De bijbel van de popmuziek; Greil Marcus' pionierswerk over rock 'n' roll vertaald

Mystery Train van de Amerikaanse journalist Greil Marcus geldt als het eerste boek waarin popmuziek serieus wordt genomen. Het boek uit 1975 is nu in het Nederlands vertaald. “Om te bewijzen dat popmuziek niet iets vluchtigs is maar veel zegt over Amerika, heeft hij zich overschreeuwd.”

Greil Marcus: Mystery Train. De verbeelding van Amerika in de rockmuziek. Vert. Pieter Cramer. Uitg. Nijgh & Van Ditmar, 368 blz. Prijs ƒ 49,50.

Vraag een Nederlandse popmuziekjournalist wie zijn favoriete vakgenoot is en de kans is groot dat hij antwoordt: 'Greil Marcus!' De reputatie van deze Amerikaanse journalist, die onder meer voor het tijdschrift Rolling Stone schreef, is vooral gebaseerd op zijn boek Mystery Train, dat in 1975 voor het eerst verscheen. Het is dan ook niet zo gek dat een Nederlandse uitgeverij als Nijgh en Van Ditmar, die meer boeken over popmuziek wil uitgeven, deze bijbel van de popmuziek in vertaling uitbrengt.

In de loop der jaren heeft Marcus nieuwe uitgaven van Mystery Train (de titel van een oud nummer dat in de vertolking van Elvis Presley het bekendst werd) bijgewerkt. Ook voor de Nederlandse vertaling van Mystery Train voegde Marcus weer een aantal bladzijden toe, zodat de bijbel nu, inclusief index, 368 bladzijden telt.

Marcus heeft zijn uitbreidingen vooral gebruikt om nieuwe, voornamelijk feitelijke gegevens over cd's van en boeken over de zes hoofdfiguren in zijn boek op te nemen. En dus is Mystery Train nog steeds het boek dat aan de hand van het werk van zes twintigste-eeuwse blues- en popmusici de 'verbeelding van Amerika in de rockmuziek' wil laten zien. Twee van hen, Harmonica Frank en Robert Johnson, schildert Marcus af als de stamvaders van de rock. Robert Johnson, de geheimzinnige blueszanger en -gitarist die in de jaren zestig onverwacht grote invloed kreeg op Engelse gitaristen als Eric Clapton en Keith Richards, overleed al in 1938, de altijd obscuur gebleven Harmonica Frank in 1984. Van de andere vier musici verwachtte Marcus bij het schrijven van zijn boek in het begin van de jaren zeventig dat hij 'een hoofdstuk van een vervolgverhaal schreef'. Maar het bleken eerder slothoofdstukken: The Band werd in 1976 opgeheven, Elvis Presley overleed een jaar later en Sly Stone leidt sinds 1975 een duister bestaan en heeft zijn spaarzame beloften tot grootse, nieuwe daden nooit waargemaakt. Alleen Randy Newman bleef min of meer actief. In 1977 behaalde hij met het nummer 'Short People' zijn grootste hit, daarna maakte hij met steeds grotere tussenpozen lp's die onder publiek en critici steeds minder beroering wekten.

Natuurlijk hoeft dit geen bezwaar te zijn. Als popmuziek kunst is - en alleen diehards zullen dit nog ontkennen - dan is een vertaling van een oud boek over oude kunst altijd welkom. Het is bovendien helemaal niet Marcus' bedoeling geweest een geschiedenis van de rockmuziek te schrijven, hij wilde laten zien welk beeld van Amerika oprijst uit het werk van zes min of meer belangrijke rockmusici en -groepen. Toch blijft bij Mystery Train het gevoel knagen dat de lezer aan de hand van oude muziek een oud Amerika krijgt voorgespiegeld. In de twintig jaar sinds de eerste verschijning van het boek is Amerika veranderd en het was mooi geweest als Marcus zijn extra bladzijden had gebruikt voor een weergave van de verbeelding hiervan in recentere rockmuziek. De nummers van Bruce Springsteen bijvoorbeeld vertellen vast wel iets over het Amerika van de jaren tachtig en negentig en in het werk van Prince is zeker het een en ander te vinden over het intrigerende onderwerp Amerika en seks.

