De liefde uit de boeken

Mohammed Shoekri: Jaren van dwaling. Vert. Heleen Koesen. Uitg. Ambo/Novib/NCOS. 210 blz. fl. 32,50.

De autobiografische roman Jaren van dwaling van de Rifijnse Marokkaan Shoekri (1935) is een vervolg op Hongerjaren, dat in 1983 werd vertaald. De schrijver komt uit de goot, en dat zullen we weten ook: in het begin koketteert hij nogal met zijn smerige afine, zijn luizen en zijn druiper.

Maar verder geen kwaad over dit ontroerende, goed geschreven boek. Het speelt in de late jaren vijftig; de koloniale Spanjaarden vertrekken uit Noord-Marokko, de louche glorie van de smokkelstad Tanger bladdert af, en het straatschoffie Mohammed wil op zijn eenentwintigste dringend de lagere school bezoeken. Het lukt hem: hij leert Arabisch, Spaans en later Frans, en leest iedere snipper papier die hij te pakken krijgt. De grote honger die hem verteert is die naar liefde die hij als kind heeft gemist: zijn vader is een ploert, zijn moeder dom en zwak, en de omstandigheden deden de rest. Seks heeft hij geleerd in de bordelen, waar hij als gids matrozen naartoe bracht, maar de liefde meent hij aanvankelijk te kunnen opdoen uit boeken.

Het is prachtig om te zien hoe Mohammed zich met hulp van een blinde theologiestudent door oudbakken, sentimentele Arabische verhalen heenworstelt. Maar liefde leren uit boeken blijkt ondoenlijk, en hij beproeft zijn geluk maar bij de hoeren, de enige voor hem toegankelijke vrouwen. Door zijn miserabele jeugd en zijn bijna levenslange verslaving aan alcohol en hasj blijft de liefde echter buiten bereik; bij de hoeren is het trouwens niet anders. De schrijver wordt zich dat geleidelijk bewust, maar daarmee koketteert hij gelukkig niet. Hij laat het aan ons over om de conclusie te trekken uit zijn boek, dat onverwacht eindigt met een ode op de stad Tanger. Het enige wat hij kan liefhebben is die stad, en natuurlijk de Arabische taal die hij zo voortreffelijk hanteert.