Crisis Italië verdiept zich na aanval op president Scalfaro

ROME, 20 OKT. De Italiaanse Senaat heeft gisteren een motie van wantrouwen aangenomen tegen minister van justitie Filippo Mancuso, maar deze weigert op te stappen en heeft een felle aanval gedaan op president Oscar Luigi Scalfaro.

Oud-premier Silvio Berlusconi, leider van het rechtse blok, heeft hierna aangekondigd dat hij een motie van wantrouwen tegen heel het kabinet zal indienen in de Kamer van Afgevaardigden. Daar beschikt rechts over meer stemmen dan in de Senaat. Berlusconi steunt Mancuso in diens kritiek op de Milanese magistraten die al drie jaar het voortouw nemen in corruptie-onderzoeken. Berlusconi zelf moet op 17 januari terecht staan op verdenking van corruptie.

De situatie is nu verward. President Scalfaro heeft gisteren premier Lamberto Dini benoemd tot interim-minister van justitie. Maar Mancuso wil niet weg en heeft beroep aangetekend bij het Constitutionele Hof. Volgens hem is de motie van wantrouwen in strijd met het staatsrecht, omdat daarin zijn recht om inspecteurs te sturen naar een parket, in twijfel zou worden getrokken. Dinsdag zou het hof beraadslagen over het appèl van Mancuso.

Volgens de indieners van de motie van wantrouwen heeft Mancuso geprobeerd de smeergeldonderzoeken te blokkeren, maar Mancuso zelf geen sancties nemen tegen magistraten, dat is de bevoegdheid van de Opperste Raad van de Magistratuur. In zijn toespraak gisteren zei Mancuso dat hij aanvankelijk de steun had van Dini, maar dat die afstand van hem heeft genomen onder druk van de linkse partijen en van president Scalfaro.

Mancuso heeft vooral opzien gebaard door wat hij niet heeft gezegd. In de geschreven tekst van zijn toespraak stond een passage met harde beschuldigingen aan het adres van Scalfaro. Hij schreef dat Scalfaro druk op hem heeft uitgeoefend om een onderzoek te beginnen tegen Berlusconi en diens bondgenoot Gianfranco Fini, leider van de Nationale Alliantie, erfgenaam van de neofascisten, wegens de felle kritiek van het tweetal op het optreden van Scalfaro.

Bovendien zou Scalfaro in 1993 hebben geprobeerd het rapport van een commissie waarvan Mancuso voorzitter was, te laten veranderen. Dit rapport gaat over een corruptieschandaal waarbij de civiele geheime dienst SISDE en een aantal ministers van binnenlandse zaken betrokken zijn. De bewindslieden zouden smeergeld uit geheime fondsen van de SISDE hebben ontvangen. Scalfaro was een van die ministers. Het rapport concludeerde dat er geen harde bewijzen zijn voor corruptie, terwijl Scalfaro had gewild dat werd geschreven dat het zeker was dat er geen sprake was geweest van corruptie.

Mancuso zei later dat hij alleen verantwoordelijk is voor de tekst die hij heeft uitgesproken, maar de geschreven versie is een eigen leven gaan leiden. Sommige politici ter rechterzijde vinden dat Scalfaro na deze beschuldigingen moet aftreden.

De motie van wantrouwen tegen Mancuso is aangenomen met 173 tegen drie stemmen met acht onthoudingen. De senatoren van het rechtse blok hebben de aula vóór de stemming verlaten, omdat zij met Mancuso de geldigheid van de motie van wantrouwen aanvechten.

Volgens Berlusconi is nu voor iedereen duidelijk dat het kabinet van Dini geen zakenkabinet meer is. De premier moet alle pretenties van onpartijdigheid laten varen, zei hij, omdat hij alleen de steun heeft van de Democratische Partij van Links, de federalistische Lega Nord en wat kleine centrum-linkse groepen.

Dini had in januari de 73-jarige Mancuso, voormalig procureur-generaal in Rome, juist uit zijn pensioen gehaald om een deur open te houden naar zijn vroegere collega's in de rechtse alliantie. Dini, die minister van financiën was in het kabinet-Berlusconi, hoopte dat rechts niet meteen het vuur zou openen op zijn zakenkabinet, iets wat inderdaad niet is gebeurd.

Mancuso heeft als minister de lijn van zijn voorganger Biondi voortgezet. Een eerste inspectie, gelast door Biondi, leverde niets op. In Milaan is alles in orde, stond in het rapport. Mancuso concludeerde dat de inspecteurs hun werk niet goed hadden gedaan en gaf opdracht tot een nieuwe inspectie. Tegelijkertijd uitte hij voortdurend kritiek op de Milanese magistraten, terwijl Berlusconi applauderend toekeek. Mancuso werd steeds meer zijn man.

Maar meer dan door politieke overwegingen laat Mancuso zich leiden door een vorm van onverbiddelijk formalisme. De juridische geschiedenis van Italië wemelt van de voorbeelden waarin een dergelijk formalisme een verlammende werking heeft gehad.