Hoe ziet Marcus' Amerika van twintig jaar geleden eruit? Dat is moeilijk te zeggen. Marcus' boek is onmogelijk samen te vatten. Goed, in verschillende nummers van The Band speelt de geschiedenis van Amerika een rol, zoals in 'The Night They Drove Old Dixie Down', dat over de Burgeroorlog gaat. En in Sly Stone ziet Marcus een hedendaagse Stagger Lee, de mythische Amerikaan die in de vele liedjes die over hem bestaan ene Billy genadeloos doodschiet na een ruzie om een hoed. Maar zulke beknopte, eendimensionale beschrijvingen doen geen recht aan Mystery Train.

Zwart gat

In Mystery Train buitelen de vergelijkingen, liefst met klassieke Amerikaanse literatuur als The Adventures of Huckleberry Finn en Moby Dick, over elkaar heen. Vaak is de opeenstapeling van paradoxen en tegenstellingen, bij voorkeur met allerlei bijstellingen, zo groot dat de tekst zich verdicht tot een zwart gat waarin alleen met de grootste moeite enige betekenis valt te ontdekken. De volgende passage over de muziek van Robert Johnson levert bijvoorbeeld veel hersengeknars op. 'Wanneer aanvaarding en verheerlijking hetzelfde betekenen, of wanneer die beide begrippen voor ons gevoel wel van dezelfde orde moeten zijn, kunnen we proberen vat op de spanning en hartstocht van Johnsons muziek te krijgen - want wie zijn leven aanvaardt door het te verheerlijken, vraagt ook om meer. In Johnsons blues is de zangers aanvaarding totaal, omdat hij weet, en dat laat hij ons zien, dat verheerlijking verzet is en dat dit verzet tot mislukken is gedoemd, omdat zijn beelden de conflicten niet kunnen negeren die ze nu juist moeten overwinnen.' Of, ook over Johnson: 'Door ons vertrouwen in beloften schuilt de ware gruwel van het noodlot in het aangeboren onvermogen van de Amerikaan om te geloven dat het noodlot realiteit is, ook al weet hij dat het de touwtjes in zijn leven heeft overgenomen. Wanneer je onmogelijk over gruwel kunt spreken en er niemand is om ernaar te luisteren als je dat wel zou kunnen, zijn Johnsons songs van belang.'

Veel duivels

Mystery Train geldt als een pionierswerk: het is van van de eerste boeken (en misschien wel het eerste) waarin popmuziek op een 'serieuze' manier wordt benaderd. En pioniers moeten hard brullen, heeft Marcus waarschijnlijk gedacht. Om te bewijzen dat popmuziek niet iets vluchtigs is maar veel zegt over Amerika, heeft hij zichzelf overschreeuwd. Rock is een ernstig te nemen verschijnsel en dat zullen we weten ook. En dus wordt de lezer van Mystery Train overspoeld door Amerikaanse dromen en angsten, schuldbesef, God, heel veel duivels en Laatste Oordelen, rassentegenstellingen, negentiende- en twintigste-eeuwse geschiedenis en de halve Amerikaanse literatuur.

Veel van Marcus' vergelijkingen zijn zo specifiek Amerikaans dat ze alleen door de Amerikanisten onder de Europeanen zijn te volgen. Een echt verwijt aan een Amerikaans auteur die op zoek gaat naar het beeld van Amerika in de Amerikaanse rockmuziek kan dit natuurlijk niet zijn. Maar al helpt het uitgebreide notenapparaat van de vertaler de Nederlandse lezer een eind op weg, toch blijft hij na lezing van Mystery Train achter met het gevoel dat een Nederlander nooit echt iets zal begrijpen van rock.

Alleen in het laatste en langste hoofdstuk dat over Elvis Presley gaat, krijgt een Nederlander dit gevoel niet. Bij Elvis heeft Marcus het veel minder nodig gevonden om hem in verband te brengen met van alles en nog wat buiten de popmuziek. De reden is eenvoudig: Elvis ìs Amerika. Terwijl Marcus in de hoofstukken over de vijf andere muzikanten zijn beelden van Amerika projecteert op hun werk, rijst Amerika vanzelf op uit de bespreking van het leven en werk van Elvis. Marcus kan volstaan met vertellen over Elvis armetierige jeugd, de totstandkoming van beroemde nummers als 'Mystery Train' en zijn optredens in Las Vegas. In dit verreweg beste hoofdstuk, niet belast met een overvloed aan high-brow-cultuur die de rockmuziek moet rechtvaardigen, laat Marcus zien wat Mystery Train had kunnen zijn: een meeslepend boek over rock dat op een terloopse manier veel duidelijk maakt over Amerika.