een beetje scheef, en in een onleesbare ruimtevaartletter. De redacties en vormgevers van zulke bladen koesteren de misvatting dat ze in het televisietijdperk de tv moeten imiteren, of zelfs moeten overtroeven om lezers te trekken.

Natuurlijk zijn lezers tegenwoordig meer dan vroeger ook kijkers, verwende kijkers, die mooie en interessante beelden verwachten in een blad. Maar daarnaast biedt een blad beter dan een beeldscherm gelegenheid om een tekst te lezen.

De makers van het kwartaaltijdschrift Dutch hebben dat goed begrepen. Er is veel te zien en te lezen in het nieuwe herfstnummer, dik en groot als een Gelders telefoonboek. Opmerkelijk is een interview met de van nazi-sympathieën beschuldigde cineaste en fotografe Lenie Riefenstahl, met daarbij fascinerende en koele onderwaterfoto's van kleurige vissen. Ze laat zich zelden interviewen. Ze onthult dat ze graag zelf nog eens een film over haar eigen leven wil maken: ze heeft er materiaal genoeg voor, alleen geen tijd, omdat ze zo druk is met het (door Sony gesponsorde) onderwaterfilmen. En tegenover het feit dat regisseur Paul Verhoeven (Basic Instinct, Showgirls, Robocop) een film over haar wil maken, staat ze niet afwijzend.

Het Riefenstahl-interview (dit is deel twee, deel een stond in het vorige nummer) is lezenswaardig. Het is ook, zoals alle tekst in Dutch toegankelijk en rustig, om niet te zeggen sjiek, opgemaakt. Klassieke letter, recht toe recht aan kolommen, veel wit. Er is zichtbaar rekening gehouden met iemand die ook wat wil lezen in het blad.

Het probleem is dat de redactie van het blad, dat bijna een jaar bestaat, nog niet zo streng is in de tekstredactie als in de beeldredactie. Vrijwel al het beeldmateriaal is goed gekozen, oogstrelend, zoals het een life-style blad betaamt. Maar aan de verhalen hapert soms nog wat, zoals het interview met de in Duitsland triomfen vierende Nederlanse porno-ster Helen Duval. Het is interessant haar aan het woord te laten, ze heeft wat te melden over de hypocrisie en het reilen en zeilen in de pornofilm-industrie, en de modefoto's met haar bij het interview zijn ook niet kinderachtig of smakeloos. Maar de interviewer ontpopt zich gaandeweg het vraaggesprek als een kinderachtige sta in de weg tussen wat Duval te melden heeft en de lezer. Hij benadrukt keer op keer dat hij nog nooit een pornofilm heeft gezien, en neemt een irritante, preutse-o-la-la pose aan. Het is alsof je een bedorven beukenootje eet, en die smaak blijft je bij als je door dit nummer bladert. Dutch is in de eerste plaats een life-style blad, met veel mode (ondermeer van de Nederlandse succesvolle ontwerpers Orson & Bodil) en artikelen over film (Apollo 13, Waterworld, les Films du Paradis), maar ook over muziek (interview met Bowie, Franse rap, en de dirigent van het New York Philharmonic Orchestra Kurt Masur). Als de tekstredactie in het volgende nummer hetzelfde niveau als de beeldredactie haalt, wordt Dutch een waardige opvolger van Avenue, dat weliswaar nog wel bestaat, maar amper nog een blad genoemd kan worden.

    • Paul Steenhuis